Nieuws

Dien de schenkingsaangifte 2019 vóór 1 maart 2020 in

Heeft u in 2019 een schenking gedaan of ontvangen? Dan moet u wellicht vóór 1 maart 2020 de bijbehorende schenkingsaangifte bij de Belastingdienst indienen. Wees op tijd, anders riskeert u een boete.

U moet een aangifte schenkbelasting indienen, als de schenking in 2019 méér bedroeg dan de schenkingsvrijstelling. Voor schenkingen van ouders aan kinderen bedroeg deze vrijstelling in 2019 € 5.428 en voor alle andere ontvangers € 2.173. Ook als u gebruik heeft gemaakt van de eenmalig verhoogde schenkingsvrijstelling, bijvoorbeeld voor de eigen woning, moet de aangifte schenkbelasting worden ingediend. Als de schenkingsaangifte niet vóór 1 maart 2020 bij de Belastingdienst binnen is, riskeert u een boete.

Heeft u in 2019 een schenking gedaan of ontvangen, twijfelt u of u aangifte schenkbelasting moet doen of heeft u hulp nodig bij het invullen en indienen van de schenkingsaangifte, neem dan contact met ons op. Wij helpen u graag. U bereikt ons via [email protected] of 036-7370376.

eHerkenning verplicht voor loonaangifte 2020 en Vpb-aangifte 2019 bij Belastingdienst

Werkgevers die zelf hun loonaangifte over 2020 doen via de website van de Belastingdienst, kunnen dit voortaan alleen nog doen via het nieuwe portaal Mijn Belastingdienst Zakelijk (MBD-Z). Dat geldt vanaf 1 maart 2020 ook voor de aangifte vennootschapsbelasting over 2019. Dat meldt de Belastingdienst in een nieuwsbericht. Inloggen op MBD-Z kan alleen met eHerkenning of DigiD.

eHerkenning of DigiD
Ondernemers met een eenmanszaak kunnen op MBD-Z blijven inloggen met DigiD. Werkgevers moeten gebruikmaken van eHerkenning. Zij zijn hierover al per brief geïnformeerd. In totaal zullen 24.000 werkgevers hun loonaangifte via eHerkenning gaan doen.

Uitstel
Eerder deze week werd bekend dat werkgevers die nog moeten overstappen naar MBD-Z en voor dit nieuwe portaal nog eHerkenning moeten aanschaffen, automatisch uitstel krijgen voor de loonaangifte en betaling tot 1 juli 2020. Het uitstel geldt alleen als de werkgever de laatst ingediende loonaangifte nog heeft gedaan in het oude portaal voor ondernemers. Ook werkgevers die voortaan een fiscaal dienstverlener of marktsoftware inzetten om hun loonaangifte te doen, krijgen uitstel.

Uitzondering
eHerkenning geldt niet voor werkgevers die hun loonaangifte of aangifte vennootschapsbelasting uitbesteden of gebruikmaken van professionele administratiesoftware.

Eén portaal voor ondernemers
De Belastingdienst werkt met MBD-Z toe naar één portaal voor ondernemers om de privacy beter te waarborgen. Het doen van zakelijke aangiftes op MBD-Z wordt stapsgewijs ingevoerd. In het nieuwsbericht licht de Belastingdienst de planning toe aan de hand van een tabel.

SLIM-regeling voor leren en ontwikkelen in het mkb

De nieuwe subsidieregeling SLIM (Stimuleringsregeling voor leren en ontwikkelen in mkb-ondernemingen) is gepubliceerd. Deze subsidieregeling stimuleert het leren en ontwikkelen binnen het mkb en specifiek in grootbedrijven in de landbouw-, horeca- of recreatiesectoren. Het maximale subsidiebedrag is € 24.999. Niet alleen individuele bedrijven maar ook samenwerkingsverbanden van meerdere organisaties kunnen een aanvraag indienen voor deze subsidie. In dat geval kan maximaal € 500.000 aan subsidie worden ontvangen. Naast eigen loonkosten mogen binnen de SLIM-regeling ook de kosten van een externe adviseur worden meegenomen.

