Nieuws

Dividendbelasting blijft: lagere Vpb-tarieven en verzachting maatregel lenen bij de eigen bv

De afschaffing van de dividendbelasting gaat definitief niet door. Het daardoor vrijkomende budget wordt geheel gebruikt voor het bedrijfsleven. Dat laat het kabinet weten in een brief aan de Tweede Kamer. Zo wordt in 2021 het lage Vpb-tarief uiteindelijk verlaagd naar 15% in plaats van 16% en gaat het hoge Vpb-tarief naar 20,5% in plaats van 22,25%. Daarnaast wordt de voorgenomen maatregel om excessief lenen bij de eigen bv tegen te gaan, verzacht. Ook komt er overgangsrecht bij de beperking afschrijving op gebouwen in eigen gebruik in de Vpb en komt er meer geld beschikbaar voor innovatie. Maar er is meer…

De verzachting van de maatregel om lenen bij de eigen bv tegen te gaan, houdt in dat de uitzondering voor bestaande eigenwoningschulden ook gaat gelden voor nieuwe eigenwoningschulden van de dga. Bovenop deze eigenwoningschuld geldt een aanvullende drempel van € 500.000 voor de dga en zijn partner gezamenlijk.
Het extra budget voor innovatie wordt besteed aan de intensivering van de S&O-afdrachtvermindering door in 2020 het percentage van de tweede schijf te verhogen van 14% naar 16%.
Het overgangsrecht bij de beperking afschrijving op gebouwen in eigen gebruik in de Vpb geldt voor gebouwen die voor 1 januari 2019 in eigen gebruik zijn genomen en waarop nog geen drie jaar is afgeschreven. In dat geval mag de Vpb-plichtige alsnog blijven afschrijven volgens het oude regime tot maximaal 50% van de WOZ-waarde.

Andere maatregelen
Andere maatregelen die het kabinet treft met het vrijkomende budget van de dividendbelasting zijn:

  • alsnog overgangsrecht bij het verkorten van de maximale looptijd van de 30%-regeling. Dit overgangsrecht is bedoeld voor de groep voor wie de regeling in 2019 of 2020 zou vervallen als gevolg van de verkorting van de looptijd;
  • verkorting van de terugwerkende kracht van de spoedmaatregel fiscale eenheid in de Vpb, De terugwerkende kracht van de spoedreparatiemaatregelen wordt beperkt tot 1 januari 2018 in plaats van 25 oktober 2017;
  • afzien van de maatregel die fiscale beleggingsinstellingen (fbi’s) voortaan verbiedt om direct te beleggen in Nederlands vastgoed;
  • verlaging van de werkgeverslasten op arbeid, door hiervoor vanaf 2021 structureel een bedrag van € 200 miljoen te reserveren.

Bijtelling privégebruik auto door bezoeken dga aan golfclubs

Een dga die meende geen bijtelling voor privégebruik te hoeven toepassen omdat hij minder dan 500 km privé reed kwam bedrogen uit.

In 2011 had hij echter 79 bezoeken aan golfclubs als zakelijke ritten aangemerkt. Volgens de inspecteur had hij daardoor meer dan 500 km’s privé met de auto gereden en had hij dus de forfaitaire bijtelling over de cataloguswaarde van € 83.735 moeten opnemen in zijn aangifte.

De Rechtbank had de inspecteur in het gelijk gesteld waarop de dga in hoger beroep was gegaan.

In hoger beroep oordeelt Hof ‘s-Hertogenbosch dat personen die qua inkomen, vermogen en gezin in dezelfde omstandigheden als X verkeren jaarlijks zeventien bezoeken aan golfclubs brengen, zodat in zoverre sprake is van privé-km’s. De 58 overige ritten telden dus wel mee als zakelijke ritten.

De 17 privé ritten betekenden echter 272 privé-kilometers.Aangezien de overige – wel als privé – verantwoorde km’s in 2011 326 hadden bedragen, heeft de dga in totaal 272 + 326 = 598 km prive gereden. En dat is meer dan 500 km, zodat de bijtelling terecht is. Het beroep van de dag is ongegrond.

