Uw vraag beantwoord

Kan ik een donatie aan een goed doel als zakelijke kosten boeken?

Ja, dat kan, mits u natuurlijk aannemelijk kunt maken dat er sprake is van een zakelijk belang.

Houd hierbij echter rekening met het volgende:
Als u IB-ondernemer bent (éénmanszaak, VOF of maatschap) wordt uw zakelijke fiscale winst echter verlaagd met 14% MKB winstvrijstelling. Aangezien uw donatie de fiscale winst verlaagt heeft dit dus tot gevolg dat van uw gift van bijv. € 100 slechts € 86 aftrekbaar is.

Het kan dus aantrekkelijker zijn om de donaties als privé gift af te trekken. Hierbij moet u er dan wel rekening mee houden dat niet alle giften aftrekbaar zijn. Als drempel geldt 1% van het verzamelinkomen uit Box 1 (werk en woning), Box 2 (aanmerkelijk belang) en Box 3 (sparen en beleggen). Is dat verzamelinkomen bijvoorbeeld € 10.000,-, dan is de drempel € 100,-. De minimum drempel is € 60, -.
Alleen het deel van de giften dat dit drempelbedrag overschrijdt, is aftrekbaar.
Bovendien geldt hierbij dat alleen giften aan een algemeen nut beogende instelling (ANBI) en periodieke giften aan verenigingen (onder voorwaarden, aftrekbaar) zijn. Daarnaast zijn aftrekbaar.

 

Welke willekeurige afschrijvingsfaciliteiten bestaan er?

Ondernemers mogen afschrijven op hun investeringen. Hiervoor bestaan verschillende methodes, die niet door elkaar gebruikt mogen worden. In bepaalde situaties is echter willekeurige afschrijving toegestaan.

De wet kent de volgende willekeurige-afschrijvingsfaciliteiten:

  1. willekeurige afschrijving voor startende ondernemers;
  2. willekeurige afschrijving op milieu-investeringen;
  3. willekeurige afschrijving op zeeschepen.

De willekeurige afschrijving op zeeschepen blijft hier buiten beschouwing.

 

1. Willekeurige afschrijving voor startende ondernemers

Ondernemers mogen afschrijven op hun investeringen. Hiervoor bestaan verschillende methodes, die niet door elkaar gebruikt mogen worden. In bepaalde situaties is echter willekeurige afschrijving toegestaan. Eén van die situaties is wanneer er sprake is van een startende ondernemer.

Startende ondernemer

Bedrijfsmiddelen die door startende ondernemers gedurende de startfase van hun onderneming worden aangeschaft of voortgebracht, kunnen volledig vrij worden afgeschreven. Met name startende ondernemers kunnen hierdoor een belangrijk en vaak broodnodig liquiditeitsvoordeel behalen. Het gaat hierbij om de investeringen die zijn gedaan in de periode dat de ondernemer starter is. Dus de faciliteit blijft gelden voor de investeringen die tijdens de startersfase zijn gedaan, ook nadat de ondernemer niet meer de status van starter heeft.

Een startende ondernemer is een ondernemer die gedurende drie jaar recht heeft op de startersaftrek. Dat betekent ook dat deze willekeurige-afschrijvingsmogelijkheid alleen open staat binnen de inkomstenbelasting en dus niet geldt voor ondernemers die hun onderneming in de BV-vorm voeren en vennootschapsbelastingplichtig zijn.

Beperkingen

Voor deze willekeurige-afschrijvingsfaciliteit gelden dezelfde uitzonderingen als voor de investeringsaftrek. Derhalve geldt de faciliteit niet voor alle bedrijfsmiddelen. Ook geldt een vergelijkbaar plafond voor de willekeurige afschrijving als voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek, namelijk investeringen tot een bedrag van € 323.544 (2020). Investeert de startende ondernemer meer dan dit plafond, dan kan tot dit plafond willekeurig worden afgeschreven en kan over het meerdere op de normale wijze worden afgeschreven. Aan de investering is geen minimumbedrag verbonden. Voor sommige bedrijfsmiddelen geldt het plafond niet, zoals voor een milieubedrijfsmiddel. Mogelijk dat de startende ondernemer door spreiding van de investeringen over meerdere jaren dit plafond niet bereikt en hij de bedrijfsmiddelen volledig willekeurig kan afschrijven. Bij overschrijding van het plafond mag de ondernemer zelf aangeven welke investeringen geheel of gedeeltelijk boven het plafond uitkomen.

