Definitieve forfaitaire rendementen box 3 2022 gepubliceerd

De staatssecretaris van Financiën heeft de regeling gepubliceerd met de definitieve forfaits van de Wet rechtsherstel box 3 voor 2022. De forfaits wijken op twee punten af van de voorlopige forfaits voor de verschillende categorieën van box 3 in 2022. Het forfait voor bank- en spaartegoeden is verlaagd van 0,01% naar 0,00%. Het forfait voor schulden is verlaagd van 2,46% naar 2,28%. Het forfait voor overige bezittingen (5,53%) is niet gewijzigd. De regeling is op 16 maart 2023 in werking getreden en werkt terug tot en met 1 januari 2022.

Mogelijkheden aflossing coronabelastingschulden

Heeft u tot en met 31 maart 2022 gebruikgemaakt van het bijzonder uitstel van betaling van uw belastingen vanwege de coronacrisis? Dan heeft u vanaf 1 oktober 2022 van de Belastingdienst een betalingsregeling gekregen. Hiervoor gelden voorwaarden. Voldoet u aan de voorwaarden van deze betalingsregeling voor coronabelastingschulden?

U heeft van de Belastingdienst vanaf 1 oktober 2022 een betalingsregeling gekregen. Hierbij geeft de Belastingdienst u de gelegenheid om in 60 gelijke maandelijkse termijnen uw coronabelastingschulden af te lossen.

U moet de aflossingen maandelijks voldoen en bovendien u houden aan uw nieuw opkomende fiscale verplichtingen. Dit betekent dat u tijdig juiste aangiften indient en de daaruit voortvloeiende betalingsverplichtingen tijdig en volledig nakomt. Als u niet aan deze voorwaarden voldoet, kan de Belastingdienst de betalingsregeling intrekken.

Gelukkig zijn er een aantal mogelijkheden om af te wijken van deze standaard coronabetalingsregeling. Zo kunt u, onder voorwaarden, de mogelijkheid krijgen om de maandbedragen per kwartaal te voldoen. Daarnaast bestaat de mogelijkheid van een incidentele betaalpauze (één keer gedurende maximaal zes maanden). Tot slot krijgen sommige ondernemers, onder voorwaarden, de mogelijkheid om de aflossingstermijn van de coronabelastingschuld te verlengen van 5 naar 7 jaar.

Momenteel verstuurt de Belastingdienst brieven aan ondernemers die volgens de Belastingdienst niet aan de voorwaarden van betalingsregeling voldoen. De ondernemers worden in deze brief gemaand om zo snel mogelijk eventuele betalingsachterstanden in te halen. Heeft u zo’n brief gekregen, overleg dan met ons over uw mogelijkheden.

Neemt u gerust contact met ons op als u hierover vragen heeft. Wij helpen u graag. U bereikt ons via [email protected] of 036-2022 132.

Belastingrente voor bv’s per 1 maart 2023 naar 10,5%

Het percentage belastingrente dat verschuldigd is over aanslagen vennootschapsbelasting en bronbelasting gaat met ingang van 1 maart omhoog van 8 naar 10,5 procent. Het wordt daarom nog belangrijker om belastingrente te beperken/voorkomen door het aanvragen van een (nadere) voorlopige aanslag vennootschapsbelasting.

Met betrekking tot de vennootschapsbelasting sluit de belastingrente aan bij de wettelijke rente voor handelstransacties, maar minimaal 8%. Deze wettelijke rente is per 1 januari 2023 gestegen van 8% naar 10,5%. De verwerking van een rentewijziging vindt echter pas twee maanden later plaats. Dus de belastingrente met betrekking tot de vennootschapsbelasting bedraagt pas per 1 maart 2023 10,5%.

De belastingrente is verschuldigd als na verloop van zes maanden na het boekjaar een (voorlopige) aanslag wordt opgelegd. De belastingrente wordt voor belastingjaar 2022 berekend over de periode vanaf 1 juli 2023 (voor gebroken boekjaren: vanaf zes maanden na afloop van het boekjaar) tot zes weken na dagtekening van de (voorlopige) aanslag.