In het mkb is het minder gebruikelijk dan in het grootbedrijf dat medewerkers leren en ontwikkelen tijdens hun werkend leven. Mkb-werkgevers beschikken simpelweg vaak over minder tijd, geld of kennis om dit te faciliteren. Met het subsidiegeld kunnen mkb-ondernemers en grotere bedrijven in de landbouw-, horeca- en recreatiesector een leerrijke werkomgeving in hun bedrijf versterken. Ook kunnen zij hiermee hun werknemers met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt een beroepsopleiding op maat laten volgen. Daarnaast kan de subsidie ook worden aangewend voor werknemers die tijdens hun werk een (deel van een) mbo-opleiding willen volgen. De SLIM-regeling vergoedt namelijk een deel van de kosten van een derde leerwegtraject.

Bekostiging activiteiten

Met de subsidie kunnen concreet de volgende activiteiten worden bekostigd:

  • doorlichting van de onderneming, wat resulteert in een opleidings- of ontwikkelplan. Dit plan moet de scholingsbehoefte vanuit het perspectief van de onderneming inzichtelijk maken;
  • verkrijging van loopbaan- of ontwikkeladviezen voor werkenden in de onderneming (en bij een samenwerkingsverband voor werkenden in andere mkb-ondernemingen);
  • ondersteuning en begeleiding bij het ontwikkelen of invoeren van een methode, die werknemers stimuleert om hun kennis, vaardigheden en beroepshouding verder te ontwikkelen tijdens het werk; of
  • tijdelijk aanbieden van praktijkleerplaatsen ten behoeve van een beroepsopleiding of een deel daarvan in de derde leerweg bij een erkend leerbedrijf.

De maximale subsidie voor mkb-ondernemingen is € 24.999, voor samenwerkingsverbanden € 500.000. Bij samenwerkingsverbanden kan geen enkele partij van het samenwerkingsverband aanspraak maken op € 200.000 of meer. Voor grootbedrijven is de maximale subsidie € 200.000 en voor landbouwbedrijven in alle gevallen maximaal € 20.000. De eerste aanvraagperiode in 2020 loopt van 2 maart tot en met 31 maart a.s..

‘Gebruik altijd ob-nummer voor aangifte omzetbelasting

De Belastingdienst waarschuwt om niet het nieuwe btw-identificatienummer voor ondernemers met eenmanszaken te gebruiken voor de aangifte omzetbelasting. De systemen van de Belastingdienst herkennen dit nummer niet, waardoor zij de aangiften niet ontvangen. De aangifte omzetbelasting kan alleen worden gedaan met het omzetbelastingnummer.

Btw-nummers
Alle ondernemers met een eenmanszaak hebben een nieuw btw-identificatienummer (btw-id) ontvangen. Met ingang van 1 januari 2020 moeten zij dit nummer gebruiken voor zakelijke contacten. Het btw-id moet ook worden vermeld op facturen en op de website van de ondernemer.

Het bestaande btw-nummer heet voortaan omzetbelastingnummer (ob-nummer). Dat nummer moet de ondernemer blijven gebruiken bij contact met de Belastingdienst, waaronder het doen van aangifte.

Informatie over wanneer het btw-id moet worden gebruikt en wanneer het ob-nummer, is terug te vinden op de website van de Belastingdienst.

Voorkom dat u onnodig (te) hoge ww-premie betaalt vanaf 2020, uitstel schriftelijke vastlegging arbeidsovereenkomst tot 1 april 2020

Als werkgever betaalt u WW-premie over het bruto loon van uw werknemers. Moet u de lage of de hoge WW-premie betalen? Het verschil in premie bedraagt 5%!

Vanaf 1-1-2020 geldt, anders dan het geval was, de indeling in hoge en lage premies voor alle sectoren. De lage premie bedraagt in 2020 2,94% en de hoge premie 7,94%. Dat is een behoorlijk verschil. De lage premie kunt u alleen toepassen als aan bepaalde voorwaarden is voldaan.

Eén van die voorwaarden is dat de werknemer een vaste arbeidsovereenkomst heeft. Om de lage premie vervolgens toe te passen moet de arbeidsovereenkomst schriftelijk zijn vastgesteld en moet de arbeidsomvang eenduidig zijn. Daarnaast kan ook bij werknemers jonger dan 21 jaar en werknemers die een beroepspraktijkopleiding beroepsbegeleidende leerweg volgen de lage premie van toepassing zijn.

