Uw vraag beantwoord

Hoe kan ik een bijtelling voor een auto voorkomen?

Bijtelling is gemakkelijk te voorkomen door de (personen)auto van de zaak weinig of geheel niet voor privédoeleinden te gebruiken. Voorwaarde is wel dat je ook kunt aantonen dat je de auto op jaarbasis niet meer dan 500 kilometer voor privédoeleinden hebt gebruikt. Ongeveer 25% van de berijders van een auto van de zaak rijdt minder dan 500 kilometer privé.  

Je kunt op drie manieren bewijzen dat u minder dan 500 kilometer privé rijdt met een auto van de zaak:

  1. met een sluitende en controleerbare ritregistratie, die u inlevert bij uw werkgever;
  2. door bij de Belastingdienst een Verklaring geen privégebruik auto aan te vragen, in combinatie met een sluitende rittenregistratie (of ander bewijs);
  3. met ander soort bewijs.

Er gelden formeel gezien geen voorwaarden aan het bewijs: de zogenoemde vrije bewijsleer geldt. In de praktijk hanteren zakelijke rijders vooral de Verklaring geen privégebruik auto.

De Belastingdienst heeft in 2018 aangegeven dat ze je privé-kilometers nog niet via de vele snelwegcamera’s controleert, maar ze onderzoeken wel hoe ze dit in de toekomst wel kunnen gaan doen. Zie hiervoor ook dit artikel.

Op het moment dat je op je huidige auto bijtelling betaald en dit wilt aanpassen, kan dat op de volgende momenten:

  • Je begint bij een werkgever en ontvangt daar je eerste leaseauto.
  • Het kalenderjaar is om en het is 1 januari.

Het is dus niet zo, dat bij het veranderen van auto of het vernieuwen van je leasecontract, je ook op dat moment een aanpassing in de bijtelling kan doorvoeren. Tenzij je voldoet aan de hierboven genoemde voorwaarden.

 

Een telefoon in termijnen betalen, hoe werkt dat?

Het komt regelmatig voor. Als ondernemer wilt u natuurlijk graag het nieuwste model van uw mobiele telefoon. Maar ja, een beetje leuk model kost al gauw € 750 en de allerleukste misschien wel € 1.200. En dat is een heel bedrag als je dat in één keer moet betalen.

Gelukkig (?) biedt de provider u de helpende hand. U kunt de telefoon ook (al dan niet gedeeltelijk) in termijnen betalen!

Laten we een voorbeeld nemen: U koopt een nieuwe telefoon van € 1.100. U betaalt direct € 140. De resterende € 960 betaalt u in 24 termijnen van € 40.
Deze termijnen ziet u terug op de maandelijkse nota, maar hierover wordt door de leverancier geen btw berekend, en dus kunt u deze ook niet terugvorderen!

U heeft nl. direct een telefoon gekocht voor € 1.100, inclusief € 190,91 aan btw. Alleen de betaling gaat in termijnen.
En als u (en uw accountant/administrateur) niet oplet, dan bent u deze btw kwijt!
Vraag dus altijd, als u een telefoon in termijnen betaalt, bij uw leverancier om een factuur voor het volledige aankoopbedrag van de telefoon, met vermelding van het btw-bedrag.
Uw administratiekantoor boekt de telefoon dan als investering in de boekhouden, met daartegenover een schuld, die in termijnen wordt afgelost.
De btw op de aanschaf wordt teruggevorderd in de periode waarin de investering heeft plaatsgevonden.

Bovendien geldt dat deze investering mogelijk meetelt voor de Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek! Als u de investering in de telefoon niet als zodanig verwerkt, dan loopt u ook dit voordeel mis!

Dit geldt overigens niet alleen voor de financiering van een telefoon, maar ook bij financiering van andere bedrijfsmiddelen. Denk bijvoorbeeld aan financiële leasing van een auto of een kopieerapparaat.

