Getroffen door coronamaatregelen? Vraag straks Tegemoetkoming Vaste Lasten MKB van maximaal € 20.000 aan

Wordt u, als ondernemer, getroffen door de coronamaatregelen? Dan komt u straks misschien in aanmerking voor een belastingvrije tegemoetkoming van maximaal € 20.000 voor uw vaste materiële kosten. Alle sectoren die onder de huidige TOGS vallen komen hier mogelijk voor in aanmerking.

De regeling Tegemoetkoming Vaste Lasten MKB is bedoeld als tegemoetkoming voor de vaste materiële kosten. Ondernemingen krijgen afhankelijk van de omvang van hun bedrijf, de hoogte van de vaste kosten en de mate van omzetderving een tegemoetkoming voor hun vaste lasten tot een maximum van € 20.000 voor drie maanden. In aanmerking komen alle sectoren die onder de huidige TOGS vallen. Pas vanaf een omzetverlies van minstens 30% komt u in aanmerking voor de tegemoetkoming. De tegemoetkoming is vrijgesteld van belastingheffing.

De nadere voorwaarden voor deze regeling zijn nu nog niet bekend.

Neemt u gerust contact met ons op als u hierover vragen heeft. Wij helpen u graag. U bereikt ons via [email protected] of 036-7370376.

Wat kunt u nog doen tegen de box 3-heffing?

De Hoge Raad heeft voor de jaren 2013 en 2014 vastgesteld dat de belastingheffing in box 3 een buitensporig zwaar last vormt op regelniveau.

De Hoge Raad gaat dit niet zelf oplossen, maar laat dit aan de wetgever. De Belastingdienst heeft de (massale) bezwaren tegen de box 3-heffing voor de jaren 2013 tot en met 2016 afgewezen. Het is nu wachten op de wetgever. Mogelijk dat het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) de wetgever nog extra kan stimuleren. De staatssecretaris heeft toegezegd dat hij terugkomt op de uitspraak in de massaalbezwaarprocedure als het EHRM daartoe aanleiding geeft. Algemene compensatie voor alle belastingplichtigen blijft onzeker.

Het oordeel van de Hoge Raad biedt nog wel kansen voor individuele belastingplichtigen waarbij de totale belastingheffing te zwaar wordt omdat er nauwelijks inkomen of vermogen is in box 1 of box 2. Het kan zo zijn dat om die reden belasting over box 3 vermogen teruggegeven moet worden. Het is nog niet zeker hoe de wetgever gaat reageren of hoe een rechter in nieuwe zaken beslist. Wel is zeker dat iedere belastingplichtige bij wie dit speelt individueel – en vooral tijdig – bezwaar moet maken.

Neemt u gerust contact met ons op als u hierover vragen heeft. Wij helpen u graag. U bereikt ons via [email protected] of 036-737376.

Wanneer moet vakantiegeld worden betaald – en wanneer is afwijking daarvan toegestaan?

Op 16 mei jl. verschenen er berichten in de media dat tussen de 5% en 8% van de werknemers aangeeft dat hun werkgever geen vakantiegeld wil uitbetalen vanwege de coronacrisis. Nog eens 11% van de werknemers weet niet of hun werkgever vakantiegeld zal uitkeren. Wat zijn nu eigenlijk de regels en wanneer mag je daarvan afwijken? Volgens artikel 17 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag wordt het tot en met 31 mei opgebouwde vakantiegeld in juni uitbetaald. Daar mag bij schriftelijke overeenkomst van worden afgeweken, mits de uitbetaling ten minste eenmaal per jaar plaatsvindt.

Veel bedrijven hebben in een arbeidsovereenkomst of personeelsreglement opgenomen dat het vakantiegeld in mei wordt uitbetaald. Van het overeengekomen betalingsmoment van vakantiegeld mag (ook) in deze coronatijden worden afgeweken. Op voorwaarde dat de werknemer hier schriftelijk mee instemt. Als het moment van uitbetaling van vakantiegeld vastligt in een cao, mag formeel slechts van dat moment worden afgeweken, als die cao in een mogelijkheid tot afwijking voorziet.