Om belastingrente te beperken of voorkomen, moet een verzoek tot herziening van de voorlopige aanslag 2022 voor 1 mei 2023 (voor gebroken boekjaren: voor de eerste dag van de vijfde maand na afloop van het boekjaar) worden ingediend. Belastingrente hoeft niet te worden betaald als de aangifte vennootschapsbelasting 2022 is ontvangen voor 1 juni 2023 (voor gebroken boekjaren: voor de eerste dag van de zesde maand na afloop van het boekjaar). ‘Daarbij geldt wel de aanname dat de (voorlopige) aanslag conform het verzoek respectievelijk de aangifte wordt vastgesteld. Ook voor eerdere jaren is het belangrijk zo nodig te verzoeken om een (aanvullende) voorlopige aanslag.’

De belastingrente was in verband met de coronacrisis tijdelijk verlaagd naar 4 procent (voor de Vpb), maar stond sinds 1 januari 2022  weer op het normale tarief van 8 procent.

Hoe moet je omgaan met een onverdeelde boedel en box 3?

De jaarlijks aangifteronde inkomstenbelasting gaat weer starten. Als je op peildatum 1 januari 2022 gerechtigd bent in een onverdeelde boedel, dan zul je de waarde hiervan moeten aangeven in box 3. Maar hoe moet je dat verwerken en hoe zit het met de erfbelasting die nog moet worden betaald? Spaargeld, overige bezittingen en schulden worden immers verschillend in de belastingheffing betrokken. Per vermogensbestanddeel moet je jouw aandeel daarin aangeven in box 3. Dus een aandeel in een ervenrekening geef je aan als banktegoed, maar een aandeel in bijvoorbeeld een verhuurde woning geef je aan bij overige onroerende zaken.

Dit was altijd al zo, maar veel mensen gaven het totale bedrag aan bij overige bezittingen. Voor de belastingheffing in box 3 had dat verder geen gevolgen. Maar nu maakt het wel degelijk uit of een boedel ook bank- en spaartegoeden omvat. Hoewel je belastingschulden niet als schuld in box 3 mag opnemen, geldt er een uitzondering voor de erfbelasting. Als er op de peildatum nog geen aanslag erfbelasting is opgelegd of de opgelegde aanslag is nog niet betaald, dan mag je de nog te betalen erfbelasting opnemen als schuld in box 3.

Let op

Voor schulden in box 3 geldt een drempel van € 3.200 (€ 6.400 voor fiscale partners).

Aansprakelijkheid vennoot vof stopt niet bij uittreding

Een vennootschap onder firma (vof) is een contractuele samenwerking die in de praktijk veel voorkomt. Deze samenwerking kan vergaande gevolgen hebben – ook nadat een firmant is uitgetreden.
Wanneer je als vennoot uit een vof treedt, ben je daarmee namelijk niet zonder meer ook van alle verplichtingen af. Let daarom op welke verplichtingen je als vennoot bent aangegaan in overeenkomsten die ook na je uittreding nog doorlopen. Om dit te voorkomen, kun je als uittredende vennoot aan de verhuurder of andere contractpartijen vragen om jou te ontslaan uit de hoofdelijke aansprakelijkheid. Gebeurt dit niet, dan draai je als uittredende vennoot mede op voor de gevolgen.

Dit blijkt ook uit de uitspraak van de Rechtbank Rotterdam. In deze zaak ging het om aansprakelijkheid voor een huurschuld die na uittreden was ontstaan. De les hieruit: als de uitgetreden vennoot destijds samen met zijn of haar medevennoot de huurovereenkomst heeft ondertekend (waarin is bepaald dat beiden zich tot de einddatum van de overeenkomst hebben verbonden), dan kunnen zij ook beiden worden aangesproken op nakoming daarvan. De hoofdelijke aansprakelijkheid eindigt dus niet zonder meer door uit te treden als vennoot of zelfs door ontbinding van de vennootschap.

