Hoe zit het met rente over mijn belastingaangifte

Als u een belastingaanslag ontvangt, dan wordt daarop soms ook rente berekend. Hoe zit dat?

Als u uw aangifte inkomstenbelasting 2020 vóór 1 mei 2021 indient, dan wordt er normaal gesproken geen belastingrente berekend. Alleen als achteraf blijkt dat er een fout in de aangifte is gemaakt, kan nog rente berekend worden.

Als de aangifte ná 1 mei wordt ingediend én de aanslag wordt na 1 juli 2021 opgelegd, dan wordt er 4% belastingrente berekend over de periode vanaf 1 juli tot zes weken na de dagtekening van de aanslag.

Voor de vennootschapsbelasting geldt ook dat rente wordt berekend over de periode vanaf 1 juli tot zes weken na de dagtekening van de aanslag. Deze rente bedraagt normaal gesproken 8%, maar in verband met de coronacrisis is dit tot en met 31 december 2021 verlaagd naar 4%.

De rente kan natuurlijk voorkomen worden door tijdig aangifte te doen. Als dat niet lukt, dan kan de rente in ieder geval beperkt worden door een voorlopige aangifte in te dienen.

Het bovenstaand betreft belastingrente. Daarnaast kunt u ook nog met invorderingsrente te maken krijgen als u een aanslag niet, of niet op tijd, betaalt.
Deze rente bedraagt normaal 4%, maar is ook tot en met 31 december 2021 verlaagd naar 4%.

Btw-aftrek voor actieve holding met deelneming

Houdt uw holding zich bezig met het verwerven, houden van en verkoop van deelnemingen? In bepaalde gevallen komt de btw op de kosten hiervan voor aftrek in aanmerking. Dat kan echter alleen als de holding jegens de deelneming belaste prestaties verricht.

Een holding heeft recht op aftrek van btw, als zij een deelneming verwerft aan wie ze een of meer belaste prestaties verricht. Het betreft de btw op de verwervingskosten, zoals de kosten van juridische adviseurs. Indien meerdere deelnemingen worden verworven, terwijl niet aan alle deelnemingen belaste prestaties worden verricht, komt de btw slechts ten dele (pro rata) in aftrek.

Het Europese Hof oordeelde dat in dergelijke gevallen de belaste verhuur van een gebouw aan de verworven deelneming, ook moet worden gezien als een btw-belaste prestatie. Om die reden bestond volgens het Hof recht op aftrek van de btw op de verwervingskosten van de holding. Uit eerdere rechtspraak van het Europese Hof volgt dat het bij belaste prestaties moet gaan om handelingen, zoals het verrichten van administratieve, boekhoudkundige, financiële, commerciële, IT- en technische diensten. Volgens het Hof gaat het hier om voorbeelden die geen limitatieve opsomming vormen.

Uit een uitspraak van het Europese Hof eind 2020volgt dat een holding de voorbelasting mag aftrekken die drukt op afgenomen adviesdiensten voor een marktonderzoek met het oog op de verwerving van aandelen van een andere vennootschap, ondanks dat deze verwerving uiteindelijk niet heeft plaatsgevonden.

In diezelfde casus had de holding provisies betaald aan een kredietinstelling voor het regelen en tot stand brengen van een obligatielening voor investeringen in een bepaalde sector. Uiteindelijk vonden die investeringen niet plaats en werd het opgehaalde kapitaal volledig ter beschikking gesteld van de moedermaatschappij in de vorm van een lening. Het Hof oordeelde dat onder die omstandigheden de betaalde btw over de provisie niet voor aftrek in aanmerking komt bij de holding.

