Elektrische auto: hoe zit het met de bijtelling?

Als u een elektrische auto van de zaak heeft of overweegt om zo’n auto te kopen, wilt u weten welke bijtelling hiervoor geldt. Het antwoord daarop is afhankelijk van verschillende factoren.

De bijtellingsregels kunnen erg ingewikkeld zijn. Voor een (nieuwe) elektrische auto, krijgt u nu nog een korting op de bijtelling. Dit blijft dit ook zo in de komende jaren, maar de korting wordt wel minder en is afhankelijk van hoe oud uw auto is.

Zo kan nu voor elektrische auto’s met een eerste toelating tot en met 2016, een bijtelling van 11% over de eerste € 50.000 cataloguswaarde, daarboven is de bijtelling 25%.

Is uw elektrische auto voor het eerst toegelaten in 2017 of 2018, dan heeft u voor 60 maanden een bijtelling van 4%. Voor auto’s met eerste toelating in 2019 bedraagt de bijtelling 4% over de eerste € 50.000 cataloguswaarde, daarboven is de bijtelling 22%. Om het nog ingewikkelder te maken is de bijtelling voor nieuwe auto’s vanaf 2020 8% over de eerste € 45.000 en daarboven 22%. Is de auto uit 2021, dan wordt de bijtelling al weer hoger (12% over de eerste € 40.000, daarboven 22%).

De korting voor waterstofauto’s is niet gemaximeerd tot € 45.000 (vanaf 2021 €40.000). Dat gaat per 1 januari 2021 ook gelden voor zonnecelauto’s. Dat betekent dat u als mogelijk (toekomstig) eigenaar van een zonnecelauto ook voor de niet gemaximeerde korting op de bijtelling in aanmerking komt.

Laat daarom beoordelen wanneer uw huidige bijtelling eindigt en met welke bijtelling u vanaf dan rekening moet houden. U kunt daarbij ook laten beoordelen wat de gevolgen van de aanschaf van een andere elektrische auto voor u zijn. Misschien kunt u daarbij nog gebruikmaken van aantrekkelijke fiscale regelingen zoals de milieu-investeringaftrek.

Neem gerust contact met ons op als u hierover vragen heeft. Wij helpen u graag. U bereikt ons via [email protected] of 036-547 2019.

UBO-register deze maand van start!

Eindelijk is het zover: na diverse malen uitstel gaat op 27 september aanstaande het UBO-register van start. In Nederland opgerichte vennootschappen en andere juridische entiteiten moeten dan de gegevens bijhouden en registreren van uiteindelijk belanghebbenden (UBO’s, Ultimate Beneficial Owners) – net zoals dit reeds verplicht is voor vennootschappen en juridische entiteiten in alle andere EU/EER-lidstaten. De verplichte UBO-registratie moet voorkomen dat het Nederlandse financiële stelsel wordt misbruikt voor witwassen en terrorismefinanciering. Wanneer wordt iemand aangemerkt als UBO?

Je wordt als UBO aangemerkt wanneer je uiteindelijk voor meer dan 25% eigenaar bent – of zeggenschap hebt over – een of meer bv’s, nv’s, stichtingen en verenigingen. En/of over een of meer maatschappen, vennootschappen onder firma of commanditaire vennootschappen, die naar Nederlands recht zijn opgericht. Eenmanszaken vallen niet onder de registratieplicht. Bestaande registratieplichtige vennootschappen hebben na inwerkingtreding van het wetsvoorstel 18 maanden de tijd om hun UBO(’s) in het UBO-register vast te leggen.

Informatievoorziening en registratie

Gedurende de eerste maanden zal de Kamer van Koophandel alle registratieplichtige bedrijven en juridische entiteiten aanschrijven met het verzoek om hun UBO(’s) binnen de gestelde termijn te registreren. Nieuw op te richten vennootschappen moeten hun UBO’s na inwerkingtreding van het wetsvoorstel gelijktijdig registreren met de inschrijving in het Handelsregister. Registratie van de UBO(’s) zal bovendien een voorwaarde worden voor het verstrekken van een KvK-nummer.