 

Ik krijg een erfenis: wat nu?

Als je erfgenaam bent, moet je beslissen of je de erfenis accepteert of niet. Misschien lijkt dit bijzonder, maar dat is het niet. Het is namelijk mogelijk dat de overledene meer schulden dan bezittingen achterlaat. Wanneer je als erfgenaam zo’n erfenis accepteert, kun je mogelijk worden aangesproken voor de schulden van de overledene. Daarom is het belangrijk dat je goed nadenkt over je beslissing om een erfenis al dan niet te accepteren. Kies je ervoor om de erfenis te aanvaarden, dan is dat een ‘zuivere aanvaarding’. Hierdoor word je niet alleen mede-eigenaar van alle bezittingen, maar ook medeaansprakelijk voor alle schulden.

Het is ook mogelijk om ervoor te kiezen de erfenis beneficiair te aanvaarden. Dit heet ook wel ‘aanvaarden onder boedelbeschrijving’. Als je deze keuze maakt, ben je alleen aansprakelijk voor de schulden, voor zover deze schulden door bezittingen worden gedekt. Aan beneficiair aanvaarden zijn strikte spelregels verbonden. Als derde mogelijkheid kun je ervoor kiezen om de nalatenschap te verwerpen. Hierdoor ben je geen erfgenaam en je bent ook niet aansprakelijk voor de schulden van de nalatenschap. De consequentie daarvan is dat je in een later stadium niet alsnog aanspraak kunt maken op goederen uit de erfenis.

Om een goede afweging te kunnen maken, heb je tijd nodig en die tijd die krijg je: een erfgenaam heeft het zogenaamde recht van beraad gedurende drie maanden. In die periode kan niemand je dwingen om een keuze te maken.

Hoe zit het met rente over mijn belastingaangifte

Als u een belastingaanslag ontvangt, dan wordt daarop soms ook rente berekend. Hoe zit dat?

Als u uw aangifte inkomstenbelasting 2020 vóór 1 mei 2021 indient, dan wordt er normaal gesproken geen belastingrente berekend. Alleen als achteraf blijkt dat er een fout in de aangifte is gemaakt, kan nog rente berekend worden.

Als de aangifte ná 1 mei wordt ingediend én de aanslag wordt na 1 juli 2021 opgelegd, dan wordt er 4% belastingrente berekend over de periode vanaf 1 juli tot zes weken na de dagtekening van de aanslag.

Voor de vennootschapsbelasting geldt ook dat rente wordt berekend over de periode vanaf 1 juli tot zes weken na de dagtekening van de aanslag. Deze rente bedraagt normaal gesproken 8%, maar in verband met de coronacrisis is dit tot en met 31 december 2021 verlaagd naar 4%.

De rente kan natuurlijk voorkomen worden door tijdig aangifte te doen. Als dat niet lukt, dan kan de rente in ieder geval beperkt worden door een voorlopige aangifte in te dienen.

Het bovenstaand betreft belastingrente. Daarnaast kunt u ook nog met invorderingsrente te maken krijgen als u een aanslag niet, of niet op tijd, betaalt.
Deze rente bedraagt normaal 4%, maar is ook tot en met 31 december 2021 verlaagd naar 4%.

Waarom moet ik btw bijtellen over het privé gebruik van mijn zakelijke auto?

Als u één of meer personenauto’s of bestelauto’s in uw onderneming en gebruikt u (of uw personeel,) deze auto’s ook privé, dan moet u in de laatste btw-aangifte van het jaar een correctie maken op de btw.

U heeft immers de btw bij aanschaf van de auto, en de btw op onderhoud en brandstof, volledig in uw btw aangiften afgetrokken. Omdat u de auto ook privé gebruikt moet u aan het eind van het jaar hiervoor een correctie maken. Als privé persoon heeft u immers geen mogelijkheid om de btw af te trekken.