Bron: Hof ‘s-Hertogenbosch, 21-06-2018, nr. 16/03337

 

Schriftelijke vastlegging verbod privégebruik noodzakelijk

Een werknemer krijgt geen bijtelling privégebruik voor een bestelauto als zijn werkgever hem verbiedt de bestelauto privé te gebruiken. Hiervoor is vereist dat:

  1. de werkgever het verbod schriftelijk heeft vastgelegd,
  2. dit verbod bij de loonadministratie bewaart,
  3. toezicht houdt op de naleving
  4. en een passende sanctie oplegt bij overtreding van het verbod.

Een B.V. exploiteerde een hoveniersbedrijf. De activiteiten bestonden uit tuinaanleg en -architectuur en het uitvoeren van hovenierswerkzaamheden en aanleggen van bestrating. Het hoveniersbedrijf had werknemers in dienst. Een van de werknemers had een bestelauto ter beschikking gesteld gekregen. In geschil bij Hof Arnhem-Leeuwarden is of de B.V. terecht geen bijtelling vanwege privégebruik van de bestelauto voor een werknemer heeft aangegeven. De B.V. voert daartoe aan dat de werknemer een schriftelijk verbod had gekregen de bestelauto privé te gebruiken. Het hof oordeelt daarover dat de B.V. niet aannemelijk heeft gemaakt dat er een verbod is op het privégebruik van de bestelauto. Er is geen schriftelijk vastlegging van het verbod in de loonadministratie aanwezig. Zonder schriftelijke vastlegging is geen sprake van een verbod op privégebruik, waardoor de bijtelling achterwege kan blijven. Over de door de B.V. overgelegde kilometeradministratie oordeelt het hof dat niet duidelijk is geworden wanneer en waar de bestelauto heeft gestaan bij grote projecten. Ook het doel van een aantal ritten is niet te achterhalen. Ook is niet na te gaan hoeveel kilometers is omgereden. Het hof oordeelt dat de inspecteur terecht een bijtelling privégebruik bestelauto bij de werknemer heeft toepast, omdat de rittenadministratie van de werknemer niet betrouwbaar is.

Geen boete
De werkgever dacht dat hij voor de werknemer een beschikking ‘geen privégebruik’ had, maar dat bleek niet het geval te zijn. De werkgever ging er hierdoor, ten onrechte, vanuit dat hij de bijtellingsregeling achterwege kon laten en geen rittenadministratie hoefde bij te houden. Volgens het hof is het hierdoor niet aan grove schuld van de B.V. te wijten dat de bijtelling voor privégebruik achterwege is gebleven. Het hof vernietigt daarom de boete.

Meer informatie: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 3 juli 2018 (gepubliceerd op 27 juli 2018), ECLI:NL:GHARL:2018:6158

Nu ook massaal bezwaar box 3 2017

De belastingheffing in box 3, de zogenaamde vermogensrendementheffing, is al jaren een doorn in het oog van veel belastingplichtigen.

De grootste klacht is dat de forfaitair vastgestelde rendementen in de werkelijkheid bij lange na niet gehaald (kunnen) worden. In een Besluit van 14 juli 2018 heeft de staatssecretaris van Financiën de bezwaarschriften tegen de vermogensrendementheffing in de aanslag inkomstenbelasting 2017 (IB 2017) als massaal bezwaar aangewezen.

Dat meldt het Register Belastingadviseurs (RB).

Dit betekent dat tijdig ingediende bezwaren tegen de vermogensrendementheffing in de aanslag IB 2017 collectief worden afgedaan en daarvoor proefprocedures worden aangewezen. Ondernemers en hun adviseurs die tijdig bezwaar maken, kunnen hierop meeliften.

De adviseur hoeft dan niet zelf de bezwaarprocedure bij de Belastingdienst en de beroepsprocedures bij de verschillende rechters te voeren, met de daaraan verbonden kosten. Wie zijn bezwaarschrift vóór 15 juli 2018 heeft ingediend is in ieder geval op tijd. In alle andere gevallen moet binnen zes weken na de aanslag bezwaar gemaakt zijn. Wie niet tijdig bezwaar maakt, kan niet meer meeliften.

Als in het bezwaarschrift ook bezwaar tegen andere onderdelen gemaakt worden dan de vermogensrendementheffing (bijvoorbeeld de aftrek hypotheekrente of dergelijke), dan wordt het bezwaarschrift gesplitst. In dat geval beoordeelt de inspecteur apart de bezwaren tegen die andere onderdelen en daarop volgt een individuele uitspraak.