Kan ik een donatie aan een goed doel als zakelijke kosten boeken?

Ja, dat kan, mits u natuurlijk aannemelijk kunt maken dat er sprake is van een zakelijk belang.

Houdt hierbij echter rekening met het volgende:
Als u IB-ondernemer bent (éénmanszaak, VOF of maatschap) wordt uw zakelijke fiscale winst echter verlaagd met 14% MKB winstvrijstelling. Aangezien uw donatie de fiscale winst verlaagt heeft dit dus tot gevolg dat van uw gift van bijv. € 100 slechts € 86 aftrekbaar is.

Het kan dus aantrekkelijker zijn om de donaties als privé gift af te trekken. Hierbij moet u er dan wel rekening mee houden dat niet alle giften aftrekbaar zijn. Als drempel geldt 1% van het verzamelinkomen uit Box 1 (werk en woning), Box 2 (aanmerkelijk belang) en Box 3 (sparen en beleggen). Is dat verzamelinkomen bijvoorbeeld € 10.000,-, dan is de drempel € 100,-. De minimum drempel is € 60, -.
Alleen het deel van de giften dat dit drempelbedrag overschrijdt, is aftrekbaar.
Bovendien geldt hierbij dat alleen giften aan een algemeen nut beogende instelling (ANBI) en periodieke giften aan verenigingen (onder voorwaarden, aftrekbaar) zijn. Daarnaast zijn aftrekbaar.

 

Verlenging Tozo tot 1 juli 2021

Het kabinet heeft de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) verlengd tot 1 juli 2021. Deze verlenging is onderdeel van het derde steun- en herstelpakket vanwege de coronacrisis. Op Rijksoverheid heeft het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een ‘visual‘ geplaatst met puntsgewijs de belangrijkste informatie over de Tozo 3.0.

Verlenging Tozo

Vanwege de aanhoudende impact van het coronavirus op de samenleving en de economie verlengt het kabinet tot 1 juli 2021 de Tozo-inkomensondersteuningsregeling voor zelfstandigen. Ten opzichte van de Tozo 2.0, wordt per 1 oktober een extra toets ingevoerd: een toets op beschikbare geldmiddelen. Deze toets houdt in dat ondernemers met meer dan € 46.520 aan beschikbare geldmiddelen, zoals contant geld en bank- en spaarsaldi, niet in aanmerking komen voor de Tozo 3.0. Ander vermogen, zoals een eigen woning of een bedrijfspand of afgeschermd pensioen, blijven buiten beschouwing.

Per 1 januari 2021 gaan gemeenten zelfstandig ondernemers extra ondersteunen om zich voor te bereiden op een nieuwe toekomst, hetzij als zelfstandig ondernemer, hetzij als werknemer in loondienst. Onder ondersteuning valt bijvoorbeeld coaching, advies, bij- of omscholing en heroriëntatie.

Verder is het onder de Tozo 3.0 nog steeds mogelijk om een lening voor bedrijfskrediet aan te vragen. Hierbij geldt dat de lening voor de Tozo 1.0, Tozo 2.0 en Tozo 3.0 gezamenlijk een maximum kent van € 10.157.

De Tozo 3.0 op hoofdlijnen

In de nu gepubliceerde ‘visual’ zet het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in één pagina de volgende onderwerpen puntsgewijs op een rij:

  • De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de Tozo 2.0.
  • Reden voor de Tozo 3.0.
  • Wie gebruik kan maken van de Tozo 3.0.

De Tozo 3.0 loopt vanaf 1 oktober 2020 tot 1 juli 2021 en is op zijn vroegst vanaf 1 oktober 2020 aan te vragen bij de woongemeente. Zelfstandigen die al een Tozo 2.0-uitkering ontvangen, kunnen een verkort aanvraagformulier indienen.