Box 3-heffing op basis van werkelijk rendement nog geen uitgemaakte zaak

De planning is dat vermogenden in 2026 belasting gaan betalen over het werkelijke rendement dat zij met hun spaar- of beleggingsgeld hebben gehaald. Maar Van Rij houdt in een brief aan de Tweede Kamer nadrukkelijk de deur open naar een nieuwe, meer werkbare variant van de forfaitaire box 3-heffing.

De VVD had Van Rij gevraagd of er aan een ‘plan B’ wordt gedacht door het kabinet. En dat is het geval: ‘De zorg is dat de invoering van een stelsel op basis van werkelijk rendement zeer ingrijpend is, en in de uitvoering aanzienlijk complexer wordt voor een belegger in illiquide vermogensbestanddelen. Een stelsel op basis van werkelijk rendement doet een groter beroep op het doenvermogen van belastingplichtigen en op de Belastingdienst dan een forfaitair stelsel. Bij de behandeling van het Belastingplan 2023 heb ik toegezegd te onderzoeken in hoeverre we in het kader van het toekomstige stelsel (vanaf 2026) tot een verfijning van het forfaitaire stelsel zouden kunnen komen.’

Meer categorieën

Dat fijnmazige stelsel zou eruit kunnen bestaan dat er meer categorieën worden benoemd: banktegoeden, spaartegoeden en deposito’s, overige bezittingen en schulden. ‘Door meer categorieën te onderscheiden met elk een eigen forfaitair rendementspercentage komt het forfaitaire rendement gemiddeld dichter bij het werkelijke rendement.’ Een andere optie is een andere manier van het berekenen van de forfaits, door rekening te houden met kosten en huurinkomsten, vaker een eenjarig forfait te hanteren en een lager rendementspercentage te hanteren dan het gemiddelde.

Gemiddeld nettorendement

Aan de hand van verschillende mogelijkheden is een forfaitaire variant samengesteld die voor banktegoeden, vorderingen en schulden een eenjarig forfait hanteert en voor vermogensbestanddelen als kapitaalverzekeringen en beleggingen een meerjarig (vijf of tien jaar) forfait. Voor de bezittingen wordt dan een gemiddeld nettorendement gehanteerd, dus na aftrek van kosten. Het heffingsvrije vermogen wordt dan bovendien omgezet in een heffingsvrij inkomen.

Beste score op eenvoud

Van Rij concludeert: ‘Een heffing op basis van werkelijk rendement is zuiver en kent dus minder risico’s. Een mogelijk alternatief op de leest van de Overbruggingswet box 3 scoort het beste op eenvoud voor belastingplichtigen en voor de uitvoering.’ Dat forfaits nooit 100 procent aansluiten op het werkelijk rendement, kan deels worden verholpen. ‘Als bijvoorbeeld wordt uitgegaan van eenjarige forfaits in plaats van meerjarige forfaits, vervalt een dimensie waarop het forfaitaire rendement afwijkt van het werkelijke individuele rendement. De prijs is dat de complexiteit toeneemt, omdat verliesverrekening nodig wordt. Als een tegenbewijsregeling aan de variant wordt toegevoegd, zal de belasting beter aansluiten bij het werkelijke rendement van belastingplichtigen met een lager rendement dan het forfaitaire. Ook dat gaat gepaard met extra complexiteit.’

 

Bron: FIscaal Vanmorgen

Maak in 2023 gebruik van de subsidieregeling STAP voor scholing

Bent u van plan om in 2023 een opleiding of cursus te volgen? Dan kunt u mogelijk gebruik maken van de subsidieregeling STAP-budget voor scholing. Op 28 februari 2023 om 10:00 uur start een nieuwe ronde van deze subsidieregeling.