In een casus waarbij de aandelenoverdracht tot doel had om de opbrengst van de overdracht te gebruiken voor het aflossen van de schulden van het concern aan de bank, oordeelde het Europese Hof dat geen aftrekrecht bestond. Het betrof de btw op kosten in het kader van een voorgenomen aandelenoverdracht door de moedermaatschappij. De moedermaatschappij verrichtte btw-belaste IT- en beheerdiensten aan één van de onderdelen van het concern. De bank was de nieuwe eigenaar van het concern geworden. Volgens het Hof vormt een dergelijke aandelenoverdracht geen handeling die bestaat in het verkrijgen van duurzame opbrengsten uit activiteiten die verder gaan dan de enkele verkoop van aandelen. Daarom valt deze overdracht niet binnen de werkingssfeer van de btw en bestaat geen aftrekrecht.

Neemt u gerust contact met ons op als u hierover vragen heeft. Wij helpen u graag. U bereikt ons via [email protected] of 036-547 2019.

Loop voor 2021 geen loonkostenvoordeel mis

Heeft u of neemt u in 2021 oudere voormalig werkloze, scholingsbelemmerde of arbeidsgehandicapte/arbeidsbeperkte werknemers in dienst? Dan heeft u mogelijk recht op een fiscale subsidie (een loonkostenvoordeel) van maximaal € 6.000 per werknemer per jaar.

Hiervoor gelden wel diverse voorwaarden. Zo moet de werknemer afkomstig zijn uit één van de aangewezen doelgroepen en moet hij een doelgroepverklaring aan u hebben uitgereikt. Ga dan ook na of een doelgroepverklaring is aangevraagd.

Neemt u gerust contact met ons op als u hierover vragen heeft. Wij helpen u graag. U bereikt ons via [email protected] of 036-547 2019.

Vijlbrief: ‘Betalingskorting van 1 euro was onvermijdelijk’

ZZP’ers die hun voorlopige aanslag dit jaar in één keer betalen, kunnen een korting tegemoet zien van wel 1 euro. In een antwoord op Kamervragen legt staatssecretaris Vijlbrief uit waar dit bedrag vandaan komt.

Betalingskorting

Met een korting van 4% leverde het in één keer betalen van de voorlopige belastingaanslag tot dit jaar al gauw enkele tientjes voordeel op. De afgelopen jaren zat er een stijgende lijn in het aantal belastingplichtigen dat van deze korting gebruik maakten. In 2020 betaalde 57% van de 1,5 miljoen aangeslagen Nederlanders het verschuldigde bedrag in zijn geheel en vóór 28 februari.

Fors verlaagd

Dit jaar is de betalingskorting echter fors verlaagd. Dit houdt verband met het verlagen van de invorderingsrente. Vanwege de COVID-19-crisis heeft het kabinet het rentepercentage van de in rekening te brengen invorderingsrente van 23 maart 2020 tot en met 31 december 2021 verlaagd van 4% naar 0,01%. Dit om uitstel van betaling van belastingschulden voor ondernemers mogelijk te maken zonder dat deze ondernemers hierbij worden geconfronteerd met hoge rentelasten.

‘Had beter moeten worden uitgelegd’

Vijlbrief: ‘Voor meer informatie op dit punt verwijst de bijsluiter naar de website van de Belastingdienst. Daarmee is de verlaagde betalingskorting voor de ontvangers van de brief wel toegelicht, maar ik kan me voorstellen dat niet iedereen de bijsluiter van de brief leest, waardoor het lage bedrag aan betalingskorting verbazing heeft gewekt. Zeker in die gevallen waar de betalingskorting nog maar 1 euro betrof. Het was beter geweest meteen in de tekst, na de zin “Bij betaling in één keer van de totale aanslag krijgt u een betalingskorting van (PM)” aan te geven waarom de betalingskorting dit jaar lager is dan normaal. We nemen deze les mee bij volgende brieven over dit onderwerp.’