 

 

Uitgelekte voorstellen Prinsjesdag 2020

Ook dit jaar zijn de voorstellen in het Belastingplan al vóór Prinsjesdag uitgelekt. Zo is inmiddels al bekend dat mkb-ondernemers in 2021 minder belasting gaan betalen over hun winst, doordat het Vpb-tarief in de eerste schijf van 16,5% naar 15% zal gaan. Bovendien wordt die schijf verlengd van € 200.000 naar € 400.000 jaarwinst. De geplande verlaging van het hoge Vpb-tarief van 25% naar 21,7% gaat niet door. De zelfstandigenaftrek wordt verder afgebouwd naar € 3.200 (in plaats van € 5.000) in 2028. Daar staat tegenover dat het lage IB-tarief omlaag gaat en de arbeidskorting omhoog. De box-3-vrijstelling gaat van € 31.000 naar € 50.000 per belastingplichtige.

Starters op de koopwoningmarkt die niet ouder zijn dan 35 jaar, hoeven geen overdrachtsbelasting (OVB) meer te betalen voor de aankoop van hun eerste koopwoning. Mensen die een tweede huis of woningen als belegging kopen, moeten waarschijnlijk meer OVB gaan betalen. Voor hen gaat het OVB-tarief waarschijnlijk van 2% naar 8%. Ook komt er een extra aftrek voor investeringen: de ‘Baangerelateerde Investeringskorting (BIK). Het kabinet wil bovendien het personeel in de zorg in 2021 een bonus geven van € 500 (dit jaar € 1.000).

De rekening van ‘het zoet’ wordt vooral betaald door de grote ondernemingen en multinationals. Zij worden zwaarder belast en hun aftrekposten worden beperkt.

Meer details over de voorstellen in het Belastingplan 2021 volgen op Prinsjesdag, of zodra er eerder meer over bekend is.

Let op uw liquiditeit tijdens de coronacrisis. Uitstel van belastingbetaling levert direct lucht.

De coronacrisis kan er fors in hakken voor u als ondernemer. Uw omzet staat onder druk, uw debiteuren zullen moeite hebben met uw rekeningen te betalen, uw vaste lasten lopen door. Nu uw cashpositie strak managen is van het grootste belang.

Gelukkig heeft de Belastingdienst de mogelijkheid opengesteld voor alle ondernemers die getroffen worden door de coronacrisis om bijzonder uitstel van betaling aan te vragen voor veel belastingsoorten. Het gaat om uitstel van betaling van onder meer aanslagen loonheffingen, omzetbelasting (btw), inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, kansspelbelasting, assurantiebelasting, verhuurderheffing, milieubelastingen, accijns en verbruiksbelastingen. De mogelijkheid om uitstel van betaling aan te vragen was al verlengd tot 1 september 2020 en is onlangs verder verlengd tot 1 oktober 2020.

De Belastingdienst heeft gemeld dat de naheffingsaanslagen btw zijn verzonden. Deze naheffingsaanslagen bevatten ook een verzuimboete. Heeft u al uitstel van betaling gevraagd? Dan hoeft u geen actie te ondernemen. De Belastingdienst zal deze verzuimboete vernietigen. Heeft u nog geen uitstel van betaling aangevraagd? Dan kan dat alsnog.

Neemt u gerust contact met ons op als u hierover vragen heeft. Wij helpen u graag. U bereikt ons via [email protected] of 06-2150350.

Welke willekeurige afschrijvingsfaciliteiten bestaan er?

Ondernemers mogen afschrijven op hun investeringen. Hiervoor bestaan verschillende methodes, die niet door elkaar gebruikt mogen worden. In bepaalde situaties is echter willekeurige afschrijving toegestaan.

De wet kent de volgende willekeurige-afschrijvingsfaciliteiten:

  1. willekeurige afschrijving voor startende ondernemers;
  2. willekeurige afschrijving op milieu-investeringen;
  3. willekeurige afschrijving op zeeschepen.

De willekeurige afschrijving op zeeschepen blijft hier buiten beschouwing.

 

1. Willekeurige afschrijving voor startende ondernemers

Ondernemers mogen afschrijven op hun investeringen. Hiervoor bestaan verschillende methodes, die niet door elkaar gebruikt mogen worden. In bepaalde situaties is echter willekeurige afschrijving toegestaan. Eén van die situaties is wanneer er sprake is van een startende ondernemer.