Tip

Als een werkgever zwaarwegende redenen heeft om van het gebruikelijke betalingsmoment van betaling van vakantiegeld af te wijken, moet dit altijd gebeuren in overleg met de werknemers. Daarmee wordt namelijk van de wet afgeweken. Het is in dat geval raadzaam om instemming van individuele werknemers over het latere betalingsmoment van vakantiegeld schriftelijk vast te leggen en werknemers die verklaring te laten ondertekenen.

 

Hoe krijg ik als particulier subsidie voor mijn elektrische auto?

Wanneer u als particulier een nieuwe of gebruikte elektrische auto koopt kunt u naar verwachting vanaf 1 juli 2020 subsidie krijgen. Het maakt niet uit of u een nieuwe of gebruikte elektrische auto koopt. De subsidie Elektrische personenauto’s particulieren geldt ook voor particulieren die privé een elektrische auto willen leasen,

Aanvraag subsidie via DigiD indienen

U kunt de subsidie Elektrische personenauto’s particulieren aanvragen vanaf waarschijnlijk 1 juli 2020 via de website van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). De aanvraag indienen gaat met gebruik van uw DigiD.

Pas in juli 2020 inschrijven

Op dit moment is de subsidieregeling Elektrische personenauto’s particulieren in consultatie. De overheid biedt u daarmee de mogelijkheid te reageren voordat de subsidie definitief wordt. De subsidieregeling is nu dus nog niet definitief. Na verwerking van de reacties wordt deze naar verwachting in mei of juni gepubliceerd in de Staatscourant. Particulieren kunnen zich dan waarschijnlijk  vanaf 1 juli 2020 aanmelden voor de subsidieregeling. De regeling geldt voor elektrische personenauto’s die zijn gekocht nadat de regeling in de Staatscourant is gepubliceerd.

Geen subsidie voor plug-in hybride auto’s

Plug-in hybride auto’s zijn auto’s die kunnen rijden op elektriciteit en op fossiele brandstoffen. Deze auto’s rijden gemiddeld zuiniger dan auto’s die alleen op fossiele brandstoffen rijden. Maar zij stoten nog steeds CO2 uit. Hiermee zijn ze op de lange termijn geen oplossing voor het klimaatprobleem. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat in 2030 alle nieuwe auto’s die op de markt komen emissieloos zijn. Daarom zet de overheid de subsidie alleen in op 100% elektrische auto’s.

Reden voor de subsidieregeling Elektrische personenauto’s particulieren

Elektrische auto’s stoten geen broeikasgassen uit, zijn goed voor het klimaat en de schone lucht. Met de subsidie wil het kabinet elektrisch autorijden voor meer mensen aantrekkelijk maken. Ook komen er meer nieuwe elektrische auto’s op de markt, waardoor de markt voor nieuwe en gebruikte auto’s groter wordt. Dit maakt de overstap naar een elektrische auto kleiner.

 

Bron: Rijksoverheid.nl

Nieuwe fiscale tegemoetkomingen toegevoegd aan Besluit noodmaatregelen coronacrisis

Het besluit met fiscale tegemoetkomingen vanwege de coronacrisis is voor de tweede maal geactualiseerd. Er zijn nieuwe onderwerpen toegevoegd die per Kamerbrief al waren aangekondigd, zoals een verlaging van het gebruikelijk loon en een versoepeling van het urencriterium. Verder is het onderdeel over administratieve verplichtingen rondom de loonheffingen verduidelijkt en zijn enkele onderdelen gegroepeerd en vernummerd. Het besluit van 22 april 2020 is met dit nieuwe besluit ingetrokken.