Hogere korting niet mogelijk

Een hogere betalingskorting was volgens de staatssecretaris dit jaar niet mogelijk. De hoogte van de betalingskorting is gekoppeld aan het rentepercentage van de in rekening te brengen invorderingsrente. Deze koppeling is wettelijk geregeld in artikel 27a, derde lid, van de Invorderingswet 1990. Omdat de koppeling tussen de betalingskorting en het percentage in rekening te brengen invorderingsrente wettelijk is vastgelegd, heeft de Belastingdienst geen ruimte om de berekeningsmethode van de betalingskorting hiervan los te koppelen. Hij erkent dat de verlaging van de invorderingsrente een ongunstig effect heeft voor het bedrag dat aan betalingskorting kan worden ontvangen. Uitvoeringstechnisch was het niet mogelijk het percentage betalingskorting níet te laten meebewegen met het percentage voor de te rekenen invorderingsrente.

Vraag de btw op de instandhoudingskosten van uw leegstaande pand terug

Bent u eigenaar/verhuurder van een pand dat tijdelijk leeg staat? De Hoge Raad en de Staatssecretaris van Financiën geven aanwijzingen over de mate van aftrek van de btw op dergelijke instandhoudingskosten.

Uit een arrest van de Hoge Raad en een besluit van de Staatssecretaris van Financiën blijkt dat u de btw op de instandhoudingskosten van uw pand gedurende de periode van leegstand kunt terugvragen. Daarvoor geldt als voorwaarde dat het pand kan worden gebruikt voor zowel btw-belaste prestaties als btw-vrijgestelde prestaties. Daarnaast heeft u mogelijk recht op teruggaaf van zogenoemde herzienings-btw.

Neemt u gerust contact met ons op als u hierover vragen heeft. Wij helpen u graag. U bereikt ons via [email protected] of 036 – 547 2019.

Ook in 2021 meer mogelijkheden voor onbelaste vergoedingen en verstrekkingen aan uw werknemers

Heeft u werknemers in dienst aan wie u vergoedingen en verstrekkingen geeft die u in de werkkostenregeling (hierna wkr) onderbrengt? Dan heeft u ook in 2021 weer meer mogelijkheden om dit onbelast te doen.

U kunt bij de meeste vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen kiezen om deze óf bij de individuele werknemer te belasten in de loonheffing óf deze aan te wijzen in de vrije ruimte van de werkkostenregeling (hierna wkr). Past u de wkr toe, dan kunt u gebruik maken van een aantal expliciete vrijstellingen (de zogenaamde gerichte vrijstellingen). Is er geen gerichte vrijstelling, dan komt de vergoeding, verstrekking of terbeschikkingstelling ten laste van de vrije ruimte. Deze vrije ruimte zou in 2021 weer 1,7% van de eerste € 400.000 van de loonsom en 1,18% van de loonsom daarboven bedragen. Is de vrije ruimte volledig benut, dan betaalt u over het meerdere 80% heffing.

Voor het jaar 2021 is de vrije ruimte voor de eerste € 400.000 van de loonsom per werkgever echter weer verhoogd naar 3%. Dit betekent dat de vrije ruimte maximaal € 5.200 hoger wordt dan in eerste instantie voorzien. In 2021 is de vrije ruimte van de loonsom boven € 400.000 wel gedaald van 1,2% naar 1,18%. De vrije ruimte van de eerste € 400.000 bedraagt vanaf 2022 weer 1,7%.

Benut daarom de extra ruimte die u in 2021 nog heeft. Te denken valt aan het onbelast verstrekken van een kerstpakket of cadeaubon maar ook aan benodigdheden voor het inrichten van een thuiswerkplek.

Neemt u gerust contact met ons op als u hierover vragen heeft. Wij helpen u graag. U bereikt ons via 036-547 2019 of [email protected]

Waarom moet ik btw bijtellen over het privé gebruik van mijn zakelijke auto?

Als u één of meer personenauto’s of bestelauto’s in uw onderneming en gebruikt u (of uw personeel,) deze auto’s ook privé, dan moet u in de laatste btw-aangifte van het jaar een correctie maken op de btw.