Als u een sluitende kilometeradministratie bijhoudt, en dus een duidelijke splitsing van het privé en zakelijk gebruik kunt maken, dan kunt u met een rekenhulp op de website van de belastingdienst bepalen hoeveel btw u moet bijtellen.

Als u geen kilometeradministratie bijhoudt dan is de bijtelling forfaitair vastgesteld op 2,7% van de cataloguswaarde van de auto.  Vanaf het vijfde jaar na het jaar van aanschaf van de auto wordt dit percentage verlaagd naar 1,5%

Als u bij aankoop van een auto geen btw heeft afgetrokken (bijvoorbeeld bij aanschaf van een marge-auto of een auto die u van een particulier hebt gekocht)? Dan gebruikt u voor de berekening van het privégebruik 1,5% in plaats van 2,7%.

En wat als ik nu een privé auto ook zakelijk gebruik?

Dit is dus de omgekeerde situatie. U heeft uw auto privé en betaalt alle kosten van aanschaf, onderhoud, brandstof etc. privé (inclusief btw).
Maar omdat u de auto ook zakelijk gebruikt, kunt u ook een deel van de privé betaalde btw via uw btw-aangifte terugvragen.

  • Als u een sluitende kilometeradministratie bijhoudt, mag u de privé betaalde btw op onderhoud en brandstof naar rato van het zakelijke gebruik u in de laatste btw-aangifte van het jaar aftrekken.
  • Hebt u geen (kilometer)administratie waaruit het privégebruik blijkt? Dan mag u alle btw over het onderhoud en gebruik aftrekken. Vervolgens moet u aan het einde van het jaar de afgetrokken btw corrigeren wegens het privégebruik. Dit doet u door 1,5% van de catalogusprijs (inclusief btw en bpm) aan te geven als verschuldigde btw.

Tot slot
Het bovenstaande geldt alleen voor ondernemers die btw belaste prestaties leveren.

Moet ik voor betaalde huur van mijn bedrijfspand of kantoorruimte ook facturen in de administratie opnemen?

Deze vraag is van belang omdat periodieke huurbetalingen meestal automatisch overgeboekt of geïncasseerd worden. Verhuurders en huurders denken dan vaak dat het huurcontract voldoende bewijs is om de btw in aftrek te kunnen brengen, maar dat is niet het geval.

Het antwoord op bovenstaande vraag is dan ook: Dat hangt er vanaf.

De hoofdregel is dat verhuur van onroerende zaken is vrijgesteld van btw. In dit geval hoeft u geen factuur in de administratie op te nemen. Het huurcontract en de betalingen via de bank vormen voldoende bewijs om de huur ten laste van uw winst- en verliesrekening te boeken.

Maar huurder en verhuurder kunnen onder voorwaarden samen kiezen (opteren) voor belaste verhuur. Als dat het geval is dan is in de periodieke betaling van de huur ook btw begrepen. En als u btw aangifte doet, dan wilt u deze btw graag in mindering brengen op de af te dragen btw.
In deze gevallen is de verhuurder verplicht om u een factuur te verstrekken die aan de factuurvereisten voldoet. Hij verricht namelijk met btw belaste prestaties.

Als u in dit geval geen factuur in de administratie opneemt dan kan de btw aftrek door de belastingdienst geweigerd worden.

 

Zijn (zaken)lunches en diners fiscaal aftrekbaar?

In beginsel zijn zakelijke kosten fiscaal aftrekbaar. Als de lunch of diner  een zakelijk belang dient, dan mag je de kosten van deze lunch dus aftrekken van je fiscale winst. Het is dus belangrijk dat je aannemelijk kunt maken dat de lunch of diner in het belang is van de onderneming.

Van een zakelijk belang is duidelijk sprake als je luncht met een (potentiele) klant, een leverancier, of met een zakenpartner. Als je als zzp-er onderweg bent naar een cliënt dan is een lunch in een (weg)restaurant onderweg ook aftrekbaar. Als je onderweg in je eentje in een sterrenrestaurant gaat eten, dan wordt het weer moeilijk om het zakelijk belang daarvan aan te tonen.