Wordt binnen vijf jaar na het begin van het investeringsjaar niet langer voldaan aan de voorwaarden voor willekeurige afschrijving, dan moet de willekeurige afschrijving worden teruggedraaid. Dit is bijvoorbeeld het geval als de ondernemer een bedrijfsmiddel alsnog gaat verhuren. In een dergelijk geval wordt de boekwaarde van het desbetreffende bedrijfsmiddel gesteld op de boekwaarde die het bij normale afschrijving zou hebben gehad.

Zoals hiervoor al is vermeld is niet van belang of de ondernemer zelf nog aan de voorwaarden voor startende ondernemer voldoet.

Voorbeeld

Een startende ondernemer kocht op 1 juli 2017 een machine voor € 150.000. De ondernemer schreef willekeurig af: over 2017 € 60.000 en over 2018 € 80.000. De boekwaarde op 31 december 2018 was dus € 10.000.

Bij normale afschrijving (stel 5 jaar, restwaarde € 10.000) zou de boekwaarde € 94.000 zijn op 1 januari 2019.

Sinds 1 januari 2019 verhuurt de ondernemer de machine. Daardoor voldoet hij niet meer aan de voorwaarden voor willekeurige afschrijving.

De termijn van 5 jaar waarbinnen hij de willekeurige afschrijving weer bij de winst moet tellen, start op 1 januari 2017. Dit is namelijk het begin van het jaar waarin de ondernemer investeerde.

In 2019 moet de ondernemer de machine opwaarderen van € 10.000 naar € 94.000. Hierdoor moet hij een boekwinst bijtellen van € 84.000. Over 2019 kan hij nog wel een normale afschrijving toepassen van € 28.000.

 

2. Willekeurige afschrijving op milieu-investeringen

Ondernemers mogen afschrijven op hun investeringen. Hiervoor bestaan verschillende methodes, die niet door elkaar gebruikt mogen worden. In bepaalde situaties is echter willekeurige afschrijving toegestaan. Eén van die situaties is wanneer er sprake is van een afschrijving op milieu-investeringen, ook wel Vamil genoemd. In tegenstelling tot de willekeurige afschrijving voor startende ondernemers, staat deze faciliteit open voor ondernemingen in de inkomstenbelasting als de vennootschapsbelasting.

Milieu-investeringen

Milieulijst Vamil

Milieu-investeringen zijn bedrijfsmiddelen die de minister van Infrastructuur en Waterstaat in overeenstemming met de minister van Financiën en na overleg met de minister van Economische Zaken en Klimaat heeft aangewezen als bedrijfsmiddelen die in het belang zijn van de bescherming van het milieu. Alleen bedrijfsmiddelen die in Nederland nog niet gangbaar zijn, niet eerder zijn gebruikt en er voornamelijk toe bijdragen dat de nadelige gevolgen voor het milieu of dierenwelzijn worden voorkomen, beperkt of ongedaan gemaakt kunnen aangewezen worden als milieu-bedrijfsmiddel. Voor de sectoren landbouw, visserij en aquacultuur gelden nog enkele voorwaarden gericht op beperking van de productie. De Milieulijst voor de Vamil is gepubliceerd op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

Tijdig aanmelden Vamil

Voor toepassing van de willekeurige afschrijving op milieu-investeringen moet de ondernemer bovendien de investering aanmelden bij de minister van Economische Zaken en Klimaat, uitsluitend via de website van de RVO. Het gaat om investeringen boven € 2.500.

De termijn waarbinnen aanmelding moet plaats vinden is drie maanden. Deze termijn start bij:

  • het aangaan van de verplichting (koop);
  • in geval van voortbrengingskosten: het begin van het kalenderkwartaal volgend op dat waarin de kosten zijn gemaakt of, ingeval het bedrijfsmiddel waarvoor voortbrengingskosten zijn gemaakt in het kalenderkwartaal in gebruik is genomen, bij de ingebruikname van het bedrijfsmiddel.

Samen met de aanmelding Vamil kan de ondernemer een eventuele Milieu-investeringsaftrek (MIA) aanmelden.

Willekeurige afschrijving

Aanschaffings- of voortbrengingskosten (vervaardiging in het bedrijf van de onderneming zelf) van tijdig aangemelde milieu-investeringen mag de ondernemer willekeurig afschrijven. Hieraan is wel de beperking verbonden dat de ondernemer slechts 75% willekeurig mag afschrijven. De overige 25% schrijft de ondernemer regulier af. Daarnaast geldt ook een absoluut maximum van € 25 miljoen aan aanschaffings- en voortbrengingskosten per bedrijfsmiddel en per ondernemer per jaar en wordt rekening gehouden met in eerdere jaren voor dat bedrijfsmiddel reeds genoten MIA of Vamil.

