Nieuws

Leo Stevens: ‘Belastingontwijking legaal maar niet rechtvaardig’

Het ontwikkelen van internationale sluiproutes en belastingconstructies moeten we uitroeien met dezelfde passie waarmee we ook proberen internationale dubbele belastingheffing te voorkomen. Dat schrijft emeritus hoogleraar Leo Stevens vandaag in Het Financieele Dagblad.

Nederland kan gezien de collectieve lastendruk van 45 procent geen belastingparadijs worden genoemd. Maar moet Nederland erin berusten dat multinationals mede door inschakeling van het Nederlandse verdragennetwerk wereldwijd hun belastingen kunnen ontlopen?

“Nee, natuurlijk niet”, schrijft Leo Stevens, emeritus hoogleraar fiscale economie Erasmus Universiteit Rotterdam, vandaag in het Het Financieele Dagblad (alleen abonnees).

De hoogte van de belastingdruk zegt niet alles over de verdeling ervan. En daar gaat het om. In het Nederlandse belastingstelsel zijn diverse groepen personen en organisaties aan te wijzen die er relatief gunstig uitspringen, aldus Stevens.

Hij noemt de eigenwoningbezitter met zijn riante hypotheekrenteaftrek als voorbeeld,  en ook de door de Nederlandse politiek ingevoerde verlaging van het tarief van de vennootschapsbelasting.

Nederland wenste daarmee zijn internationale fiscale concurrentiepositie voor internationale bedrijven te versterken, maar volgens Stevens “betaalden de particuliere sector en – in mindere mate – de mkb-ondernemingen daarvoor de rekening”.

Kritiek van fiscale wetenschappers werd weggewuifd. “Nederland moest als vestigingsland prominent in de etalage worden gezet en daarbij scoorde een opzichtige tariefsverlaging het beste. Waarschuwingen dat dit een vorm van schadelijke belastingconcurrentie uitlokt en een ratrace waarvan slechts het internationale bedrijfsleven profiteert, werden in de wind geslagen.”

Voor internationale tax planning – het ontwikkelen van internationale sluiproutes en belastingconstructies – geldt hetzelfde verhaal. Het werkt contraproductief.

“Dergelijke vormen van schadelijke belastingconcurrentie moeten we uitroeien met dezelfde passie waarmee we ook proberen internationale dubbele belastingheffing te voorkomen. Het beschadigt de internationale rechtsorde, ook al wordt (terecht) steevast betoogd dat de ontwijkingsconstructies legaal zijn. Ze zijn echter niet rechtvaardig, evenals het niet rechtvaardig is dat hoge inkomens méér profiteren van de hypotheekrenteaftrek dan lagere.”

Door krampachtig vast te houden aan de nationale soevereiniteit krijgen we dit soort problemen nooit opgelost, schrijft Stevens. Die moeten we in groter verband, dus in Europese context, uitbannen. In plaats van energie te steken in naming en shaming, zoals volgens hem nu in de publieke discussies gebeurt, zou hij daarom liever adequate wetgeving zien.

“Bestrijding van schadelijke belastingconcurrentie vereist doelgericht optreden in communautair of internationaal verband. Beter is het daarom een constructieve bijdrage te leveren aan de pogingen van de Europese Commissie en de Oeso te komen tot een effectievere aanpak van belastingontduiking en -ontwijking in internationaal verband.”

Slechts € 50 boete voor te late VPB-aangifte

Gerechtshof Den Bosch heeft in hoger beroep geoordeeld dat gelet op alle omstandigheden een verzuimboete van € 50 passend en geboden is voor een bv die te laat de VPB-aangifte indiende.

Aan de bv is een VPB-aanslag opgelegd, alsmede een verzuimboete van € 2.460 wegens het niet tijdig aangifte doen. De aangifte over 2009 moest vóór 1 juni 2010 zijn gedaan. Op zowel de herinnering als de aanmaning werd niet tijdig gereageerd. De bv stelt dat zij na ontvangst daarvan steeds bij haar administratiekantoor navraag deed en tot twee keer toe de verzekering kreeg dat de aangifte al was gedaan.

De rechtbank oordeelde dat de boete niet proportioneel is, aangezien aan een natuurlijk persoon in de IB-sfeer voor hetzelfde feit een boete wordt opgelegd van € 226. De boete werd daarom gematigd tot € 452. Partijen gaan in hoger beroep.

Hof Den Bosch oordeelt dat gelet op alle omstandigheden een boete van € 50 passend en geboden is. Deze beslissing inzake de strafmaat behoeft niet verder gemotiveerd te worden. De hoger beroepen zijn gegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.

 

 

ZZP’ers hebben meer behoefte aan flexibele werklocaties

Het grootste deel van de zzp’ers werkt vanuit huis, maar hun aandeel neemt af en het aandeel zzp’ers dat werkt vanuit wisselende locaties neemt toe. Een op de acht zzp’ers die vanuit huis werken heeft behoefte aan een externe werklocatie. De behoefte daaraan is vooral in de ICT-sector en in de grootstedelijke gebieden. Een nieuw type externe werklocatie dat sterk in opkomst is, zijn de ‘coworking spaces’. Zzp’ers die gebruikmaken van coworking spaces hebben daar merkbaar zakelijk profijt van. Dit en meer blijkt uit onderzoek van Panteia/EIM.

Meer mobiele zzp’ers zoeken flexibele werkplekken
Het grootste deel van de zzp’ers werkt vanuit huis, of vanuit een kantoor of bedrijfsruimte aan huis. Het aandeel dat dit doet neemt echter af. Daarentegen vertoont het aandeel van de zzp’ers dat vanuit wisselende locaties werkt een stijgende tendens. Deze ambulante of mobiele zzp’ers werken op locaties van de opdrachtgevers, zijn op pad met (eigen) vervoermiddelen of maken gebruik van het groeiende aanbod van flexibele werklocaties. Eerder onderzoek in samenwerking met de Kamer van Koophandel Rotterdam heeft aangetoond dat er een grote groep zzp’ers bestaat die behoefte heeft aan locaties met ruime openingstijden, kort lopende contracten en dichtbij huis. Op een groot deel van het bestaande kantooraanbod zitten zzp’ers dus niet te wachten. Dit onderzoek is eerder verschenen onder de titel “Alles flex, is dat een mismatch?”

Coworking spaces stimuleren productiviteit en kennisdeling
Werken vanuit een externe werklocatie – die gedeeld wordt met anderen en daardoor mogelijkheden biedt voor netwerken – vergroot de kansen en omzet van zzp’ers. Het kan ook een beter evenwicht tussen werk en privé betekenen of een oplossing zijn voor mobiliteitsproblemen. Daarnaast kan de zzp’er op deze werklocaties over faciliteiten beschikken die thuis niet of moeilijk te realiseren zijn, zoals ruimtes voor besprekingen of het geven van cursussen, of een betere ICT-infrastructuur. In de vraag van zzp’ers naar werkruimte buitenshuis wordt op verschillende manieren voorzien. Meer recent zijn er verschillende nieuwe concepten ontwikkeld. Een nieuw type externe werklocatie is de coworking space, waar een grote mate van flexibiliteit is gekoppeld aan een grote mate van interactie tussen de gebruikers. De managers van coworking spaces stimuleren actief de kennisdeling tussen de verschillende partijen en waken over de open sfeer die er in de spaces hangt. Met dit onderzoek is een eerste ervaring met de coworking spaces in beeld gebracht. 80% van de zzp’ers vindt dat zijn productiviteit is gestegen door het gebruik van coworking spaces.