Als je als zzp-er door je hoeveelheid werk niet thuis kunt dineren, dan is er ook wel sprake van een zakelijk belang.

In alle gevallen geldt wel dat het verstandig is om op de bon of factuur te noteren met wie je geluncht of gedineerd hebt en waarom jij van mening bent dat het een zakelijk etentje was. Bij een belastingonderzoek kan de fiscus namelijk tot vijf jaar terug gaan. Als je dan niet meer aannemelijk kunt maken of de kosten zakelijk waren, dan kan dit leiden tot een forse navordering, die verhoogd wordt met een boete en met rente.

Gezond verstand is vaak een goede raadgever. Bedenk bij de keuze of je de kosten als zakelijk wilt beschouwen of je deze kosten ook voor eigen rekening zou nemen als je als werknemer in dienst zou zijn bij een bedrijf. Als dat het geval is, dan zijn de kosten meestal niet als zakelijk te beschouwen.

In al deze gevallen is de wetgever echter wel van mening dat aan alle etentjes ook een privé element is verbonden. Daarom wordt een deel van de kosten als niet-aftrekbaar beschouwd. Hier zijn twee varianten mogelijk:

  • Drempelbedrag, maar daarna volledige aftrek
    Tot de drempel van € 4.600,- zijn kosten voor lunches niet aftrekbaar. Haal je deze drempel wel, dan mag je over het bedrag daarboven 100% van de kosten ten laste van de winst opvoeren. Let op: deze variant is voor de doorsnee ZZP’er NIET aantrekkelijk, de drempel is simpelweg te hoog.
  • Geen drempelbedrag, maar beperkte aftrek
    De meest gebruikte variant is de gedeeltelijke aftrek ten laste van de winst. Bij deze variant mag je 80% (voor BV’s: 73,5%) opvoeren als kosten en ten laste van de winst brengen. Het restant (20% of 26,5%) is dan voor eigen rekening.
    Dit betekent overigens niet dat je dan maar 80% van je kosten kunt declareren. Je kan gewoon alles declareren, maar bij de berekening van de verschuldigde belasting corrigeert uw accountant of administrateur deze 20% bij de berekening van de fiscale winst.

En hoe zit het met de btw?

  • Als je luncht in een horecagelegenheid, dan mag je de btw niet terugvorderen.
  • Maar als je de lunch op kantoor laat bezorgen, of in de auto nuttigt, dan mag je de btw wel volledig terugvorderen.

 

 

Kan ik een donatie aan een goed doel als zakelijke kosten boeken?

Ja, dat kan, mits u natuurlijk aannemelijk kunt maken dat er sprake is van een zakelijk belang.

Houd hierbij echter rekening met het volgende:
Als u IB-ondernemer bent (éénmanszaak, VOF of maatschap) wordt uw zakelijke fiscale winst echter verlaagd met 14% MKB winstvrijstelling. Aangezien uw donatie de fiscale winst verlaagt heeft dit dus tot gevolg dat van uw gift van bijv. € 100 slechts € 86 aftrekbaar is.

Het kan dus aantrekkelijker zijn om de donaties als privé gift af te trekken. Hierbij moet u er dan wel rekening mee houden dat niet alle giften aftrekbaar zijn. Als drempel geldt 1% van het verzamelinkomen uit Box 1 (werk en woning), Box 2 (aanmerkelijk belang) en Box 3 (sparen en beleggen). Is dat verzamelinkomen bijvoorbeeld € 10.000,-, dan is de drempel € 100,-. De minimum drempel is € 60, -.
Alleen het deel van de giften dat dit drempelbedrag overschrijdt, is aftrekbaar.
Bovendien geldt hierbij dat alleen giften aan een algemeen nut beogende instelling (ANBI) en periodieke giften aan verenigingen (onder voorwaarden, aftrekbaar) zijn. Daarnaast zijn aftrekbaar.