Startende ondernemer

Bedrijfsmiddelen die door startende ondernemers gedurende de startfase van hun onderneming worden aangeschaft of voortgebracht, kunnen volledig vrij worden afgeschreven. Met name startende ondernemers kunnen hierdoor een belangrijk en vaak broodnodig liquiditeitsvoordeel behalen. Het gaat hierbij om de investeringen die zijn gedaan in de periode dat de ondernemer starter is. Dus de faciliteit blijft gelden voor de investeringen die tijdens de startersfase zijn gedaan, ook nadat de ondernemer niet meer de status van starter heeft.

Een startende ondernemer is een ondernemer die gedurende drie jaar recht heeft op de startersaftrek. Dat betekent ook dat deze willekeurige-afschrijvingsmogelijkheid alleen open staat binnen de inkomstenbelasting en dus niet geldt voor ondernemers die hun onderneming in de BV-vorm voeren en vennootschapsbelastingplichtig zijn.

Beperkingen

Voor deze willekeurige-afschrijvingsfaciliteit gelden dezelfde uitzonderingen als voor de investeringsaftrek. Derhalve geldt de faciliteit niet voor alle bedrijfsmiddelen. Ook geldt een vergelijkbaar plafond voor de willekeurige afschrijving als voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek, namelijk investeringen tot een bedrag van € 323.544 (2020). Investeert de startende ondernemer meer dan dit plafond, dan kan tot dit plafond willekeurig worden afgeschreven en kan over het meerdere op de normale wijze worden afgeschreven. Aan de investering is geen minimumbedrag verbonden. Voor sommige bedrijfsmiddelen geldt het plafond niet, zoals voor een milieubedrijfsmiddel. Mogelijk dat de startende ondernemer door spreiding van de investeringen over meerdere jaren dit plafond niet bereikt en hij de bedrijfsmiddelen volledig willekeurig kan afschrijven. Bij overschrijding van het plafond mag de ondernemer zelf aangeven welke investeringen geheel of gedeeltelijk boven het plafond uitkomen.

Wordt binnen vijf jaar na het begin van het investeringsjaar niet langer voldaan aan de voorwaarden voor willekeurige afschrijving, dan moet de willekeurige afschrijving worden teruggedraaid. Dit is bijvoorbeeld het geval als de ondernemer een bedrijfsmiddel alsnog gaat verhuren. In een dergelijk geval wordt de boekwaarde van het desbetreffende bedrijfsmiddel gesteld op de boekwaarde die het bij normale afschrijving zou hebben gehad.

Zoals hiervoor al is vermeld is niet van belang of de ondernemer zelf nog aan de voorwaarden voor startende ondernemer voldoet.

Voorbeeld

Een startende ondernemer kocht op 1 juli 2017 een machine voor € 150.000. De ondernemer schreef willekeurig af: over 2017 € 60.000 en over 2018 € 80.000. De boekwaarde op 31 december 2018 was dus € 10.000.

Bij normale afschrijving (stel 5 jaar, restwaarde € 10.000) zou de boekwaarde € 94.000 zijn op 1 januari 2019.

Sinds 1 januari 2019 verhuurt de ondernemer de machine. Daardoor voldoet hij niet meer aan de voorwaarden voor willekeurige afschrijving.

De termijn van 5 jaar waarbinnen hij de willekeurige afschrijving weer bij de winst moet tellen, start op 1 januari 2017. Dit is namelijk het begin van het jaar waarin de ondernemer investeerde.

In 2019 moet de ondernemer de machine opwaarderen van € 10.000 naar € 94.000. Hierdoor moet hij een boekwinst bijtellen van € 84.000. Over 2019 kan hij nog wel een normale afschrijving toepassen van € 28.000.

