Nieuws

Controleer definitieve berekening tegemoetkoming Wtl voor het jaar 2019

Mogelijk heeft u deze maand van het UWV de voorlopige berekening Wtl voor het jaar 2019 ontvangen. In deze voorlopige berekening staat voor welke werknemers u recht heeft op lage-inkomensvoordeel (LIV), jeugd-lage-inkomensvoordeel (jeugd-LIV) en 1 of meer loonkostenvoordelen (lkv’s) over 2019.

Controleer deze voorlopige berekening Wtl. Als deze niet klopt, loopt u namelijk anders de kans tot € 2.000 per werknemer voor het LIV, tot € 1.892,80 per werknemer voor het jeugd-LIV en tot € 6.000 per werknemer voor het LKV mis te lopen.

Fouten in voorlopige berekening kunt u nog tot en met uiterlijk 1 mei 2020 corrigeren. Correcties ná die tijd worden niet meer in behandeling genomen. Zorg daarom dat u vóór die tijd de voorlopige berekening controleert. Heeft u uiterlijk 15 maart 2020 geen voorlopige berekening ontvangen? Onderneem dan ook actie als u meent wel recht te hebben op het LIV, jeugd-LIV en/of LKV.

Neemt u gerust contact met ons op als u hierover vragen heeft. Wij helpen u graag. U bereikt ons via [email protected] of 036-7370376.

Onderbouw vermogen in box 3 of box 1 met goed dossier

Wanneer u (vastgoed) activiteiten verricht die zowel als normaal vermogensbeheer (box 3) als meer dan normaal vermogensbeheer (box 1) zouden kunnen worden aangemerkt, is het essentieel de fiscaal relevante kenmerken goed vast te leggen.

Houdt u zich bezig met (vastgoed)activiteiten die het midden houden tussen een belegging en ondernemersactiviteiten? Dan betekent dit dat fiscaal een discussie kan ontstaan over de allocatie van uw inkomsten hieruit. In box 3 omdat sprake is van beleggingsactiviteiten? Of in box 1 omdat meer dan enkel beleggen plaatsvindt? Met name ingeval van verkoopwinsten maakt dit qua belastingheffing behoorlijk wat uit.

Om een mogelijk toekomstige discussie met de Belastingdienst stevig aan te kunnen gaan is het zaak dat we uw vermogensactiviteiten, en in het bijzonder de fiscaal relevantie kenmerken hiervan, goed in kaart brengen. Het gaat daarbij om vragen zoals:

  • Hoeveel uur besteed u aan deze activiteiten?
  • Heeft u specifieke kennis over deze branche?
  • Laat u werkzaamheden door derden uitvoeren?
  • Hoe ver reikt uw bemoeienis met deze werkzaamheden?

Het vastleggen van deze relevante kenmerken is fiscaal van groot belang. Door bijvoorbeeld een urenadministratie bij te houden kan achteraf worden aangetoond dat uw urenbesteding beperkt was. Hierdoor komt een heffing in box 3 (in plaats van box 1) dichterbij.

Neemt u gerust contact met ons op als u hierover vragen heeft. Wij helpen u graag. U bereikt ons via [email protected] of 036-7370376.

Starten met ondernemen? Vraag tijdig btw-vrijstelling voor kleine ondernemers aan!

Start u binnenkort een onderneming en verwacht u maximaal € 20.000 omzet? Ga dan na of de btw-vrijstelling voor kleine ondernemers voordelig (KOR) voor u is. Zo ja, meld u dan tijdig aan.

Als u de KOR wilt toepassen, moet u minstens vier weken vooraf aanmelden voor deze regeling. Anders kunt u, bij een kwartaal btw-aangifte, de regeling pas in een volgend kwartaal toepassen en moet u ondertussen aangifte doen, btw-facturen maken en btw afdragen. Dus wilt u vanaf het tweede kwartaal 2020 of vanaf april 2020 de KOR toepassen, dan moet u zich vier weken daarvoor aanmelden (dus uiterlijk 4 maart 2020).

Neemt u gerust contact met ons op als u hierover vragen heeft. Wij helpen u graag. U bereikt ons via [email protected] of 036-7370376.