U heeft immers de btw bij aanschaf van de auto, en de btw op onderhoud en brandstof, volledig in uw btw aangiften afgetrokken. Omdat u de auto ook privé gebruikt moet u aan het eind van het jaar hiervoor een correctie maken. Als privé persoon heeft u immers geen mogelijkheid om de btw af te trekken.

Als u een sluitende kilometeradministratie bijhoudt, en dus een duidelijke splitsing van het privé en zakelijk gebruik kunt maken, dan kunt u met een rekenhulp op de website van de belastingdienst bepalen hoeveel btw u moet bijtellen.

Als u geen kilometeradministratie bijhoudt dan is de bijtelling forfaitair vastgesteld op 2,7% van de cataloguswaarde van de auto.  Vanaf het vijfde jaar na het jaar van aanschaf van de auto wordt dit percentage verlaagd naar 1,5%

Als u bij aankoop van een auto geen btw heeft afgetrokken (bijvoorbeeld bij aanschaf van een marge-auto of een auto die u van een particulier hebt gekocht)? Dan gebruikt u voor de berekening van het privégebruik 1,5% in plaats van 2,7%.

En wat als ik nu een privé auto ook zakelijk gebruik?

Dit is dus de omgekeerde situatie. U heeft uw auto privé en betaalt alle kosten van aanschaf, onderhoud, brandstof etc. privé (inclusief btw).
Maar omdat u de auto ook zakelijk gebruikt, kunt u ook een deel van de privé betaalde btw via uw btw-aangifte terugvragen.

  • Als u een sluitende kilometeradministratie bijhoudt, mag u de privé betaalde btw op onderhoud en brandstof naar rato van het zakelijke gebruik u in de laatste btw-aangifte van het jaar aftrekken.
  • Hebt u geen (kilometer)administratie waaruit het privégebruik blijkt? Dan mag u alle btw over het onderhoud en gebruik aftrekken. Vervolgens moet u aan het einde van het jaar de afgetrokken btw corrigeren wegens het privégebruik. Dit doet u door 1,5% van de catalogusprijs (inclusief btw en bpm) aan te geven als verschuldigde btw.

Tot slot
Het bovenstaande geldt alleen voor ondernemers die btw belaste prestaties leveren.

Is het gebruikelijk loon nog op de juiste hoogte vastgesteld?

Beoordeel of het gebruikelijk loon nog op het juiste bedrag is vastgesteld. Houd bij deze beoordeling ook rekening met de verhoging van het normbedrag van € 46.000 naar € 47.000.

Aanmerkelijk belanghouders of hun partners die werkzaamheden verrichten voor de eigen bv moeten een gebruikelijk loon ontvangen van het hoogste van één van de volgende bedragen:

  • 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking;
  • het hoogste loon van de werknemers die in dienst zijn van de bv of met de bv verbonden lichamen;
  • € 47.000.

Het normbedrag van € 47.000 was in 2020 nog een bedrag van € 46.000. Veelal zal het gebruikelijk loon minimaal dit bedrag zijn, maar in bepaalde situaties is ook een lager loon mogelijk. Zorg dat uw loon in ieder geval niet te laag is. In dat geval kan de Belastingdienst namelijk naheffingsaanslagen met rente en boete opleggen.

Het is nog niet duidelijk of in navolging van het jaar 2020 ook voor het jaar 2021 een bijzondere regeling geldt voor het bepalen van het gebruikelijk loon wegens het coronavirus. Deze regeling gold tot 31 december 2020. Dat betekent dat per 2021 er (nog) geen mogelijkheid is tot het, wegens corona, verlagen van het gebruikelijk loon.

Neemt u gerust contact met ons op als u hierover vragen heeft. Wij helpen u graag. U bereikt ons via [email protected] of 036-547 2019.