 

Welke willekeurige afschrijvingsfaciliteiten bestaan er?

Ondernemers mogen afschrijven op hun investeringen. Hiervoor bestaan verschillende methodes, die niet door elkaar gebruikt mogen worden. In bepaalde situaties is echter willekeurige afschrijving toegestaan.

De wet kent de volgende willekeurige-afschrijvingsfaciliteiten:

  1. willekeurige afschrijving voor startende ondernemers;
  2. willekeurige afschrijving op milieu-investeringen;
  3. willekeurige afschrijving op zeeschepen.

De willekeurige afschrijving op zeeschepen blijft hier buiten beschouwing.

 

1. Willekeurige afschrijving voor startende ondernemers

Ondernemers mogen afschrijven op hun investeringen. Hiervoor bestaan verschillende methodes, die niet door elkaar gebruikt mogen worden. In bepaalde situaties is echter willekeurige afschrijving toegestaan. Eén van die situaties is wanneer er sprake is van een startende ondernemer.

Startende ondernemer

Bedrijfsmiddelen die door startende ondernemers gedurende de startfase van hun onderneming worden aangeschaft of voortgebracht, kunnen volledig vrij worden afgeschreven. Met name startende ondernemers kunnen hierdoor een belangrijk en vaak broodnodig liquiditeitsvoordeel behalen. Het gaat hierbij om de investeringen die zijn gedaan in de periode dat de ondernemer starter is. Dus de faciliteit blijft gelden voor de investeringen die tijdens de startersfase zijn gedaan, ook nadat de ondernemer niet meer de status van starter heeft.

Een startende ondernemer is een ondernemer die gedurende drie jaar recht heeft op de startersaftrek. Dat betekent ook dat deze willekeurige-afschrijvingsmogelijkheid alleen open staat binnen de inkomstenbelasting en dus niet geldt voor ondernemers die hun onderneming in de BV-vorm voeren en vennootschapsbelastingplichtig zijn.

Beperkingen

Voor deze willekeurige-afschrijvingsfaciliteit gelden dezelfde uitzonderingen als voor de investeringsaftrek. Derhalve geldt de faciliteit niet voor alle bedrijfsmiddelen. Ook geldt een vergelijkbaar plafond voor de willekeurige afschrijving als voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek, namelijk investeringen tot een bedrag van € 323.544 (2020). Investeert de startende ondernemer meer dan dit plafond, dan kan tot dit plafond willekeurig worden afgeschreven en kan over het meerdere op de normale wijze worden afgeschreven. Aan de investering is geen minimumbedrag verbonden. Voor sommige bedrijfsmiddelen geldt het plafond niet, zoals voor een milieubedrijfsmiddel. Mogelijk dat de startende ondernemer door spreiding van de investeringen over meerdere jaren dit plafond niet bereikt en hij de bedrijfsmiddelen volledig willekeurig kan afschrijven. Bij overschrijding van het plafond mag de ondernemer zelf aangeven welke investeringen geheel of gedeeltelijk boven het plafond uitkomen.

Wordt binnen vijf jaar na het begin van het investeringsjaar niet langer voldaan aan de voorwaarden voor willekeurige afschrijving, dan moet de willekeurige afschrijving worden teruggedraaid. Dit is bijvoorbeeld het geval als de ondernemer een bedrijfsmiddel alsnog gaat verhuren. In een dergelijk geval wordt de boekwaarde van het desbetreffende bedrijfsmiddel gesteld op de boekwaarde die het bij normale afschrijving zou hebben gehad.

Zoals hiervoor al is vermeld is niet van belang of de ondernemer zelf nog aan de voorwaarden voor startende ondernemer voldoet.