Voor scholingsuitgaven kunt u mogelijk gebruik maken van het zogenoemde STAP-budget. STAP staat voor Stimulans Arbeidsmarkt Positie. Met het STAP-budget kunt u aanspraak maken op een persoonlijk ontwikkelbudget van maximaal € 1.000 (inclusief btw). Dit ontwikkelbudget is beschikbaar voor zowel werkenden als niet-werkenden. Onder STAP valt een breed scala aan opleidingen en cursussen. De scholingsactiviteiten die voor subsidiering in aanmerking komen, zijn opgenomen in een scholingsregister. Als u een opleiding wil doen, moet u zich online aanmelden voor het STAP-budget en aangeven welke opleiding u wil volgen. Na goedkeuring van de aanvraag wordt het budget uitbetaald aan de opleidingsinstelling en kan u van start gaan met de opleiding.

In totaal zijn er in 2023 vijf aanvraagperiodes, waarvan de eerste start op 28 februari 2023 om 10.00 uur. Wilt u stap-budget aanvragen? Doe dit dan op snel, want op=op. Ter illustratie: tijdens de vorige aanvraagperiode in 2022 was het beschikbaar gestelde budget al binnen 4,5 uur na de openstelling volledig benut.

Houd rekening met de wijzigingen in de box 3-heffing vanaf 2023

Per 1 januari 2023 is de box 3-heffing gewijzigd. Het is de bedoeling dat dit box 3-stelsel, dat gebaseerd is op de forfaitaire spaarvariant, zal gelden tot en met 2025. Een nieuw box 3-stelsel gebaseerd op het werkelijke rendement is gepland vanaf 2026.

Het box 3-stelsel in de jaren 2023 tot en met 2025 is vergelijkbaar met de wijze waarop rechtsherstel box 3 voor de jaren tot en met 2022 plaatsvindt. Hierbij wordt grofweg het vermogen gesplitst in banktegoeden, overige bezittingen en schulden, waarna op elke categorie een ander forfaitair rendementspercentage wordt toegepast.

Op de banktegoeden wordt een laag percentage vergelijkbaar met de spaarrentes toegepast. Dit percentage is nu nog niet bekend, maar wordt pas na afloop van 2023 vastgesteld. Ook het percentage voor 2022 is nog niet bekend. Voor 2021 bedroeg dit percentage 0,01%. Op overige bezittingen wordt in 2022 een percentage van 5,53% en in 2023 een percentage van 6,17% toegepast. Schulden zijn niet aftrekbaar tegen de werkelijke rente maar tegen een forfait. Ook dit percentage wordt pas na afloop van 2023 vastgesteld. Het percentage voor 2022 is nog niet bekend, voor 2021 bedroeg dit percentage 2,46%.

Door dit verschil in percentages, is het verstandig de samenstelling van uw vermogen te beoordelen. Op die manier krijgt u inzicht in de gevolgen van de nieuwe box 3-heffing voor uw situatie.

Schuiven met overige bezittingen en schulden om op die manier belasting te besparen wordt tegengegaan door een in te voeren peildatumarbitrage bepaling. Niet elke verschuiving in de periode van 1 oktober 2022 tot 1 april 2023 wordt echter geraakt door deze bepaling. Bovendien is er een tegenbewijsregeling. U moet dan kunnen aantonen dat u zakelijke, niet-fiscale, motieven had.

Verhuurt u woningen? Dan krijgt u te maken met de aanpassing van de leegwaarderatiotabel. U verhuurde woningen worden vanaf 2023 voor een hogere waarde in aanmerking genomen. Verhuurt u aan gelieerde partijen of zijn de contracten kortlopend (2 jaar of korter voor een woning en 5 jaar of korter voor een kamer)? Dan kunt u vanaf 2023 de leegwaarderatiotabel niet meer toepassen.