Nieuwe onderwerpen

De volgende onderwerpen zijn aan het Besluit noodmaatregelen coronacrisis toegevoegd:

  • Termijn indienen teruggaaf energiebelasting (EB) en opslag duurzame energie- en klimaattransitie ODE (onderdeel 2.5);
  • Verlaging van het gebruikelijk loon bij omzetdaling (onderdeel 6.3);
  • Eenmalige en tijdelijke verhoging voor het jaar 2020 van de vrije ruimte van de werkkostenregeling van 1,7% naar 3% voor de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom (onderdeel 6.4);
  • Versoepeling van het urencriterium. Ondernemers die belastingplichtig zijn voor de inkomstenbelasting worden, in de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 mei 2020, geacht ten minste 24 uren per week aan de onderneming(en) te hebben besteed (onderdeel 8.2);
  • Fiscale coronareserve voor bedrijven die belastingplichtig zijn voor de vennootschapsbelasting (onderdeel 8.3);
  • Eigenwoningrente en betaalpauze voor rente en aflossing eigenwoningschuld (onderdeel 11).

Voorwaarden fiscale coronareserve in de vennootschapsbelasting

In het besluit geeft staatssecretaris Vijlbrief van Financiën onder andere de voorwaarden aan voor het vormen van de fiscale coronareserve in de vennootschapsbelasting. Hiermee kunnen bedrijven het zogenoemde ‘coronagerelateerde verlies’ dat zich naar verwachting in het boekjaar 2020 voordoet, als reserve geheel of gedeeltelijk ten laste van de winst van het boekjaar 2019 brengen. De volgende vijf voorwaarden gelden:

  1. Er is sprake van een verwacht ‘coronagerelateerd verlies’ in het boekjaar 2020. Hieronder wordt verstaan het over het boekjaar 2020 verwachte verlies in de zin van artikel 20, eerste lid, Wet Vpb 1969, voor zover dat verlies verband houdt met de gevolgen van de coronacrisis. Dat is bijvoorbeeld het geval voor zover sprake is van een verlies door omzetderving vanwege de door de overheid genomen coronamaatregelen.
  2. Het verwachte coronagerelateerde verlies kan niet groter zijn dan het totale verlies dat de belastingplichtige verwacht over het boekjaar 2020. Vorming van een coronareserve is dus niet mogelijk als de inschatting is dat over het boekjaar 2020 een positieve belastbare winst wordt genoten. De belastingplichtige maakt zelf een zo goed mogelijke inschatting van de verwachte omvang van het coronagerelateerde verlies.
  3. De dotatie aan de coronareserve in het boekjaar 2019 bedraagt maximaal de winst over het boekjaar 2019 die zou gelden zonder de vorming van deze reserve.
  4. De reserve wordt uiterlijk in het boekjaar 2020 volledig in de winst opgenomen. Bij het opnemen van de fiscale coronareserve in de winst dienen dezelfde bepalingen van toepassing te zijn bij het bepalen van de winst als bij de vorming van deze reserve in het daaraan voorafgaande boekjaar.
  5. De dotatie aan de coronareserve wordt in de aangifte vennootschapsbelasting 2019 opgenomen in de rubriek overige fiscale reserves. De vrijval in het boekjaar 2020 wordt als onttrekking in deze rubriek opgenomen in de aangifte vennootschapsbelasting 2020.

Hoe kan ik btw op onbetaalde facturen terugvragen?

Als u een factuur met btw naar een klant stuurt, moet u de btw in deze factuur opnemen in de btw aangifte over het tijdvak waarin de factuur is opgemaakt.
Als de klant de factuur vervolgens niet betaalt, dan kunt u de afgedragen btw weer terugvragen van de belastingdienst.

Dat moet u doen in de periode waarin komt vast te staan dat de factuur niet betaald wordt. Als de curator in een faillissement u bericht stuurt dat er geen betalingen meer te verwachten zijn, dan kunt u de afgedragen btw op dat moment terugvragen.
Een vordering is in ieder geval oninbaar als er 1 jaar na de overeengekomen betaaldatum nog geen betaling is ontvangen.

U vraagt de btw terug door de niet betaalde facturen in mindering te brengen op de omzet bij vraag 1a of 1b in de aangifte.
Doe dat echter wel in de periode waarin de oninbaarheid is komen vast te staan.
Vraagt u de btw te laat terug, dan loopt u het risico dat de Belastingdienst uw teruggave weigert. Een aantal rechters besliste al dat de Belastingdienst dit mag als u te laat bent.