Is nog niet elke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd op 1 januari 2020 schriftelijk vastgelegd? Dan kunt u in beginsel de lage WW-premie vanaf 1 januari 2020 nog niet toepassen. Gelukkig is onlangs uitstel verleend tot 1 april 2020. Als u aan de voorwaarden van dit uitstel voldoet, kunt u vanaf 1 januari 2020 de lage WW-premie wel al toepassen, ondanks dat de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde nog niet schriftelijk vastligt. Zorg dan wel dat dit voor 1 april 2020 is opgelost, anders moet u alsnog met terugwerkende kracht de hoge WW-premie betalen voor na 31 maart doorlopende arbeidsovereenkomsten.

Verplichte oprenting oudedagsverplichting ook bij negatieve marktrente

Bent u DGA (Directeur/Grootaandeelhouder) en heeft u gebruik gemaakt van de mogelijkheid om uw Pensioen in Eigen Beheer om te zetten in een oudedagsverplichting (ODV), dan heeft u nu te maken met een negatieve marktrente.

Wat betekent een negatieve marktrente voor de jaarlijkse oprenting van een oudedagsverplichting? Het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen (CAP) van de Belastingdienst beantwoordt deze vraag in een nieuw V&A-document. Hieruit blijkt dat oprenting ook moet plaatsvinden als de marktrente negatief is. De negatieve oprenting leidt tot een afname van de oudedagsverplichting.

Oprenting
Heeft een dga een oudedagsverplichting (ODV) bij zijn bv, dan moet deze verplichting jaarlijks worden verhoogd met een bij ministeriële regeling bepaalde marktrente. In de onlangs gepubliceerde eindejaarsregeling is opgenomen dat de marktrente voor het oprenten van een ODV per 1 januari 2020 is vastgesteld op -0,107% (artikel 12.3a Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011). Er is dus sprake van een negatieve marktrente.

Negatieve marktrente
Bij een negatieve marktrente moet, zo blijkt uit het V&A-document, de ODV verplicht worden opgerent met het negatieve marktrentepercentage. Het is fiscaal namelijk niet toegestaan om de oprenting bij een negatieve marktrente geheel of gedeeltelijk achterwege te laten. Gebeurt dit toch, dan wordt de ODV fiscaal onzuiver.

De verplichte toepassing van de negatieve marktrente leidt tot een afname van de ODV. Zijn de termijnen van de ODV al ingegaan, dan zal de negatieve oprenting van de ODV een verlaging van de toekomstige ODV-termijnen tot gevolg hebben.

Milieulijst 2020 gepubliceerd

Op vrijdag 27 december 2019 is de Milieulijst 2020 gepubliceerd in de Staatscourant. De lijst bevat alle milieu-investeringen die in aanmerking komen voor de Milieu-Investeringsaftrek (MIA) en/of de Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (Vamil).

Milieulijst 2020
De Milieulijst 2020 biedt meer voordeel voor circulair bouwen. Nieuw op de lijst zijn onder andere circulaire woningen, circulaire gevels en een modulair wandsysteem. De lijst is ook uitgebreid met verschillende circulaire producten, zoals meubels van gerecycled materiaal en volledig recyclebare zonnepanelen. De eisen voor het verwerken van (chemisch) gerecyclede kunststoffen zijn versoepeld. Nieuw op de Milieulijst zijn productieapparatuur en demontage-apparatuur voor het maken van producten die na gebruik makkelijker uit elkaar te halen zijn voor hergebruik of recycling.

Op autogebied biedt MIA meer belastingvoordeel bij de aanschaf van elektrische voertuigen. In plaats van 27%, mogen bedrijven, mits ze aan de voorwaarden voldoen, 36% van de aanschafwaarde van elektrische busjes voor doelgroepenvervoer aftrekken van hun (winst)belasting. Ook op elektrische taxi’s, bestelbussen, vrachtschepen, vrachtwagens en bussen zit veel fiscaal voordeel. Het MIA -voordeel voor elektrische personenauto’s is in 2020 lager dan voorheen. Omdat het marktaandeel van deze auto’s stijgt, is een fiscale stimulans minder noodzakelijk.

 

Minister voor Milieu en Wonen, 17 december 2019, nr. IENW/BSK-2019/252702

Administratieve vereisten voor lage WW-premie werkgevers uitgesteld

Minister Koolmees (SZW) stelt de administratieve vereisten die onderdeel zijn van de nieuwe WW-premiedifferentiatie naar de aard van het contract uit. Werkgevers krijgen drie maanden extra de tijd, dus tot uiterlijk 1 april 2020, om te voldoen aan de administratieverplichtingen voor de lage WW-premie.