Overige wijzigingen zijn de verhoging van het tarief in box 2 van 31% in 2022, naar 32% in 2023, 33% in 2024 tot 34% in 2025. Het heffingvrije vermogen wordt verhoogd naar € 57.000 (€ 114.000 voor fiscale partner).

Het is de bedoeling dat vanaf 2026 een box 3-stelsel op basis van het werkelijk rendement wordt geïntroduceerd.

Neemt u gerust contact met ons op als u hierover vragen heeft. Wij helpen u graag. U bereikt ons via [email protected] of 036-2022 132.

Mogelijkheid van onbelaste thuiswerkvergoeding en reiskostenvergoeding

Werken uw werknemers (deels) vanuit huis? Dan bestaat de mogelijkheid om onbelast een thuiswerkvergoeding te geven.

De onbelaste thuiswerkvergoeding kan maximaal € 2 (bedrag 2022, bedrag 2023: € 2,15) per dag bedragen. Voor de dagen dat uw werknemer naar het werkadres komt, is ook de mogelijkheid van een onbelaste reiskostenvergoeding van € 0,19 per kilometer of de daadwerkelijke OV-kosten. In het Belastingplan 2023 is voorgesteld om deze vergoeding per 2023 te verhogen naar € 0,21 en per 2024 naar € 0,22. De Tweede Kamer heeft inmiddels hiermee ingestemd. Werkt uw werknemer op een dag deels op het werkadres en deels thuis, dan moet u kiezen: óf de onbelaste thuiswerkvergoeding óf de onbelaste reiskostenvergoeding woon-werk per kilometer. Voor reizen per openbaar vervoer mag de werkgever de (hogere) werkelijke kosten onbelast vergoeden.

Het is mogelijk om een vaste onbelaste thuiswerkvergoeding toe te kennen. Dit kan als er vaste afspraken zijn over het aantal dagen per week dat uw werknemer thuis werkt. De vaste vergoeding hoeft niet te worden aangepast als de werknemer incidenteel van op een thuiswerkdag toch op het werkadres werkt of andersom.

Neemt u gerust contact met ons op als u hierover vragen heeft. Wij helpen u graag. U bereikt ons via [email protected] of 036-2022 132.

Einde schenkingsvrijstelling eigen woning in zicht; wat is voor u nog mogelijk?

Wellicht bent u van plan in de komende jaren een schenking te doen of ontvangt u in de komende jaren een schenking. In 2024 komt een einde aan ‘de jubelton’, ofwel de schenkingsvrijstelling eigen woning. Daarnaast wordt de vrijstelling per 1 januari 2023 al verlaagd naar € 28.947.

Beoordeel of u de schenkingsvrijstelling eigen woning kunt spreiden. Door de schenkingsvrijstelling voor de eigen woning (€106.671 (2022)) te spreiden kunt u namelijk langer zonder de heffing van schenkbelasting vermogen overgedragen.

De mogelijkheid om de schenkingsvrijstelling te spreiden over meerdere jaren wordt beperkt (2022) of vervalt (2023). Dit betekent dat een bij een schenking in 2022 onbenut gebleven gedeelte van de vrijstelling van € 106.671 nog kan worden benut voor een schenking in 2023, maar niet meer voor een schenking in 2024. Schenkingen die in 2023 worden gedaan kunnen niet meer worden gespreid.

Voor een schenking waarvoor in 2022 voor het eerst een beroep wordt gedaan op de schenkingsvrijstelling, heeft de ontvanger tot en met 2024 de tijd om deze schenking ten behoeve van de eigen woning te besteden. Dit geldt ook voor de aanvullende schenking in 2023 waarbij het in 2022 onbenut gebleven deel wordt benut. Doet u in 2023 voor het eerst een beroep op de dan geldende vrijstelling van maximaal € 28.947, dan heeft de ontvanger tot en met 2025 om deze ten behoeve van de eigen woning te besteden.

Neemt u gerust contact met ons op als u hierover vragen heeft. Wij helpen u graag. U bereikt ons via [email protected] of 036-2022 132.