Uw vraag beantwoord

Hoeveel reiskosten mag ik onbelast vergoeden aan mijn werknemer?

Zakelijk vervoer mag onbelast worden vergoed of verstrekt. Ook woon-werkverkeer valt onder zakelijk vervoer. Denk aan (de kosten van) abonnementen en losse kaartjes voor openbaar vervoer.

Een kilometervergoeding voor reizen met eigen vervoer van maximaal € 0,19 per kilometer is vrijgesteld.
Het is dan niet meer toegestaan om bijv. de kosten van parkeren apart te vergoeden.

Ook (de werkelijke kosten van) een taxirit, vliegticket of pontvaart mogen onbelast worden vergoed of verstrekt.

Vaste vergoeding
Als een werknemer op ten minste 128 dagen per kalenderjaar naar een vaste arbeidsplaats van werkzaamheden reist, kan een vaste vrije reiskostenvergoeding worden verstrekt. De regeling geldt niet voor vervoer per taxi, vliegtuig, schip of auto van de zaak.

Bij het vaststellen van de hoogte van de vaste reiskostenvergoeding mag er vervolgens van worden uitgegaan dat de werknemer alle dagen (= 214 dagen) naar dezelfde arbeidsplaats reist. De vergoeding mag maximaal € 0,19 per kilometer bedragen. Kortom: de vaste reiskostenvergoeding wordt als volgt berekend: 214 dagen x enkele reisafstand × 2 × € 0,19. Genoemde aantallen dagen gelden bij een volledige werkweek (5 dagen). Wordt korter gewerkt, dan dienen deze aantallen naar evenredigheid te worden verminderd.

Ik moet voor een zakelijk feest een smoking aanschaffen. Mag ik deze kosten ten laste van mijn winst brengen?

Deze vraag krijgen wij vaker. Voor een zakelijk feest moet u een smoking of een galajurk aanschaffen. Mogen deze kosten ten laste van de winst van uw onderneming gebracht worden?

Het antwoord daarop is: Helaas niet!

In art. 3.16 lid 5 Wet IB is bepaald dat kleding als werkkleding wordt aangemerkt indien zij:

  • uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt is om in het kader van de onderneming te worden gedragen
    of
  • is voorzien van zodanige uiterlijke kenmerken dat daaruit blijkt dat deze uitsluitend is bestemd om bij het behalen van de winst te worden gedragen.

In de Uitvoeringsregeling is bovendien bepaald dat kleding slechts als werkkleding wordt aangemerkt indien zij is voorzien van één of meer duidelijk zichtbare, aan de onderneming gebonden beeldmerken met een oppervlakte van tezamen ten minste 70 vierkante cm.

Een uniform of een overall is dus aftrekbaar als dit binnen uw onderneming gedragen wordt. Deze zijn uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt is om binnen uw onderneming te worden gedragen.
Is de kleding ook geschikt om buiten uw onderneming te dragen? Dan moet de kleding zijn voorzien van een beeldmerk met een oppervlakte van minimaal 70 vierkante cm. Het beeldmerk moet verwijzen naar uw onderneming.

Dus een smoking of galajurk met een logo van uw onderneming van 70 vierkante cm is wél aftrekbaar. Maar of u daarmee naar het feest wil…….?

 

Ik gebruik een deel van mijn eigen woning als werkruimte. Kan ik de kosten van mijn werkruimte aftrekken van de belasting?

Slechts in een beperkt aantal gevallen is kostenaftrek mogelijk. In de meeste gevallen kunt u de kosten van de werkruimte niet aftrekken. Wilt u in aanmerking komen? Dan heeft uw werkruimte in ieder geval een eigen ingang en een toilet of wasbakje nodig. Maar er zijn nog vele aanvullende voorwaarden die per situatie kunnen verschillen. Ook is kostenaftrek niet in alle gevallen voordelig. Win daarom deskundig advies in.

Hoe wordt het loon van een DGA bepaald?

De directeur-grootaandeelhouder (dga) wordt geacht een gebruikelijk loon uit zijn BV te genieten. Wat een gebruikelijk loon is en hoe dat wordt bepaald, is geregeld in de loonbelasting. Voor de bepaling van het gebruikelijk loon dient te worden aangesloten bij het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking.

Hoogte van het gebruikelijk loon

De loonbelasting bepaalt dat het gebruikelijk loon dient te worden vastgesteld op het hoogste van de navolgende bedragen:

  • 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking;
  • het hoogste loon van de overige werknemers van de vennootschap of de daarmee verbonden vennootschappen (lichamen);
  • € 45.000 (2018).

Aldus is het bedrag van het gebruikelijke loon bepaald. De volgende stap is het vaststellen wat het het loon van de dga moet zijn. Als de inhoudingsplichtige (dat is de BV waar de dga voor werkt en dga van is) aannemelijk maakt dat het loon van de dga hoger is dan 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking wordt het loon vastgesteld op 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking. Maar dat loon mag niet lager zijn dan het laagste van:

  • € 45.000, of
  • 100% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking.

Voorbeeld 1
Dga Bloks is als directeur werkzaam in zijn vennootschap waarin hij een aanmerkelijk belang heeft. De vennootschap oefent een advocatenpraktijk uit en binnen de vennootschap is een aantal juridische medewerkers actief alsmede enige administratieve krachten. Bloks is de enige advocaat binnen de vennootschap. Stel dat het loon van een advocaat met ongeveer dezelfde ervaring als Bloks ongeveer € 100.000 is. Het loon van Bloks dient dan minimaal te worden vastgesteld op 75% van € 100.000.