Dien de schenkingsaangifte 2019 vóór 1 maart 2020 in

Heeft u in 2019 een schenking gedaan of ontvangen? Dan moet u wellicht vóór 1 maart 2020 de bijbehorende schenkingsaangifte bij de Belastingdienst indienen. Wees op tijd, anders riskeert u een boete.

U moet een aangifte schenkbelasting indienen, als de schenking in 2019 méér bedroeg dan de schenkingsvrijstelling. Voor schenkingen van ouders aan kinderen bedroeg deze vrijstelling in 2019 € 5.428 en voor alle andere ontvangers € 2.173. Ook als u gebruik heeft gemaakt van de eenmalig verhoogde schenkingsvrijstelling, bijvoorbeeld voor de eigen woning, moet de aangifte schenkbelasting worden ingediend. Als de schenkingsaangifte niet vóór 1 maart 2020 bij de Belastingdienst binnen is, riskeert u een boete.

Heeft u in 2019 een schenking gedaan of ontvangen, twijfelt u of u aangifte schenkbelasting moet doen of heeft u hulp nodig bij het invullen en indienen van de schenkingsaangifte, neem dan contact met ons op. Wij helpen u graag. U bereikt ons via [email protected] of 036-7370376.

eHerkenning verplicht voor loonaangifte 2020 en Vpb-aangifte 2019 bij Belastingdienst

Werkgevers die zelf hun loonaangifte over 2020 doen via de website van de Belastingdienst, kunnen dit voortaan alleen nog doen via het nieuwe portaal Mijn Belastingdienst Zakelijk (MBD-Z). Dat geldt vanaf 1 maart 2020 ook voor de aangifte vennootschapsbelasting over 2019. Dat meldt de Belastingdienst in een nieuwsbericht. Inloggen op MBD-Z kan alleen met eHerkenning of DigiD.

eHerkenning of DigiD
Ondernemers met een eenmanszaak kunnen op MBD-Z blijven inloggen met DigiD. Werkgevers moeten gebruikmaken van eHerkenning. Zij zijn hierover al per brief geïnformeerd. In totaal zullen 24.000 werkgevers hun loonaangifte via eHerkenning gaan doen.

Uitstel
Eerder deze week werd bekend dat werkgevers die nog moeten overstappen naar MBD-Z en voor dit nieuwe portaal nog eHerkenning moeten aanschaffen, automatisch uitstel krijgen voor de loonaangifte en betaling tot 1 juli 2020. Het uitstel geldt alleen als de werkgever de laatst ingediende loonaangifte nog heeft gedaan in het oude portaal voor ondernemers. Ook werkgevers die voortaan een fiscaal dienstverlener of marktsoftware inzetten om hun loonaangifte te doen, krijgen uitstel.

Uitzondering
eHerkenning geldt niet voor werkgevers die hun loonaangifte of aangifte vennootschapsbelasting uitbesteden of gebruikmaken van professionele administratiesoftware.

Eén portaal voor ondernemers
De Belastingdienst werkt met MBD-Z toe naar één portaal voor ondernemers om de privacy beter te waarborgen. Het doen van zakelijke aangiftes op MBD-Z wordt stapsgewijs ingevoerd. In het nieuwsbericht licht de Belastingdienst de planning toe aan de hand van een tabel.

SLIM-regeling voor leren en ontwikkelen in het mkb

De nieuwe subsidieregeling SLIM (Stimuleringsregeling voor leren en ontwikkelen in mkb-ondernemingen) is gepubliceerd. Deze subsidieregeling stimuleert het leren en ontwikkelen binnen het mkb en specifiek in grootbedrijven in de landbouw-, horeca- of recreatiesectoren. Het maximale subsidiebedrag is € 24.999. Niet alleen individuele bedrijven maar ook samenwerkingsverbanden van meerdere organisaties kunnen een aanvraag indienen voor deze subsidie. In dat geval kan maximaal € 500.000 aan subsidie worden ontvangen. Naast eigen loonkosten mogen binnen de SLIM-regeling ook de kosten van een externe adviseur worden meegenomen.