Aanvraag

De willekeurige afschrijving op milieu-investeringen moet binnen 3 maanden na aankoop van het bedrijfsmiddel worden aangevraagd bij de RVO via mijn.rvo.nl.

Wat is het urencriterium?

Bepaalde ondernemersfaciliteiten zijn slechts van toepassing voor ondernemers die voldoen aan het urencriterium. Het betreft de oudedagsreserve, de zelfstandigenaftrek, de S&O-aftrek, de meewerkaftrek en de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid. Alleen voor de stakingsaftrek en de MKB-winstvrijstelling geldt het urencriterium niet.

1225-criterium en grotendeelscriterium

Om aan het urencriterium te voldoen moet een ondernemer minimaal 1225 uur per kalenderjaar besteden aan het voor eigen rekening drijven van één of meer ondernemingen (het 1225-criterium). Daarboven moet hij van de tijd die hij besteed heeft aan zijn onderneming, dienstbetrekking en overige werkzaamheden voor meer dan de helft aan zijn onderneming besteden (grotendeelscriterium).

Uitzondering starters en zwangeren

Starters hoeven aan dit laatste criterium niet te voldoen en slechts minimaal 1225 uur in de onderneming werkzaam te zijn om aan het urencriterium te voldoen. Een starter is iemand die in één of meer van de vijf voorafgaande jaren geen ondernemer was. In het jaar waarin een ondernemer zwanger wordt, geldt een fictie. Gedurende de periode die overeenkomt met het zwangerschaps- en bevallingsverlof zoals dat geldt voor werkneemsters worden zij geacht hun werkzaamheden niet te hebben onderbroken. Deze fictie vindt toepassing gedurende maximaal zestien weken.

Reisuren

Voor het urencriterium tellen de uren mee, die een ondernemer besteedt aan het reizen van de woning naar de plaats waar de onderneming is gevestigd. Dit geldt zowel voor het aantal uren dat in de onderneming wordt gewerkt (dus het 1225-criterium), als voor het grotendeelscriterium. Dit laatste is van belang als de ondernemer bijvoorbeeld ook in loondienst werkzaam is. Ook uren die worden besteed aan het verkrijgen van vakkennis om een al uitgeoefende onderneming te kunnen blijven uitoefenen worden aangemerkt als uren besteed aan het feitelijk drijven van een onderneming.

Coronacrisis: versoepeling urencriterium over 2020

Om te voorkomen dat ondernemers het recht op de ondernemersfaciliteiten verliezen zal de Belastingdienst er van 1 maart 2020 tot en met 30 september 2020 van uitgaan dat ondernemers altijd minimaal 24 uren per week aan hun onderneming(en) hebben besteed, ook als ze die uren door de coronacrisis niet daadwerkelijk hebben besteed.

Voor het verlaagde urencriterium van 800 uren per kalenderjaar in de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid geldt een overeenkomstige versoepeling. De desbetreffende ondernemers worden geacht minimaal 16 uren per week aan hun onderneming(en) te hebben besteed.

Met deze versoepeling van het urencriterium zullen ondernemers die normaliter voldoen aan het urencriterium, ook ondanks de coronacrisis aan het urencriterium kunnen voldoen.

Seizoensgebonden ondernemers

Voor seizoengebonden ondernemers is dit niet het geval als de piek van hun werkzaamheden in de genoemde periode valt. Daarom geldt voor deze ondernemers een aanvullende regeling. Zij worden geacht in deze periode hetzelfde aantal uren te hebben besteed als zij in de periode van 1 maart 2019 tot en met 30 september 2019 hebben gedaan. De ondernemer kan dan aan de hand van zijn administratie van vorig jaar beoordelen of hij in 2020 aan het urencriterium voldoet.

Wanneer moet vakantiegeld worden betaald – en wanneer is afwijking daarvan toegestaan?

Op 16 mei jl. verschenen er berichten in de media dat tussen de 5% en 8% van de werknemers aangeeft dat hun werkgever geen vakantiegeld wil uitbetalen vanwege de coronacrisis. Nog eens 11% van de werknemers weet niet of hun werkgever vakantiegeld zal uitkeren. Wat zijn nu eigenlijk de regels en wanneer mag je daarvan afwijken? Volgens artikel 17 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag wordt het tot en met 31 mei opgebouwde vakantiegeld in juni uitbetaald. Daar mag bij schriftelijke overeenkomst van worden afgeweken, mits de uitbetaling ten minste eenmaal per jaar plaatsvindt.