 

2. Willekeurige afschrijving op milieu-investeringen

Ondernemers mogen afschrijven op hun investeringen. Hiervoor bestaan verschillende methodes, die niet door elkaar gebruikt mogen worden. In bepaalde situaties is echter willekeurige afschrijving toegestaan. Eén van die situaties is wanneer er sprake is van een afschrijving op milieu-investeringen, ook wel Vamil genoemd. In tegenstelling tot de willekeurige afschrijving voor startende ondernemers, staat deze faciliteit open voor ondernemingen in de inkomstenbelasting als de vennootschapsbelasting.

Milieu-investeringen

Milieulijst Vamil

Milieu-investeringen zijn bedrijfsmiddelen die de minister van Infrastructuur en Waterstaat in overeenstemming met de minister van Financiën en na overleg met de minister van Economische Zaken en Klimaat heeft aangewezen als bedrijfsmiddelen die in het belang zijn van de bescherming van het milieu. Alleen bedrijfsmiddelen die in Nederland nog niet gangbaar zijn, niet eerder zijn gebruikt en er voornamelijk toe bijdragen dat de nadelige gevolgen voor het milieu of dierenwelzijn worden voorkomen, beperkt of ongedaan gemaakt kunnen aangewezen worden als milieu-bedrijfsmiddel. Voor de sectoren landbouw, visserij en aquacultuur gelden nog enkele voorwaarden gericht op beperking van de productie. De Milieulijst voor de Vamil is gepubliceerd op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

Tijdig aanmelden Vamil

Voor toepassing van de willekeurige afschrijving op milieu-investeringen moet de ondernemer bovendien de investering aanmelden bij de minister van Economische Zaken en Klimaat, uitsluitend via de website van de RVO. Het gaat om investeringen boven € 2.500.

De termijn waarbinnen aanmelding moet plaats vinden is drie maanden. Deze termijn start bij:

  • het aangaan van de verplichting (koop);
  • in geval van voortbrengingskosten: het begin van het kalenderkwartaal volgend op dat waarin de kosten zijn gemaakt of, ingeval het bedrijfsmiddel waarvoor voortbrengingskosten zijn gemaakt in het kalenderkwartaal in gebruik is genomen, bij de ingebruikname van het bedrijfsmiddel.

Samen met de aanmelding Vamil kan de ondernemer een eventuele Milieu-investeringsaftrek (MIA) aanmelden.

Willekeurige afschrijving

Aanschaffings- of voortbrengingskosten (vervaardiging in het bedrijf van de onderneming zelf) van tijdig aangemelde milieu-investeringen mag de ondernemer willekeurig afschrijven. Hieraan is wel de beperking verbonden dat de ondernemer slechts 75% willekeurig mag afschrijven. De overige 25% schrijft de ondernemer regulier af. Daarnaast geldt ook een absoluut maximum van € 25 miljoen aan aanschaffings- en voortbrengingskosten per bedrijfsmiddel en per ondernemer per jaar en wordt rekening gehouden met in eerdere jaren voor dat bedrijfsmiddel reeds genoten MIA of Vamil.

Aanvraag

De willekeurige afschrijving op milieu-investeringen moet binnen 3 maanden na aankoop van het bedrijfsmiddel worden aangevraagd bij de RVO via mijn.rvo.nl.

Wetsvoorstel UBO-register aangenomen – wat brengt de registratieplicht mee?

Na diverse malen uitstel heeft de Eerste Kamer op 23 juni jl. het wetsvoorstel aangenomen voor de implementatie van het UBO-register. Na inwerkingtreding van het wetsvoorstel moeten bepaalde vennootschappen informatie over hun ultimate beneficial owner(s) (UBO) verzamelen, bijhouden en registreren in dit register. De Kamer van Koophandel zal het UBO-register beheren. Het wetsvoorstel treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip, dat bekendgemaakt wordt bij publicatie van het wetsvoorstel in het Staatsblad. Bestaande registratieplichtige vennootschappen hebben na inwerkingtreding van het wetsvoorstel 18 maanden de tijd om hun UBO(’s) in het UBO-register vast te leggen.