Beoordeel de onbelaste vergoedingen vanaf januari 2021

Werken uw werknemers (verplicht) thuis vanwege corona? En lopen de huidige vergoedingen en verstrekkingen gewoon door? Dan is dit door een goedkeuring mogelijk tot en met 31 december 2020. Onlangs werd bekend dat voor vaste reiskostenvergoedingen dit geldt tot en met 31 januari 2021.

Door een goedkeuring hoeft het thuiswerken geen gevolgen te hebben voor vaste reiskostenvergoedingen en andere vaste onkostenvergoedingen tot en met 31 december 2020. Dit betekent dat u tot en met 31 december 2020 op dezelfde wijze kan blijven vergoeden als vóór de coronacrisis.

Voor vaste reiskostenvergoeding is onlangs een verlenging van deze goedkeuring tot en met 31 januari 2021 bekendgemaakt. In januari 2021 wordt door het kabinet teruggekomen op een eventuele verdere verlenging.

De verlenging geldt echter niet voor de andere vaste kostenvergoedingen. Voor deze vergoedingen mag u vanaf 1 januari 2021 daarom niet meer uitgaan van de aangenomen feiten waarop deze vergoedingen vóór de coronacrisis waren gebaseerd. Beoordeel daarom of het onbelast vergoeden nog wel mogelijk is vanaf 1 januari 2021.

Neemt u gerust contact met ons op als u hierover vragen heeft. Wij helpen u graag. U bereikt ons via [email protected] of 036 – 547 2019.

De belangrijkste belastingwijzigingen per 1 januari 2021

De Eerste Kamer heeft dinsdag ingestemd met het pakket Belastingplan 2021. Wat zijn de belangrijkste wijzigingen? Vooruitlopend op de goedkeuring door de Koning en de publicatie van de wet geeft het ministerie van Financiën alvast een overzicht van de belangrijkste wijzigingen in de belastingen per 2021.

Overdrachtsbelasting

Vanaf 2021 betalen woningkopers jonger dan 35 jaar, die een huis kopen en daar zelf in gaan wonen, eenmalig geen overdrachtsbelasting. Dat scheelt hen 2% van de aankoopprijs. Het kabinet wil daarmee de toegang voor starters tot de woningmarkt verbeteren. Vanaf 1 april 2021 geldt de aanvullende voorwaarde dat de woning niet duurder mag zijn dan € 400.000. Kopers van 35 jaar of ouder die in de woning gaan wonen betalen 2%. Andere kopers, zoals beleggers, gaan 8% betalen.

Sparen

Spaarders en kleine beleggers met een vermogen tot € 50.000 (of € 100.000 met fiscaal partner) betalen vanaf 2021 geen belasting meer over dat vermogen. Het tarief van de belasting gaat wel iets omhoog van 30% naar 31%. Het aantal kleine spaarders en beleggers dat box 3-belasting betaalt daalt hierdoor met bijna 1 miljoen mensen. En het betekent dat iedereen met spaargeld of belegd vermogen tot € 220.000 (of € 440.000 met fiscaal partner) daarover minder belasting gaat betalen.

Heffingskortingen

De verhoging van de arbeidskorting uit 2022 wordt een jaar naar voren gehaald. Deze verhoging komt bovenop een al eerder geplande verhoging voor 2021. De algemene heffingskorting gaat € 126 omhoog. In 2021 daalt het basistarief in de inkomstenbelasting van 37,35% naar 37,10%. Tot slot wordt ook de ouderenkorting verhoogd.

In 2021 gaat de maximale inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK) met € 66 omlaag naar € 2.815. Door een uitspraak van de Hoge Raad krijgt een ruimere groep co-ouders recht op de IACK. Om de IACK betaalbaar te houden, verlaagt het kabinet daarom eenmalig deze korting in 2021.