Bent u het met die individuele uitspraak niet eens, dan moet u daartegen afzonderlijk en dus individueel bij de rechtbank in beroep gaan

Jacquet van predikant is werkkleding

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt in hoger beroep dat de aanschafkosten van het jacquet aftrekbaar zijn. Het jacquet is namelijk gekocht bij een speciale winkel voor ambtskleding en is vanwege de knopen en hoge sluiting specifiek geschikt voor een predikant.

De heer X is als predikant verbonden aan een Gereformeerde kerk. In 2013 koopt X een jacquet voor € 354. Dit jacquet gebruikt X voor de uitoefening van zijn ambt als predikant. In geschil is of de aftrek van de aanschafkosten terecht is geweigerd. Volgens Rechtbank Gelderland kan het jacquet niet alleen tijdens de predikantswerkzaamheden worden gedragen en is het dus geen werkkleding. Het jacquet is namelijk niet uitsluitend of bijna uitsluitend geschikt voor predikantswerkzaamheden. Weliswaar wordt een jacquet tegenwoordig niet vaak meer gedragen, maar het is niet ongebruikelijk dat het wordt gedragen bij onder meer huwelijksfeesten, begrafenissen en andere formele gebeurtenissen. X gaat in hoger beroep.

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de aanschafkosten van het jacquet aftrekbaar zijn. Het jacquet is namelijk gekocht bij een speciale winkel voor ambtskleding en is vanwege de knopen en hoge sluiting specifiek geschikt voor een predikant. Deze herkenbare onderdelen maken dat het jacquet minder geschikt is voor privégebruik. De verklaring van X dat hij het jacquet ook nooit privé draagt, is aannemelijk. Van dagelijks (privé)gebruik, waarover in de wetsgeschiedenis wordt gesproken, is in ieder geval geen sprake. Het beroep van X is gegrond.

Bron: V-N Vandaag 2018/1467

Autoriteit Persoonsgegevens: Belastingdienst mag burgerservicenummer niet gebruiken in btw-nummer zzp’ers

De Belastingdienst heeft geen wettelijke basis om het burgerservicenummer (BSN) te gebruiken in het btw-identificatienummer van zelfstandigen met een eenmanszaak. Dit blijkt uit onderzoek van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). De Belastingdienst moet de geconstateerde overtredingen zo snel mogelijk beëindigen. Gebeurt dat niet, dan kan de AP handhavende maatregelen treffen.

Het BSN is een wettelijk identificatienummer om de communicatie tussen overheid en burgers te vergemakkelijken. Burgers kunnen met hun BSN bij elk loket van de overheid terecht. Het voordeel van een BSN is dat burgers hun persoonsgegevens niet bij elke overheidsorganisatie steeds opnieuw hoeven aan te leveren. Dit maakt het tegelijk kwetsbaar: als het BSN in kwaadwillende handen valt, kan het mogelijk leiden tot identiteitsfraude. Een kwaadwillende kan met de persoonsgegevens van een ander bijvoorbeeld een auto huren en daarmee schade veroorzaken. Zelfstandigen met een eenmanszaak kunnen hun BSN niet beschermen. Zij zijn verplicht hun BSN kenbaar te maken omdat het BSN een onderdeel vormt van hun btw-identificatienummer.

Op 13 juni 2017 heeft de AP aangekondigd dat zij ambtshalve een onderzoek is gestart bij de Belastingdienst. Het onderzoek richtte zich op het vaststellen of er een wettelijke grondslag is voor het gebruik van het BSN in btw-identificatienummers van zelfstandigen met een eenmanszaak (veelal zzp’ers) door de Belastingdienst. Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat het gebruik van het BSN in btw-identificatienummers van zelfstandigen met een eenmanszaak door de Belastingdienst in strijd is met artikel 46 van de AVG. De verwerking is voorts in strijd met artikel 5, eerste lid, onder a van de AVG en artikel 6, eerste lid, van de AVG.