Als de klant later toch nog betaald dat neemt u de ontvangen bedragen weer op als omzet bij vraag 1a of 1b.

 

Loop voor 2020 geen loonkostenvoordeel mis

Heeft u of neemt u in 2020 oudere voormalig werkloze, scholingsbelemmerde of arbeidsgehandicapte/arbeidsbeperkte werknemers in dienst? Dan heeft u mogelijk recht op een fiscale subsidie (een loonkostenvoordeel) van maximaal € 6.000 per werknemer per jaar.

Hiervoor gelden wel diverse voorwaarden. Zo moet de werknemer afkomstig zijn uit één van de aangewezen doelgroepen en moet hij een doelgroepverklaring aan u hebben uitgereikt. Ga dan ook na of een doelgroepverklaring is aangevraagd.

Wegens de coronacrisis heeft het UWV de aanvraagtermijn voor een doelgroepverklaring loonkostenvoordeel (LKV) tijdelijk met drie maanden verlengd. Voor alle doelgroepverklaringen die worden aangevraagd voor dienstverbanden die zijn gestart tussen 1 januari 2020 en 1 juni 2020, geldt nu een aanvraagtermijn van zes maanden.

Neemt u gerust contact met ons op als u hierover vragen heeft. Wij helpen u graag. U bereikt ons via [email protected] of 036-7370376.

Urencriterium harde eis voor Tozo-regeling

Zelfstandigen, geraakt door de coronacrisis, kunnen een beroep doen op extra inkomensondersteuning via de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo). De zelfstandige moet dan wel voldoen aan het urencriterium van minimaal 1.225 uur per jaar (24 uur per week). Staatssecretaris Van Ark (SZW) is niet van plan om die eis te versoepelen. Dat blijkt uit antwoorden op Kamervragen over de Tozo-regeling.

Urencriterium
Wie niet voldoet aan het urencriterium is volgens de definitie van de Tozo geen zelfstandige en heeft geen recht op een Tozo-uitkering. Een eenduidige toepassing van dit criterium zorgt voor een duidelijke afbakening voor de uitvoeringspraktijk, aldus de staatssecretaris. Met het urencriterium wordt tot uitdrukking gebracht dat de uitoefening van het bedrijf of beroep een reëel karakter met een substantieel tijdsbeslag moet hebben. Daarom is de staatssecretaris niet van plan het urencriterium aan te passen of naar rato toe te laten passen. Zij vindt het urencriterium ook geen onredelijk hoge eis. Door dit criterium te hanteren kunnen veel parttime zzp’ers al in aanmerking komen voor de Tozo-regeling.

Wie niet aan het urencriterium voldoet, is aangewezen op arbeid in dienstbetrekking en kan bij een inkomen onder de bijstandsnorm eventueel een beroep doen op bijstand op grond van de Participatiewet.

DGA
Ook dga’s kunnen een beroep doen op de Tozo, als zij voldoen aan de criteria. Van Ark verduidelijkt dat de dga die een beroep wil doen op de Tozo moet verklaren dat er door de coronacrisis inkomensdaling is waardoor zijn/haar inkomen tot onder sociaal bijstandsniveau is gedaald. Bovendien moet de dga verklaren dat hij/zij, alleen of samen met andere in de bv werkzame personen meer dan 50% van de aandelen heeft. Daarnaast heeft de dga, evenals andere zelfstandigen die gebruik maken van de Tozo, de plicht om uit eigen beweging inlichtingen te verstrekken die relevant zijn voor het recht op en de hoogte van de bijstand.

Loonkostensubsidie en NOW
In de aanbiedingsbrief bij de antwoorden op de Kamervragen over de Tozo, komt de staatssecretaris nog terug op de verplichting voor werkgevers om een toegekende NOW-subsidie te melden bij de gemeente van wie zij een loonkostensubsidie op grond van de Participatiewet ontvangen. De bedoeling van deze verplichting was een eventuele verrekening van de NOW-subsidie met de loonkostensubsidie om dubbele financiering van loonkosten te voorkomen. Die verrekening is echter moeilijk dan wel niet uitvoerbaar. Daarom laat de staatssecretaris deze werkgeversverplichting vervallen.