Voorbeeld

Een startende ondernemer kocht op 1 juli 2017 een machine voor € 150.000. De ondernemer schreef willekeurig af: over 2017 € 60.000 en over 2018 € 80.000. De boekwaarde op 31 december 2018 was dus € 10.000.

Bij normale afschrijving (stel 5 jaar, restwaarde € 10.000) zou de boekwaarde € 94.000 zijn op 1 januari 2019.

Sinds 1 januari 2019 verhuurt de ondernemer de machine. Daardoor voldoet hij niet meer aan de voorwaarden voor willekeurige afschrijving.

De termijn van 5 jaar waarbinnen hij de willekeurige afschrijving weer bij de winst moet tellen, start op 1 januari 2017. Dit is namelijk het begin van het jaar waarin de ondernemer investeerde.

In 2019 moet de ondernemer de machine opwaarderen van € 10.000 naar € 94.000. Hierdoor moet hij een boekwinst bijtellen van € 84.000. Over 2019 kan hij nog wel een normale afschrijving toepassen van € 28.000.

 

2. Willekeurige afschrijving op milieu-investeringen

Ondernemers mogen afschrijven op hun investeringen. Hiervoor bestaan verschillende methodes, die niet door elkaar gebruikt mogen worden. In bepaalde situaties is echter willekeurige afschrijving toegestaan. Eén van die situaties is wanneer er sprake is van een afschrijving op milieu-investeringen, ook wel Vamil genoemd. In tegenstelling tot de willekeurige afschrijving voor startende ondernemers, staat deze faciliteit open voor ondernemingen in de inkomstenbelasting als de vennootschapsbelasting.

Milieu-investeringen

Milieulijst Vamil

Milieu-investeringen zijn bedrijfsmiddelen die de minister van Infrastructuur en Waterstaat in overeenstemming met de minister van Financiën en na overleg met de minister van Economische Zaken en Klimaat heeft aangewezen als bedrijfsmiddelen die in het belang zijn van de bescherming van het milieu. Alleen bedrijfsmiddelen die in Nederland nog niet gangbaar zijn, niet eerder zijn gebruikt en er voornamelijk toe bijdragen dat de nadelige gevolgen voor het milieu of dierenwelzijn worden voorkomen, beperkt of ongedaan gemaakt kunnen aangewezen worden als milieu-bedrijfsmiddel. Voor de sectoren landbouw, visserij en aquacultuur gelden nog enkele voorwaarden gericht op beperking van de productie. De Milieulijst voor de Vamil is gepubliceerd op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

Tijdig aanmelden Vamil

Voor toepassing van de willekeurige afschrijving op milieu-investeringen moet de ondernemer bovendien de investering aanmelden bij de minister van Economische Zaken en Klimaat, uitsluitend via de website van de RVO. Het gaat om investeringen boven € 2.500.

De termijn waarbinnen aanmelding moet plaats vinden is drie maanden. Deze termijn start bij:

  • het aangaan van de verplichting (koop);
  • in geval van voortbrengingskosten: het begin van het kalenderkwartaal volgend op dat waarin de kosten zijn gemaakt of, ingeval het bedrijfsmiddel waarvoor voortbrengingskosten zijn gemaakt in het kalenderkwartaal in gebruik is genomen, bij de ingebruikname van het bedrijfsmiddel.

Samen met de aanmelding Vamil kan de ondernemer een eventuele Milieu-investeringsaftrek (MIA) aanmelden.

Willekeurige afschrijving

Aanschaffings- of voortbrengingskosten (vervaardiging in het bedrijf van de onderneming zelf) van tijdig aangemelde milieu-investeringen mag de ondernemer willekeurig afschrijven. Hieraan is wel de beperking verbonden dat de ondernemer slechts 75% willekeurig mag afschrijven. De overige 25% schrijft de ondernemer regulier af. Daarnaast geldt ook een absoluut maximum van € 25 miljoen aan aanschaffings- en voortbrengingskosten per bedrijfsmiddel en per ondernemer per jaar en wordt rekening gehouden met in eerdere jaren voor dat bedrijfsmiddel reeds genoten MIA of Vamil.