In 2014 was het ministerie van Financiën nog tegen een ontkoppeling tussen BSN en btw-identificatienummer. Ook toen speelden bezwaren op het gebied van privacy maar ontkoppeling, zo vond het ministerie, zou onder meer leiden tot grote foutenrisico’s. Drie maanden geleden kondigde de staatssecretaris Snel van Financiën aan dat hij open staat voor een btw-identificatienummer dat niet meer het burgerservicenummer (BSN) bevat.

Gezamenlijke oproep voor aanpassing box 3-stelsel

Op 19 juni 2018 heeft Ondernemend Nederland, samen met de Novak, Register Belastingadviseurs, Bond voor Belastingbetalers en de Vereniging van Effectenbezitters, middels een brief een oproep aan het kabinet gedaan om de vermogensrendementsheffing aan te passen en stappen te ondernemen.

Nederlandse belastingplichtigen, zoals ondernemers en individuele beleggers, die veelal afhankelijk zijn van hun spaargeld en beleggingen voor hun oudedagsvoorziening, roepen het kabinet op de vermogensrendementsheffing snel aan te passen. De belangenorganisaties van deze miljoenen belastingplichtigen en ondernemers zijn van mening dat de vermogensrendementsheffing in de huidige vorm strijdig is met het recht op eigendom, zoals vastgelegd in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), en dat gewone Nederlanders onnodig worden benadeeld. Hans Biesheuvel, voorzitter van Ondernemend Nederland, en Marco Moling, voorzitter van Novak zeggen hierover: ‘‘Zowel burgers, ondernemers, als beleggers, roepen de staatssecretaris van Financiën op voor het einde van het jaar het box 3-stelsel aan te passen, zodat recht wordt gedaan aan de ambitie in het regeerakkoord om daadwerkelijk behaald rendement te belasten’’.

Juridische procedures 
Hoewel de wetgever per 2017 een wijziging heeft doorgevoerd in het box 3-systeem, blijft het voornaamste probleem bestaan: het (door de fiscus belaste) fictieve inkomen kan nog steeds enorm afwijken van het werkelijk inkomen. Jarenlang hebben spaarzame ondernemers, effectenbezitters en particulieren te veel belasting betaald, vanwege deze fictieve manier van het opleggen van collectieve lasten. Dit soort belastingen ondermijnt het vertrouwen in een rechtvaardige overheid. Dat is iets dat de ondertekenaars beslist niet willen, want het is slecht voor de rechtsstaat, de belastingmoraal en voor de samenleving als geheel.

Deze fundamentele kwestie heeft geleid tot juridische procedures van belastingplichtigen. Inmiddels heeft de rechter in twee zaken geoordeeld dat het oude box 3-stelsel onder omstandigheden in strijd kan zijn met het eigendomsrecht. Ondanks deze erkenning biedt de rechter vooralsnog geen gevolg aan deze uitspraak en krijgt de wetgever de ruimte om ervoor te zorgen dat er een einde komt aan deze situatie. ‘Niemand zit te wachten op rechtszaken over de vermogensrendementsheffing, maar het is vooralsnog de enige manier om de wetgever tot actie aan te zetten’, aldus Jurgen de Vries, voorzitter van de Bond voor Belastingbetalers.

Nieuw box 3-stelsel
Uit oogpunt van rechtvaardigheid en uitvoerbaarheid geven Nederlandse ondernemers en belastingplichtigen de voorkeur aan een belasting op basis van het daadwerkelijk rendement. Het daadwerkelijk behaalde rendement is eenvoudig vast te stellen indien er sprake is van ‘inkomen uit sparen’ (bank-, spaartegoeden, deposito’s) en ‘inkomen uit belegd vermogen’ (bijvoorbeeld aandelen, obligaties, beleggingsfondsen). Het behaalde rendement kan hierbij eenvoudig afgelezen worden uit de gegevens die jaarlijks bij de Belastingdienst aangeleverd worden. Indien het daadwerkelijk behaalde rendement niet is vast te stellen (bijvoorbeeld bij vastgoed) dan kan voor die vermogensbestanddelen een forfait worden bepaald door de zogeheten ‘Ultimate Forward Rate’ (UFR) te gebruiken als rendementspercentage of worden aangesloten bij de nominale rente die de Staat zelf betaald over langjarige leningen. Dit is het rendement dat voor de professionele beleggers van pensioenfondsen en verzekeraars wordt gehanteerd.