Gedurende de eerste maanden zal de Kamer van Koophandel alle registratieplichtigen aanschrijven met het verzoek hun UBO(‘s) binnen de gestelde termijn te registreren. Nieuw op te richten vennootschappen moeten na inwerkingtreding van het wetsvoorstel hun UBO(’s) gelijktijdig registreren met de inschrijving in het Handelsregister. Registratie van de UBO(’s) zal bovendien een voorwaarde worden voor het verstrekken van een KvK-nummer. Twijfel je eraan of een juridische entiteit onder de nieuwe registratieplicht valt? Fiscount kan je hierbij van dienst zijn.

Registratieplichtige rechtsvormen

Organisaties met de volgende rechtsvormen zijn verplicht om UBO’s in te schrijven:

  • niet-beursgenoteerde besloten en naamloze vennootschappen
  • stichtingen
  • verenigingen:
    • met volledige rechtsbevoegdheid
    • met beperkte rechtsbevoegdheid maar met onderneming
  • onderlinge waarborgmaatschappijen
  • coöperaties
  • personenvennootschappen: maatschappen, vennootschappen onder firma en commanditaire vennootschappen
    rederijen

Eénmanszaken en Verenigingen van eigenaars zijn niet registratieplichtig.

Bovenstaand overzicht is niet volledig. Alleen de meest relevante rechtsvormen zijn vermeld.

Achtergrondinformatie

De invoering van het wetsvoorstel in Nederland vloeit voort uit de vierde Europese anti-witwasrichtlijn. Het UBO-register moet voorkomen dat het financiële stelsel wordt gebruikt voor witwassen en terrorismefinanciering. Na inwerkingtreding van het wetsvoorstel dienen bepaalde vennootschappen hun UBO(’s) in dit centraal register te registreren, waarbij onder andere informatie moet worden verstrekt over de naam van de UBO(‘s), geboortemaand en -jaar, woonstaat, nationaliteit en aard en omvang van het gehouden belang. Deze informatie is vervolgens publiek toegankelijk.

Niet betalende klanten wegens coronacrisis? Vraag op tijd de btw terug!

Heeft u afnemers die uw facturen niet meer kunnen betalen door de coronacrisis? Vraag dan tijdig de btw terug.

Tenzij u het kasstelsel toepast, moet u btw afdragen als u facturen uitreikt. Ook als uw afnemer niet betaalt. Een jaar nadat de betalingstermijn is verstreken, kunt u de btw pas weer terugvragen. Als echter vaststaat dat uw afnemer niet meer zal gaan betalen, bijvoorbeeld vanwege de coronacrisis, dan kunt u al btw terugvragen in de btw-aangifte waarin de oninbaarheid kwam vast te staan. Doe dat wel op tijd, anders verspeelt u uw rechten.

Neemt u gerust contact met ons op als u hierover vragen heeft. Wij helpen u graag. U bereikt ons via [email protected] of 036-7370376.

Nieuw plan voor box 3 verwacht op Prinsjesdag

Vorig jaar september presenteerde de ambtsvoorganger van de huidige staatssecretaris van Financiën de contouren van een aanpassing in box 3. Die aanpassing hield ruwweg in dat spaargeld over de eerste € 400.000 per partner niet meer belast zou zijn in box 3. Dit voorstel ging echter vooral ten koste van kleine beleggers, van wie het vermogen in box 3 maar voor een klein deel uit spaargeld bestaat. Deze kleine beleggers werden in het plan namelijk geacht een rendement van 5,33% te halen. Als gevolg hiervan zouden zij zich gedwongen kunnen voelen om zeer risicovol te gaan beleggen. Dat vindt het kabinet ongewenst.

Om die reden zal er nader onderzoek worden gedaan naar mogelijkheden op de langere termijn, zoals onder andere het belasten van het reële rendement. Om de spaarders en de kleine beleggers voor de korte termijn tegemoet te komen, wordt nu gekeken naar aanpassingen binnen het huidige stelsel. De staatssecretaris schrijft in zijn brief dat hij ernaar streeft om op Prinsjesdag een concreet voorstel aan te bieden aan de Tweede Kamer. Verwacht wordt dat het heffingsvrije vermogen zal worden verhoogd.