In het mkb is het minder gebruikelijk dan in het grootbedrijf dat medewerkers leren en ontwikkelen tijdens hun werkend leven. Mkb-werkgevers beschikken simpelweg vaak over minder tijd, geld of kennis om dit te faciliteren. Met het subsidiegeld kunnen mkb-ondernemers en grotere bedrijven in de landbouw-, horeca- en recreatiesector een leerrijke werkomgeving in hun bedrijf versterken. Ook kunnen zij hiermee hun werknemers met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt een beroepsopleiding op maat laten volgen. Daarnaast kan de subsidie ook worden aangewend voor werknemers die tijdens hun werk een (deel van een) mbo-opleiding willen volgen. De SLIM-regeling vergoedt namelijk een deel van de kosten van een derde leerwegtraject.

Bekostiging activiteiten

Met de subsidie kunnen concreet de volgende activiteiten worden bekostigd:

  • doorlichting van de onderneming, wat resulteert in een opleidings- of ontwikkelplan. Dit plan moet de scholingsbehoefte vanuit het perspectief van de onderneming inzichtelijk maken;
  • verkrijging van loopbaan- of ontwikkeladviezen voor werkenden in de onderneming (en bij een samenwerkingsverband voor werkenden in andere mkb-ondernemingen);
  • ondersteuning en begeleiding bij het ontwikkelen of invoeren van een methode, die werknemers stimuleert om hun kennis, vaardigheden en beroepshouding verder te ontwikkelen tijdens het werk; of
  • tijdelijk aanbieden van praktijkleerplaatsen ten behoeve van een beroepsopleiding of een deel daarvan in de derde leerweg bij een erkend leerbedrijf.

De maximale subsidie voor mkb-ondernemingen is € 24.999, voor samenwerkingsverbanden € 500.000. Bij samenwerkingsverbanden kan geen enkele partij van het samenwerkingsverband aanspraak maken op € 200.000 of meer. Voor grootbedrijven is de maximale subsidie € 200.000 en voor landbouwbedrijven in alle gevallen maximaal € 20.000. De eerste aanvraagperiode in 2020 loopt van 2 maart tot en met 31 maart a.s..

‘Gebruik altijd ob-nummer voor aangifte omzetbelasting

De Belastingdienst waarschuwt om niet het nieuwe btw-identificatienummer voor ondernemers met eenmanszaken te gebruiken voor de aangifte omzetbelasting. De systemen van de Belastingdienst herkennen dit nummer niet, waardoor zij de aangiften niet ontvangen. De aangifte omzetbelasting kan alleen worden gedaan met het omzetbelastingnummer.

Btw-nummers
Alle ondernemers met een eenmanszaak hebben een nieuw btw-identificatienummer (btw-id) ontvangen. Met ingang van 1 januari 2020 moeten zij dit nummer gebruiken voor zakelijke contacten. Het btw-id moet ook worden vermeld op facturen en op de website van de ondernemer.

Het bestaande btw-nummer heet voortaan omzetbelastingnummer (ob-nummer). Dat nummer moet de ondernemer blijven gebruiken bij contact met de Belastingdienst, waaronder het doen van aangifte.

Informatie over wanneer het btw-id moet worden gebruikt en wanneer het ob-nummer, is terug te vinden op de website van de Belastingdienst.

Voorkom dat u onnodig (te) hoge ww-premie betaalt vanaf 2020, uitstel schriftelijke vastlegging arbeidsovereenkomst tot 1 april 2020

Als werkgever betaalt u WW-premie over het bruto loon van uw werknemers. Moet u de lage of de hoge WW-premie betalen? Het verschil in premie bedraagt 5%!

Vanaf 1-1-2020 geldt, anders dan het geval was, de indeling in hoge en lage premies voor alle sectoren. De lage premie bedraagt in 2020 2,94% en de hoge premie 7,94%. Dat is een behoorlijk verschil. De lage premie kunt u alleen toepassen als aan bepaalde voorwaarden is voldaan.

Eén van die voorwaarden is dat de werknemer een vaste arbeidsovereenkomst heeft. Om de lage premie vervolgens toe te passen moet de arbeidsovereenkomst schriftelijk zijn vastgesteld en moet de arbeidsomvang eenduidig zijn. Daarnaast kan ook bij werknemers jonger dan 21 jaar en werknemers die een beroepspraktijkopleiding beroepsbegeleidende leerweg volgen de lage premie van toepassing zijn.