Lagere belasting
Bij de oproep van de Tweede Kamer om een nieuw box 3-stelsel te ontwikkelen, heeft de staatssecretaris aangegeven dat een herziening van de vermogensrendementsheffing gevolgen kan hebben voor de inkomsten van de schatkist. Het aanpassen van het box 3-stelsel kan niet budgetneutraal, omdat de schatkist op dit moment feitelijk meer belasting int dan de belastingplichtige aan rendement realiseert. Indien de rente zich in de komende jaren herstelt, neemt ook de belastingopbrengst voor de schatkist weer toe. ‘De wetgever dient deze handschoen op te pakken. Ook als dat betekent dat een herziening van box 3 op korte termijn leidt tot een lagere belastingopbrengst, omdat de rendementen zo laag zijn. Dit ondermijnt de belastingmoraal’, aldus Fons Overwater, voorzitter van het Register Belastingadviseurs, RB.

Rechtszekerheid en rechtvaardigheid 
De ondertekenaars constateren dat een herziening van box 3 past in de agenda van het regeerakkoord. Voor het realiseren van deze ambitie dient een fiscale verschuiving op de belasting op kapitaal plaats te vinden ten gunste van Nederlandse belastingplichtigen, waaronder vooral mkb’ers en zzp’ers. Het is deze groep Nederlanders die direct bijdraagt aan de groei van de Nederlandse economie, die vermogen opbouwt en daarmee kapitaal ter beschikking stelt om te investeren in nieuwe bedrijven, innovatieve projecten en familieondernemingen. “De regeringspartijen zouden zich moeten beseffen dat achter het belegd vermogen gewone mensen zitten die hard gewerkt hebben om hun vermogen bij elkaar te brengen. Die zorgen goed voor dat vermogen omdat ze bij een terugtredende overheid steeds meer zaken, zoals zorg, pensioen en onderwijs, zelf moeten bekostigen. De afgelopen jaren heeft het hanteren van fictieve rendement al tot een onrechtvaardige belasting druk geleid, vaak tot meer dan 100%, zo blijkt uit VEB onderzoek. Het is tijd dat de Staatssecretaris met een rechtvaardige vermogensrendementsheffing komt. Dat is belangrijker dan het optimaliseren van het fiscale vestigingsklimaat voor buitenlandse ondernemingen”, aldus Paul Koster, directeur van de Vereniging Effectenbezitters, VEB.

Verlaging in ruil voor eenvoud
Gelet op uitvoeringsproblemen bij de Belastingdienst snappen de meeste belastingplichtigen dat het waarmaken van de kabinetsambitie, om box 3 te herzien, niet moet leiden tot een onwerkbare situatie. In dit kader pleiten de ondertekenaars ook voor een eenvoudig en rechtvaardig stelsel met een forfaitaire component. Met dien verstande dat belast wordt op basis van het daadwerkelijke rendement voor zover mogelijk.

Bron: Register Belastingadviseurs

Opvolger Wet DBA: overleg met veldpartijen uitgesteld

Het overleg met vertegenwoordigers van zzp’ers, opdrachtgevers en andere veldpartijen over een opvolger van de Wet DBA is uitgesteld.

Eerst vindt nu het overleg met de Kamer plaats en pas daarna kunnen de belangenorganisatie feedback geven.

Eerder dit jaar kondigde de minister aan dat voor het zomerreces naar de Tweede Kamer een brief met de hoofdlijnen over een opvolger voor de Wet DBA zou worden gestuurd. Voorafgaand aan het sturen van de brief zouden veldpartijen gelegenheid krijgen feedback te geven. Half juni heeft noch dit overleg plaats gevonden, noch is de hoofdlijnenbrief al verstuurd. Het overleg met de vaste Kamercommissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de opvolger van de Wet DBA staat gepland voor 27 juni.

Inmiddels is duidelijk geworden dat dit overleg met vertegenwoordigers van onder meer opdrachtgevers en opdrachtnemers en bemiddelaars voor het verzenden van de hoofdlijnenbrief en het overleg met de Kamer niet meer haalbaar is. Zipconomy meldde dat dit overleg wordt uitgesteld tot na de zomervakantie, zodat de partijen beter voorbereid aan het overleg kunnen deelnemen. Een woordvoerder van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bevestigt dit bericht. Wanneer het veldoverleg wel zal plaatsvinden, kon zij niet zeggen. De uitnodigingen worden na de zomervakantie verstuurd. Het is ook nog niet bekend wanneer de brief naar de Kamer wordt verstuurd. De Kamer heeft gevraagd om de brief voorafgaand aan het overleg met de Kamercommissie.