 

Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, 10 april 2020, nr. 2020-0000052676

 

Bijlage: Antwoorden Kamervragen Tozo

Coronacrisis: Gebruikelijk loon dga mag omlaag

Als de coronacrisis grote gevolgen heeft voor de omzet en liquiditeit van een bv, mogen de bv en aanmerkelijkbelanghouder gedurende 2020 tijdelijk een lager maandloon afspreken. Aan het einde van het jaar stelt de bv het gebruikelijk jaarloon voor 2020 vast en vermeldt dit in de aangifte loonheffingen.   

Voor een aanmerkelijkbelanghouder (ab-houder) mag u het gebruikelijk loon voor 2020 dus achteraf bepalen. Dan is duidelijker wat de impact is van de coronacrisis op de bv. U hebt dan meer inzicht in het bepalen van de hoogte van het gebruikelijk jaarloon.

Niet met terugwerkende kracht verlagen

Loon dat de ab-houder al genoten heeft over verstreken perioden in 2020, kan niet teruggedraaid worden. De bv en ab-houder kunnen alleen over toekomstige maanden in 2020 het loon verlagen.

Verlaging in aangiften loonheffingen

Bij verlaging van het maandloon vermeldt u in de aangiften loonheffingen het loon dat de ab-houder heeft genoten, inclusief het eventuele loon in natura (bijvoorbeeld privégebruik auto). Uiterlijk aan het einde van het kalenderjaar of op het moment waarop de dienstbetrekking eindigt, bepaalt u wat het gebruikelijk loon voor het jaar 2020 is. Als de bv te weinig loon heeft betaald, moet de bv het verschil als loon aangeven en daarover loonheffingen berekenen.

Verzoek om vooroverleg hoeft niet

De bv en ab-houder mogen een tijdelijk lager loon overeenkomen. Daar is geen verzoek om instemming van of vooroverleg met de Belastingdienst voor nodig. U hoeft dus geen verzoek om vooroverleg in te dienen.

Bron: Belastingdienst/Forum Fiscaal dienstverleners

Ik wil mijn auto graag uit de zaak naar privé halen. Kan dat?

Een veelgestelde vraag: Ik heb mijn auto nu al vijf jaar op de zaak staan en de bijtelling van (bijvoorbeeld) 22% van de cataloguswaarde vind ik toch wel hoog. Kan ik deze naar privé halen?

Het antwoord op deze vraag is afhankelijk van uw situatie. Drijft u uw onderneming middels een rechtspersoon (meestal een BV) of in een eenmanszaak?

  • Als de auto op naam een een BV staat dan kunt u de auto altijd naar privé overbrengen.Een BV is een rechtspersoon. Als de BV destijds de auto heeft gekocht door middel van een koopovereenkomst, dan is de BV de eigenaar.
    Door middel van een overeenkomst tussen u en de BV kunt de auto van de BV kopen. Als u dga (directeur-grootaandeelhouder) bent dan dient u deze overeenkomst wel schriftelijk vast te leggen.
  • Als u een eenmanszaak heeft dan is het niet zonder meer mogelijk om de auto naar privé over te brengen. U bént namelijk zelf de eenmanszaak en heeft er destijds bij de aankoop voor gekozen om de auto op de zaak te zetten. In fiscale termen heet dat: U heeft de auto zakelijk geëtiketteerd.
    En als u een bedrijfsmiddel zakelijk geëtiketteerd hebt, dan kunt u dit niet zonder meer wijzigen.
    Dat is alleen maar mogelijk als er sprake is van een bijzondere omstandigheid, zoals bijvoorbeeld bij het staken van de onderneming.
    Het feit dat de auto inmiddels vijf jaar oud is en dat de bijtelling als te hoog wordt ervaren is in ieder geval geen bijzonder omstandigheid.

Overigens zal de overdracht naar privé altijd tegen de waarde in het economisch verkeer op dat moment moeten plaatsvinden.