Premiedifferentiatie
Werkgevers betalen vanaf 1 januari 2020 een lage WW-premie over het loon van werknemers met een vast contract en een hoge WW-premie over het loon van werknemers met een flexibel contract. Deze premiedifferentiatie naar de aard van het contract is onderdeel van de Wet arbeidsmarkt in balans.

Uitstel
Om de lage WW-premie te kunnen toepassen, gelden enkele administratieve vereisten. Zo moeten werkgevers een door beide partijen ondertekende schriftelijke arbeidsovereenkomst of een door beide partijen ondertekend schriftelijk addendum  voor al hun vaste werknemers in hun loonadministratie hebben opgenomen. Werkgeversorganisaties hebben aangegeven dat dit niet voor alle werkgevers vóór 1 januari 2020 haalbaar is. Daarom geeft minister Koolmees, in samenspraak met de Belastingdienst, werkgevers drie maanden extra de tijd om te voldoen aan deze administratieve vereisten voor de lage WW-premie.

Coulance
Dus ook als nog niet aan de administratieve vereisten van een correcte vastlegging van arbeidsovereenkomst of addendum in de loonadministratie is voldaan, mogen werkgevers de lage WW-premie afdragen, door in de loonaangifte vanaf januari de indicatierubriek ‘schriftelijke arbeidsovereenkomst’ te vullen met ‘ja’. Deze coulance geldt alleen voor arbeidsovereenkomsten van werknemers die vóór 1 januari 2020 in dienst zijn getreden; voor andere arbeidsovereenkomsten geldt de coulance niet.

Deadline 1 april
Uiterlijk vóór 1 april 2020 moet wel aan de administratieve vereisten zijn voldaan: een door beide partijen (werkgever en werknemer) ondertekende schriftelijke arbeidsovereenkomst of een door beide partijen ondertekende schriftelijke addendum in de loonadministratie. Daaruit moet blijken dat de werknemer reeds op uiterlijk 31 december 2019 voor onbepaalde tijd in dienst was. Als niet vóór 1 april 2020 aan deze voorwaarden is voldaan maar de arbeidsovereenkomst wel voortduurt na 31 maart, is met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2020 alsnog de hoge WW-premie verschuldigd.
Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, 9 december 2019, nr. 2019-0000170333
 

 

 

 

UBO-register – wanneer ben je een UBO?

Het UBO-register komt er nu per 1 januari 2020 écht aan. Het UBO-register (‘ultimate beneficial owner’ oftewel de ‘uiteindelijke belanghebbende’) moet op 10 januari 2020 in alle EU-lidstaten van kracht zijn. Dit staat in de (gewijzigde) vierde Europese anti-witwasrichtlijn. Álle EU-lidstaten moeten een UBO-register hebben.

De Kamer van Koophandel zal het UBO-register gaan beheren en verwacht minimaal een jaar nodig te hebben om dit register te vullen. Zij zullen de organisaties gaan aanschrijven voor de aanlevering van informatie.
Het UBO-register gaat om de identificatie van de persoon in vlees en bloed. Het UBO wijzigt daarom bij toetreding en uittreding van vennoten, maar ook overlijden.

 

Wanneer ben je een UBO?

Je bent een UBO bij:

> 25% aandelen;
> 25% stemrechten;
> 25% eigendomsbelang; of
als op andere wijze uiteindelijke zeggenschap blijkt, bijvoorbeeld op basis van contractuele stemrechten, etc.
Bij drie of minder privépersonen is de UBO dan ook duidelijk: iedereen is een UBO. Maar wat nu als er vier privépersonen betrokken zijn bij de organisatie, en er niemand overduidelijk zeggenschap heeft? Dan wordt een ‘pseudo-UBO’ aangewezen, veelal het management. De statutair directeur (natuurlijk persoon) heeft de daadwerkelijke leiding. Maar wat nu als de leiding door een andere organisatie gevoerd wordt? De regelgeving is hier nog niet volledig duidelijk over, maar er wordt aangegeven dat de werkelijke situatie leidend is. In enkele gevallen zal het duidelijk zijn wie de UBO is, maar in de constructies met stromannen, of bijvoorbeeld een verpanding van een gebouw, kan het een zoektocht zijn om de uiteindelijk belanghebbende te vinden.