Veel bedrijven hebben in een arbeidsovereenkomst of personeelsreglement opgenomen dat het vakantiegeld in mei wordt uitbetaald. Van het overeengekomen betalingsmoment van vakantiegeld mag (ook) in deze coronatijden worden afgeweken. Op voorwaarde dat de werknemer hier schriftelijk mee instemt. Als het moment van uitbetaling van vakantiegeld vastligt in een cao, mag formeel slechts van dat moment worden afgeweken, als die cao in een mogelijkheid tot afwijking voorziet.

Tip

Als een werkgever zwaarwegende redenen heeft om van het gebruikelijke betalingsmoment van betaling van vakantiegeld af te wijken, moet dit altijd gebeuren in overleg met de werknemers. Daarmee wordt namelijk van de wet afgeweken. Het is in dat geval raadzaam om instemming van individuele werknemers over het latere betalingsmoment van vakantiegeld schriftelijk vast te leggen en werknemers die verklaring te laten ondertekenen.

 

Hoe kan ik btw op onbetaalde facturen terugvragen?

Als u een factuur met btw naar een klant stuurt, moet u de btw in deze factuur opnemen in de btw aangifte over het tijdvak waarin de factuur is opgemaakt.
Als de klant de factuur vervolgens niet betaalt, dan kunt u de afgedragen btw weer terugvragen van de belastingdienst.

Dat moet u doen in de periode waarin komt vast te staan dat de factuur niet betaald wordt. Als de curator in een faillissement u bericht stuurt dat er geen betalingen meer te verwachten zijn, dan kunt u de afgedragen btw op dat moment terugvragen.
Een vordering is in ieder geval oninbaar als er 1 jaar na de overeengekomen betaaldatum nog geen betaling is ontvangen.

U vraagt de btw terug door de niet betaalde facturen in mindering te brengen op de omzet bij vraag 1a of 1b in de aangifte.
Doe dat echter wel in de periode waarin de oninbaarheid is komen vast te staan.
Vraagt u de btw te laat terug, dan loopt u het risico dat de Belastingdienst uw teruggave weigert. Een aantal rechters besliste al dat de Belastingdienst dit mag als u te laat bent.

Als de klant later toch nog betaald dat neemt u de ontvangen bedragen weer op als omzet bij vraag 1a of 1b.

 

Ik wil mijn auto graag uit de zaak naar privé halen. Kan dat?

Een veelgestelde vraag: Ik heb mijn auto nu al vijf jaar op de zaak staan en de bijtelling van (bijvoorbeeld) 22% van de cataloguswaarde vind ik toch wel hoog. Kan ik deze naar privé halen?

Het antwoord op deze vraag is afhankelijk van uw situatie. Drijft u uw onderneming middels een rechtspersoon (meestal een BV) of in een eenmanszaak?

  • Als de auto op naam een een BV staat dan kunt u de auto altijd naar privé overbrengen.Een BV is een rechtspersoon. Als de BV destijds de auto heeft gekocht door middel van een koopovereenkomst, dan is de BV de eigenaar.
    Door middel van een overeenkomst tussen u en de BV kunt de auto van de BV kopen. Als u dga (directeur-grootaandeelhouder) bent dan dient u deze overeenkomst wel schriftelijk vast te leggen.
  • Als u een eenmanszaak heeft dan is het niet zonder meer mogelijk om de auto naar privé over te brengen. U bént namelijk zelf de eenmanszaak en heeft er destijds bij de aankoop voor gekozen om de auto op de zaak te zetten. In fiscale termen heet dat: U heeft de auto zakelijk geëtiketteerd.
    En als u een bedrijfsmiddel zakelijk geëtiketteerd hebt, dan kunt u dit niet zonder meer wijzigen.
    Dat is alleen maar mogelijk als er sprake is van een bijzondere omstandigheid, zoals bijvoorbeeld bij het staken van de onderneming.
    Het feit dat de auto inmiddels vijf jaar oud is en dat de bijtelling als te hoog wordt ervaren is in ieder geval geen bijzonder omstandigheid.

Overigens zal de overdracht naar privé altijd tegen de waarde in het economisch verkeer op dat moment moeten plaatsvinden.

 

 

Is bij een contract voor bepaalde tijd een proeftijd mogelijk?