Aanvraag

De willekeurige afschrijving op milieu-investeringen moet binnen 3 maanden na aankoop van het bedrijfsmiddel worden aangevraagd bij de RVO via mijn.rvo.nl.

Wat is het urencriterium?

Bepaalde ondernemersfaciliteiten zijn slechts van toepassing voor ondernemers die voldoen aan het urencriterium. Het betreft de oudedagsreserve, de zelfstandigenaftrek, de S&O-aftrek, de meewerkaftrek en de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid. Alleen voor de stakingsaftrek en de MKB-winstvrijstelling geldt het urencriterium niet.

1225-criterium en grotendeelscriterium

Om aan het urencriterium te voldoen moet een ondernemer minimaal 1225 uur per kalenderjaar besteden aan het voor eigen rekening drijven van één of meer ondernemingen (het 1225-criterium). Daarboven moet hij van de tijd die hij besteed heeft aan zijn onderneming, dienstbetrekking en overige werkzaamheden voor meer dan de helft aan zijn onderneming besteden (grotendeelscriterium).

Uitzondering starters en zwangeren

Starters hoeven aan dit laatste criterium niet te voldoen en slechts minimaal 1225 uur in de onderneming werkzaam te zijn om aan het urencriterium te voldoen. Een starter is iemand die in één of meer van de vijf voorafgaande jaren geen ondernemer was. In het jaar waarin een ondernemer zwanger wordt, geldt een fictie. Gedurende de periode die overeenkomt met het zwangerschaps- en bevallingsverlof zoals dat geldt voor werkneemsters worden zij geacht hun werkzaamheden niet te hebben onderbroken. Deze fictie vindt toepassing gedurende maximaal zestien weken.

Reisuren

Voor het urencriterium tellen de uren mee, die een ondernemer besteedt aan het reizen van de woning naar de plaats waar de onderneming is gevestigd. Dit geldt zowel voor het aantal uren dat in de onderneming wordt gewerkt (dus het 1225-criterium), als voor het grotendeelscriterium. Dit laatste is van belang als de ondernemer bijvoorbeeld ook in loondienst werkzaam is. Ook uren die worden besteed aan het verkrijgen van vakkennis om een al uitgeoefende onderneming te kunnen blijven uitoefenen worden aangemerkt als uren besteed aan het feitelijk drijven van een onderneming.

Coronacrisis: versoepeling urencriterium over 2020

Om te voorkomen dat ondernemers het recht op de ondernemersfaciliteiten verliezen zal de Belastingdienst er van 1 maart 2020 tot en met 30 september 2020 van uitgaan dat ondernemers altijd minimaal 24 uren per week aan hun onderneming(en) hebben besteed, ook als ze die uren door de coronacrisis niet daadwerkelijk hebben besteed.

Voor het verlaagde urencriterium van 800 uren per kalenderjaar in de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid geldt een overeenkomstige versoepeling. De desbetreffende ondernemers worden geacht minimaal 16 uren per week aan hun onderneming(en) te hebben besteed.

Met deze versoepeling van het urencriterium zullen ondernemers die normaliter voldoen aan het urencriterium, ook ondanks de coronacrisis aan het urencriterium kunnen voldoen.

Seizoensgebonden ondernemers

Voor seizoengebonden ondernemers is dit niet het geval als de piek van hun werkzaamheden in de genoemde periode valt. Daarom geldt voor deze ondernemers een aanvullende regeling. Zij worden geacht in deze periode hetzelfde aantal uren te hebben besteed als zij in de periode van 1 maart 2019 tot en met 30 september 2019 hebben gedaan. De ondernemer kan dan aan de hand van zijn administratie van vorig jaar beoordelen of hij in 2020 aan het urencriterium voldoet.