Voorbeeld 2
Broeks is dga van Broeks BV, dat een administratiekantoor exploiteert. Binnen de BV zijn enige administratieve medewerkers actief en Broeks is binnen het kantoor de enige die de titel AA bezit. Het loon van een AA met ongeveer dezelfde ervaring als Broeks bedraagt ongeveer € 55.000. Het loon van Bloks dient dan minimaal te worden vastgesteld op € 45.000. Immers, 75% van € 55.000 is € 41.250 en dus lager dan € 45.000.

Verbonden lichaam
Bij de vaststelling van het gebruikelijk loon speelt de hoogte van het loon van de overige werknemers een rol. Het gaat allereerst om de andere werknemers van de vennootschap waar de dga ook een dienstbetrekking mee heeft. Maar daarnaast ook om alle werknemers van zogenoemde verbonden lichamen.
Een met de inhoudingsplichtige verbonden vennootschap is een vennootschap waarin de inhoudingsplichtige een belang heeft van ten minste een derde, een vennootschap die een belang heeft van ten minste een derde in de inhoudingsplichtige of een vennootschap waarin een derde een belang heeft van ten minste een derde terwijl deze derde ook een belang heeft van ten minste een derde in de inhoudingsplichtige.
Deze maatregel speelt vooral bij een holdingstructuur met werkmaatschappijen (zie thema Holdingstructuur ). Immers, in een holdingstructuur bezit de holding veelal 100% van de aandelen van de onder de holding hangende vennootschappen. Voor de beoordeling van het gebruikelijk loon dient dan ook te worden gekeken naar het loon van de werknemers binnen de onder de holding hangende vennootschappen om te bepalen of daar werknemers in dienst zijn die meer verdienen dan de dga.

€ 5000-grens
Bij een gebruikelijk loon van € 5.000 of minder in een kalenderjaar hoeft geen gebruikelijk loon in acht te worden genomen in de loonbelasting. Het loon van de dga wordt dan in de inkomstenbelasting in aanmerking genomen. Dit is een maatregel om administratieve lastendruk te verlagen. De dga hoeft dan in zijn BV geen loonadministratie aan te leggen. Vooral bij BV’s zonder verder personeel is dit van belang.

Voorbeeld
De dga van een pensioenvennootschap waarin alleen een pensioen in is ondergebracht, zal veelal beperkte activiteiten als bestuurder uitoefenen. Het zal veelal gaan om activiteiten die te maken hebben met normaal vermogensbeheer. Voor dergelijke activiteiten zal veelal een loon van minder dan € 5000 gebruikelijk zijn.

Naar rato van arbeidsinzet
Indien de dga niet fulltime werkzaam is binnen de vennootschap waarin hij een aanmerkelijk belang heeft, dan wordt het gebruikelijk loon naar rato vastgesteld.

Voorbeeld
Het gebruikelijk loon op basis van de meest vergelijkbare dienstbetrekking bedraagt € 75.000 bij fulltime werken en de desbetreffende dga werkt twee dagen in de week. Dan wordt het gebruikelijk loon voor die twee dagen gesteld op 2/5 maal € 75.000 = € 30.000.

Afroommethode
Is geen meest vergelijkbare dienstbetrekking te vinden en is de omzet geheel afhankelijk van de arbeidsinzet van de dga, dan mag de Belastingdienst nog de zogeheten afroommethode toepassen. Dit is echter een echte uitzondering.

Voorbeeld
Advocaat Haas oefent zijn advocatenpraktijk uit via een BV. Haas is directeur/enig aandeelhouder van die BV en er zijn voor het overige geen werknemers in dienst. Stel dat de omzet in enig jaar € 300.000 bedraagt. Die omzet is uitsluitend gebaseerd op de inzet van Haas zelf. In een dergelijke situatie kan de Belastingdienst de afroommethode toepassen. Dat betekent dat de omzet wordt verminderd met de kosten (stel € 20.000), pensioenpremie (stel € 10.000) en met een winstmarge (stel 7%). Dat betekent dat het gebruikelijk loon dan € 250.400 bedraagt (€ 300.000 -/- kosten 20.000 -/- pensioenpremie € 10.000 -/- 7% winstopslag).

Wat is het forfaitaire rendement van box 3 op spaartegoeden en op beleggingen in 2019?

Het forfaitaire rendement wordt sinds 2017 gebaseerd op de landelijk gemiddelde verdeling van het box 3-vermogen over spaargeld en beleggingen. In 2019 is het forfaitair rendement op spaartegoeden 0,13% en op beleggingen 5,60%.

Tabel belasting op vermogen in box 3 van de inkomstenbelasting 2019

schijf

vermogen in box 3 (grondslag sparen en beleggen)

forfaitair rendement

forfaitair rendement

30% belasting

0,13%

5,60%

effectief

0

eerste € 30.360

heffingvrij

heffingvrij

0,00%

1

boven vrijstelling vanaf € 1 t/m € 71.650

67%

33%

0,582%

2

van € 71.650 t/m € 989.736

21%

79%

1,335%

3

vanaf € 989.736

0%

100%

1,68%

Fiscaal partners kunnen ieder afzonderlijk gebruik maken van de tariefschijven. Daardoor begint het hoogste tarief van 1,68% pas te lopen vanaf € 2.040.192 (2 x € 1.020.096). Dat geldt ook voor het heffingsvrije vermogen dat daardoor voor partners uitkomt op € 60.720 (2 x € 30.360).