Belastingen voor het klimaat

Internationaal vliegen wordt in tegenstelling tot de auto, bus of trein nu niet belast, maar levert tegelijkertijd wel een bijdrage aan de (wereldwijde) uitstoot. Daarom wordt per 1 januari 2021 een vliegbelasting ingevoerd. Luchthavens zullen dan per passagier die vanaf een Nederlandse luchthaven vertrekt, de belasting aan de luchtvaartmaatschappij in rekening brengen. Het tarief van de vliegbelasting voor 2021 is nu na correctie voor inflatie definitief vastgesteld op € 7,845.

Ook de CO2-heffing voor de industrie gaat in. De heffing stimuleert bedrijven op verstandige wijze om te verduurzamen.

De overheid stimuleert milieuvriendelijker rijden. De CO2-grenzen en tarieven in de bpm voor personenauto’s worden per 1 januari 2021 aangescherpt passend bij de technologische ontwikkeling van personenauto’s.

Aanpak belastingontwijking

Het ministerie meldt dat belastingontwijking volgend jaar verder wordt aangepakt met de bronbelasting op rente en royalty’s in. Met deze bronbelasting van 25% worden betalingen naar landen die geen of te weinig belasting heffen door Nederland belast en wordt ook de doorstroom via ons land tegengegaan.

Meldingsplicht grensoverschrijdende constructies

Intermediairs zoals belastingadviseurs, accountants en financiële instellingen zijn vanaf 1 januari 2021 verplicht om grensoverschrijdende constructies die gebruikt kunnen worden om belasting te ontwijken bij de Belastingdienst te melden.

Beperking verliesverrekening

Volgens het ministerie gaan multinationals eerlijker worden belast, met oog voor het vestigingsklimaat. ‘Juist in economisch zware tijden is het belangrijk dat sommige bedrijven niet méér mogelijkheden hebben om hun belastingdruk te verlagen dan andere.’ Het verrekenen van verliezen bij bedrijven wordt daarom per 2021 beperkt.

intermediairdagenMKB

Meer MKB-bedrijven gaan in de komende jaren het lagere vpb-tarief betalen. Vanaf 2021 geldt het lage tarief van 15% voor winsten tot € 245.000 in plaats van € 200.000.

Zelfstandigenaftrek

De zelfstandigenaftrek wordt de komende jaren stapsgewijs afgebouwd. Per 1 januari 2021 wordt de zelfstandigenaftrek daarbij verlaagd van € 7.030 naar € 6.670. Hiermee wil het kabinet de fiscale verschillen tussen zelfstandigen en werknemers kleiner maken.

BIK

Het kabinet wil bedrijven stimuleren om investeringen te doen met een nieuwe investeringskorting, de Baangerelateerde Investeringskorting (BIK). Deze tijdelijke regeling moet er voor zorgen dat bedrijven ook in deze tijden blijven investeren in bijvoorbeeld nieuwe machines.

De regeling geldt voor investeringen in 2021 of 2022. Bij grote investeringen in een jaar is de korting tot € 5 miljoen 3,9%, daarboven 1,8%. Bedrijven kunnen de investeringskorting verrekenen met de af te dragen loonheffing. De mogelijkheid om als fiscale eenheid gebruik te maken van de BIK, gaat pas later in. De Europese Commissie moet dit specifieke onderdeel nog goedkeuren. Als na deze goedkeuring de mogelijkheid om als fiscale eenheid gebruik te maken van de BIK gaat gelden, is dit met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2021. Als die  goedkeuring onverhoopt niet komt, zullen de percentages van de BIK met terugwerkende kracht tot 1 januari 2021 worden verhoogd. Bij grote investeringen in een jaar wordt de korting tot € 5 miljoen in dat geval 5%, daarboven 2,08%.

Verhoging tabaksaccijns

Sigaretten, rooktabak en sigaren worden in 2020 duurder. Zo wordt een pakje van 20 sigaretten wordt per 1 januari 12 cent duurder. Een pakje shag van 50 gram wordt per 1 januari 30 cent duurder.