Ja, dat kan, mits het een tijdelijk arbeidscontract van meer dan 6 maanden maar korter dan 2 jaar, of een tijdelijk arbeidscontract zonder einddatum betreft.
Deze proeftijd mag dan maximaal 1 maand duren.
Als het contract minder dan 6 maanden duurt mag geen proeftijd worden afgesproken.

Hiervan mag alleen maar afgeweken worden als dat in de CAO staat of in een regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan, zoals een gemeente.

Bij een vast dienstverband, of bij een tijdelijk arbeidscontract van meer dan 2 jaar kan de proeftijd maximaal 2 maanden duren.

Hoeveel reiskosten mag ik onbelast vergoeden aan mijn werknemer?

Zakelijk vervoer mag onbelast worden vergoed of verstrekt. Ook woon-werkverkeer valt onder zakelijk vervoer. Denk aan (de kosten van) abonnementen en losse kaartjes voor openbaar vervoer.

Een kilometervergoeding voor reizen met eigen vervoer van maximaal € 0,19 per kilometer is vrijgesteld.
Het is dan niet meer toegestaan om bijv. de kosten van parkeren apart te vergoeden.

Ook (de werkelijke kosten van) een taxirit, vliegticket of pontvaart mogen onbelast worden vergoed of verstrekt.

Vaste vergoeding
Als een werknemer op ten minste 128 dagen per kalenderjaar naar een vaste arbeidsplaats van werkzaamheden reist, kan een vaste vrije reiskostenvergoeding worden verstrekt. De regeling geldt niet voor vervoer per taxi, vliegtuig, schip of auto van de zaak.

Bij het vaststellen van de hoogte van de vaste reiskostenvergoeding mag er vervolgens van worden uitgegaan dat de werknemer alle dagen (= 214 dagen) naar dezelfde arbeidsplaats reist. De vergoeding mag maximaal € 0,19 per kilometer bedragen. Kortom: de vaste reiskostenvergoeding wordt als volgt berekend: 214 dagen x enkele reisafstand × 2 × € 0,19. Genoemde aantallen dagen gelden bij een volledige werkweek (5 dagen). Wordt korter gewerkt, dan dienen deze aantallen naar evenredigheid te worden verminderd.

Ik moet voor een zakelijk feest een smoking aanschaffen. Mag ik deze kosten ten laste van mijn winst brengen?

Deze vraag krijgen wij vaker. Voor een zakelijk feest moet u een smoking of een galajurk aanschaffen. Mogen deze kosten ten laste van de winst van uw onderneming gebracht worden?

Het antwoord daarop is: Helaas niet!

In art. 3.16 lid 5 Wet IB is bepaald dat kleding als werkkleding wordt aangemerkt indien zij:

  • uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt is om in het kader van de onderneming te worden gedragen
    of
  • is voorzien van zodanige uiterlijke kenmerken dat daaruit blijkt dat deze uitsluitend is bestemd om bij het behalen van de winst te worden gedragen.

In de Uitvoeringsregeling is bovendien bepaald dat kleding slechts als werkkleding wordt aangemerkt indien zij is voorzien van één of meer duidelijk zichtbare, aan de onderneming gebonden beeldmerken met een oppervlakte van tezamen ten minste 70 vierkante cm.

Een uniform of een overall is dus aftrekbaar als dit binnen uw onderneming gedragen wordt. Deze zijn uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt is om binnen uw onderneming te worden gedragen.
Is de kleding ook geschikt om buiten uw onderneming te dragen? Dan moet de kleding zijn voorzien van een beeldmerk met een oppervlakte van minimaal 70 vierkante cm. Het beeldmerk moet verwijzen naar uw onderneming.

Dus een smoking of galajurk met een logo van uw onderneming van 70 vierkante cm is wél aftrekbaar. Maar of u daarmee naar het feest wil…….?

 

Ik gebruik een deel van mijn eigen woning als werkruimte. Kan ik de kosten van mijn werkruimte aftrekken van de belasting?

Slechts in een beperkt aantal gevallen is kostenaftrek mogelijk. In de meeste gevallen kunt u de kosten van de werkruimte niet aftrekken. Wilt u in aanmerking komen? Dan heeft uw werkruimte in ieder geval een eigen ingang en een toilet of wasbakje nodig. Maar er zijn nog vele aanvullende voorwaarden die per situatie kunnen verschillen. Ook is kostenaftrek niet in alle gevallen voordelig. Win daarom deskundig advies in.