Nieuwe zzp-webmodule vergt nog verdere aanpassing

Het kabinet is druk bezig met nieuwe wet- en regelgeving rond het werken als zelfstandige. Een speciale webmodule is onderdeel van de nieuwe zzp-maatregelen. De ontwikkeling hiervan is inmiddels vergevorderd, maar de webmodule moet nog verder worden aangepast. Er komt daarom een tweede testfase. De uitkomsten hiervan wil het kabinet in het eerste kwartaal van 2020 naar de Kamer sturen.

Kamerbrief
Staatssecretaris Snel (Financiën) en minister Koolmees (SZW) hebben een brief aan de Eerste en Tweede Kamer gestuurd over de voortgang van de uitwerking van maatregelen voor het ‘werken als zelfstandige’. In de brief informeren de bewindslieden de Kamer uitgebreid over de opdrachtgeversverklaring die via een webmodule kan worden verkregen en die onder voorwaarden zekerheid vooraf biedt over de aard van de arbeidsrelatie.

Webmodule
Bedrijven die voor een opdracht een zzp’er willen inhuren, kunnen vooraf de vragen in de webmodule invullen. Als uit de beantwoording van die vragen blijkt dat buiten dienstbetrekking kan worden gewerkt, krijgt de opdrachtgever een opdrachtgeversverklaring. Deze verklaring geeft zekerheid vooraf dat er geen naheffingen komen van de loonbelasting en werknemersverzekeringen, mits de webmodule naar waarheid is ingevuld en er in de praktijk dienovereenkomstig wordt gewerkt.

Indicatie dienstbetrekking
Geeft de webmodule na beantwoording van de vragen geen opdrachtgeversverklaring af, dan wil dat niet direct zeggen dat de arbeidsrelatie per definitie een dienstbetrekking is. Daarom wil het kabinet ook een ‘indicatie dienstbetrekking’ afgeven. Deze indicatie heeft geen rechtsgevolgen, maar maakt wel duidelijk dat de opdrachtgever er verstandig aan doet te bekijken of de vorm te geven arbeidsverhouding moet worden herzien.

Voortgang
De ontwikkeling van de webmodule is inmiddels vergevorderd. De conceptvragenlijst is besproken met organisaties van werkgevers, werknemers en zzp’ers en voorgelegd aan 50.000 opdrachtgevers. Uit deze eerste ronde blijkt dat de webmodule nog moet worden aangepast. Niet alle vragen worden even goed begrepen en er moet nog worden gekeken of een kortere vragenlijst mogelijk is.

Het kabinet start daarom een tweede testfase waarbij de aangepaste conceptvragenlijst in de periode november – december wordt uitgezet onder circa 10.000 opdrachtgevers. Voor een indruk van de nieuwe conceptvragenlijst verwijzen Snel en Koolmees in de Kamerbrief naar een link van I&O research, waarop de lijst van woensdag 27 november 2019 om 12.00 uur tot vrijdag 20 december 2019 uiterlijk 12.00 uur te bekijken is.

Het kabinet verwacht het eerste kwartaal van 2020 nog nodig te hebben om de conceptvragenlijst en de beslisboom voor de webmodule te vervolmaken, af te ronden en inzicht te krijgen in foutmarges.

Breed gesprek
Verder gaat het kabinet de komende maanden in gesprek met werkgevers, werknemers, zzp’ers en betrokken organisaties. Het kabinet wil een breed gesprek voeren over de wijze waarop wordt gewerkt en in hoeverre bepaalde werkwijzen zich al dan niet lenen om buiten dienstbetrekking te werken.

Tot slot geven Snel en Koolmees een beknopte weergave van twee andere zzp-maatregelen: het minimumtarief en de zelfstandigenverklaring. Voor beide maatregelen is een internetconsultatie gestart. Deze loopt nog tot en met 9 december aanstaande.

Bijlages

De Kamerbrief bevat verder twee bijlages. Bijlage 1 bestaat uit een aantal voorbeelden van praktijkcasussen waarbij opdrachtgevers de eerste conceptvragenlijst volledig hebben ingevuld. Bijlage 2 toont het verschil tussen het minimumtarief berekend op het niveau van het sociaal minimum en op het niveau van het netto wettelijk minimumloon.

Staatssecretaris van Financiën, 22 november 2019, nr. 2019-0000168412