Is nog niet elke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd op 1 januari 2020 schriftelijk vastgelegd? Dan kunt u in beginsel de lage WW-premie vanaf 1 januari 2020 nog niet toepassen. Gelukkig is onlangs uitstel verleend tot 1 april 2020. Als u aan de voorwaarden van dit uitstel voldoet, kunt u vanaf 1 januari 2020 de lage WW-premie wel al toepassen, ondanks dat de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde nog niet schriftelijk vastligt. Zorg dan wel dat dit voor 1 april 2020 is opgelost, anders moet u alsnog met terugwerkende kracht de hoge WW-premie betalen voor na 31 maart doorlopende arbeidsovereenkomsten.

Verplichte oprenting oudedagsverplichting ook bij negatieve marktrente

Bent u DGA (Directeur/Grootaandeelhouder) en heeft u gebruik gemaakt van de mogelijkheid om uw Pensioen in Eigen Beheer om te zetten in een oudedagsverplichting (ODV), dan heeft u nu te maken met een negatieve marktrente.

Wat betekent een negatieve marktrente voor de jaarlijkse oprenting van een oudedagsverplichting? Het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen (CAP) van de Belastingdienst beantwoordt deze vraag in een nieuw V&A-document. Hieruit blijkt dat oprenting ook moet plaatsvinden als de marktrente negatief is. De negatieve oprenting leidt tot een afname van de oudedagsverplichting.

Oprenting
Heeft een dga een oudedagsverplichting (ODV) bij zijn bv, dan moet deze verplichting jaarlijks worden verhoogd met een bij ministeriële regeling bepaalde marktrente. In de onlangs gepubliceerde eindejaarsregeling is opgenomen dat de marktrente voor het oprenten van een ODV per 1 januari 2020 is vastgesteld op -0,107% (artikel 12.3a Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011). Er is dus sprake van een negatieve marktrente.

Negatieve marktrente
Bij een negatieve marktrente moet, zo blijkt uit het V&A-document, de ODV verplicht worden opgerent met het negatieve marktrentepercentage. Het is fiscaal namelijk niet toegestaan om de oprenting bij een negatieve marktrente geheel of gedeeltelijk achterwege te laten. Gebeurt dit toch, dan wordt de ODV fiscaal onzuiver.

De verplichte toepassing van de negatieve marktrente leidt tot een afname van de ODV. Zijn de termijnen van de ODV al ingegaan, dan zal de negatieve oprenting van de ODV een verlaging van de toekomstige ODV-termijnen tot gevolg hebben.

Milieulijst 2020 gepubliceerd

Op vrijdag 27 december 2019 is de Milieulijst 2020 gepubliceerd in de Staatscourant. De lijst bevat alle milieu-investeringen die in aanmerking komen voor de Milieu-Investeringsaftrek (MIA) en/of de Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (Vamil).

Milieulijst 2020
De Milieulijst 2020 biedt meer voordeel voor circulair bouwen. Nieuw op de lijst zijn onder andere circulaire woningen, circulaire gevels en een modulair wandsysteem. De lijst is ook uitgebreid met verschillende circulaire producten, zoals meubels van gerecycled materiaal en volledig recyclebare zonnepanelen. De eisen voor het verwerken van (chemisch) gerecyclede kunststoffen zijn versoepeld. Nieuw op de Milieulijst zijn productieapparatuur en demontage-apparatuur voor het maken van producten die na gebruik makkelijker uit elkaar te halen zijn voor hergebruik of recycling.

Op autogebied biedt MIA meer belastingvoordeel bij de aanschaf van elektrische voertuigen. In plaats van 27%, mogen bedrijven, mits ze aan de voorwaarden voldoen, 36% van de aanschafwaarde van elektrische busjes voor doelgroepenvervoer aftrekken van hun (winst)belasting. Ook op elektrische taxi’s, bestelbussen, vrachtschepen, vrachtwagens en bussen zit veel fiscaal voordeel. Het MIA -voordeel voor elektrische personenauto’s is in 2020 lager dan voorheen. Omdat het marktaandeel van deze auto’s stijgt, is een fiscale stimulans minder noodzakelijk.

 

Minister voor Milieu en Wonen, 17 december 2019, nr. IENW/BSK-2019/252702