Bron: Taxence

Bent u al klaar voor de AVG?

Op 25 mei jl. is de AVG (Algemene Verordering Gegevensbescherming) van kracht geworden. Alle organisaties, van ZZP’ers tot multinationals hebben met deze wetgeving te maken! Heeft u nog geen actie ondernomen, dan bent u eigenlijk te laat. Maar dat betekent niet dat u niets meer kunt doen. Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald!

Onderstaand hebben wij een aantal websites vermeld welke u behulpzaam kunnen zijn:

De AVG-regelhulp

Om u te helpen bij de voorbereiding op de AVG, heeft de AP de interactieve toolde AVG-regelhulp‘ ontwikkeld. Als u de vragen uit de regelhulp beantwoordt, krijgt u een praktisch advies op maat over waar u nog aan moet werken om goed voorbereid te zijn op de AVG. De AVG-regelhulp is ontwikkeld in samenwerking met de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

Privacyverklaring generator

Als midden- of kleinbedrijf lever je goederen en/of diensten aan klanten. Hiervoor heb je persoonsgegevens nodig. Wat je met deze gegevens doet, vertel je aan je klant in een privacyverklaring op je website. Hiertoe ben je ook wettelijk verplicht.
Na het beantwoorden van een aantal vragen levert de privacyverklaring generator levert je een bassistekst voor een privacyverklaring

Autoriteit Persoonsgegevens

Op de website van de Autoriteit Persoonsgegevens is een grote hoeveelheid informatie beschikbaar over de nieuwe privacywetgeving. Als u het antwoord niet kunt vinden kunt u telefonisch vragen stellen

Acht EU-landen missen deadline privacywet

Acht van de 28 EU-landen zijn niet op tijd met het omzetten van de nieuwe Europese wetgeving rond privacy- en gegevensbescherming in nationale wetten. De in 2016 aangenomen Algemene Verordening Gegevensbescherming (GDPR) wordt op 25 mei van kracht.

De wetgeving verplicht overheden, bedrijven en andere organisaties aan te tonen welke persoonsgegevens ze verzamelen en hoe die worden gebruikt en beveiligd.

Nederland is net op tijd; de Eerste Kamer keurde de wetgeving dinsdag goed. België, Bulgarije, Cyprus, Griekenland, Hongarije, Litouwen, Tsjechië en Slovenië missen de deadline zeker, zei EU-commissaris Vera Jourova tegen journalisten. Zes andere landen hebben hun zaakjes eind mei of begin juni op orde.

De Tsjechische toonde zich verrast, omdat landen lang de tijd hebben gehad. Zij noemde onderschatting en nalatigheid als mogelijke oorzaken. De kans bestaat dat ze een inbreukprocedure aan hun broek krijgen als ze van de regels afwijken, zei zij.

Met de wet krijgen burgers ook het recht om te worden ‘vergeten’, waardoor ze gegevens desgewenst kunnen laten schrappen. De regels rond datalekken worden ook aangescherpt. Het toezicht ligt bij de lidstaten. In Nederland is dat de Autoriteit Persoonsgegevens. De toezichthouders zijn nog niet allemaal voldoende voorbereid. Dat geldt ook voor veel kleinere bedrijven, maar de kans dat zij uitstel krijgen is “nihil”.

Facebook
De wetgeving geldt ook voor bedrijven van buiten de EU met Europese gebruikers, zoals Facebook. Op overtreding staan boetes tot 4 procent van de wereldwijde omzet, met een minimum van twintig miljoen euro. Jourova denkt dat de GDPR de kans op misbruik minimaliseert. “De sancties zijn afschrikwekkend.” Zij hoopt dat de wetgeving een wereldwijde standaard zet.

Jourova sprak opnieuw haar ongenoegen uit over het misbruik van gegevens van Facebookgebruikers in het schandaal rond Cambridge Analyica. Zij wacht “met ongeduld” op het onderzoek van de Britse toezichthouder.

Bron: ANP