Nieuws

Maak gebruik van de subsidieregeling STAP-budget voor scholing vanaf 2022

Bent u van plan om in 2022 een opleiding of cursus te volgen? Dan is het goed om u te realiseren dat u de kosten van een studie of opleiding in 2022 niet langer in aftrek kunt brengen voor de heffing van inkomstenbelasting. Er komt echter vanaf 1 maart 2022 een vervangende regeling waar u mogelijk gebruik van kunt maken.

STAP-budget
STAP staat voor Stimulans Arbeidsmarkt Positie. Er is jaarlijks € 218 miljoen beschikbaar. Daarmee kunnen jaarlijks zo’n 100.000 tot 200.000 mensen aanspraak maken op een persoonlijk ontwikkelbudget. Dit ontwikkelbudget komt beschikbaar voor zowel werkenden als niet-werkenden. Met deze nieuwe regeling wil de overheid iedereen de kans geven om zichzelf (verder) te scholen en langer op de arbeidsmarkt actief te blijven.

Het STAP-budget is een subsidie. De subsidie voor een scholingsactiviteit bedraagt 100% van de subsidiabele kosten van de scholingsactiviteit, tot een maximum van € 1.000 inclusief BTW. De scholingsactiviteiten die voor subsidiering in aanmerking komen, worden opgenomen in een scholingsregister dat door Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) wordt beheerd. Dit register wordt de komende maanden verder uitgewerkt. Het scholingsregister moet op 1 oktober 2021 beschikbaar en op 1 december 2021 voldoende gevuld zijn.

Het aanvragen van een subsidie is echter pas per 1 maart 2022 mogelijk.

Neemt u gerust contact met ons op als u hierover vragen heeft. Wij helpen u graag. U bereikt ons via [email protected] of 036-547 2019.

Een barbecue voor werknemers en de gevolgen voor de loonheffingen

Als je als werkgever voor uw werknemers een barbecue organiseert, moet worden nagegaan wat de gevolgen voor de loonheffingen zijn. Er is een onderscheid tussen een barbecue op de werkplek en op een externe locatie.

Je organiseert een barbecue voor zijn werknemers. De partners van de werknemers zijn ook uitgenodigd. In totaal komen 60 mensen. Je maakt de volgende kosten:

  • Barbecue en drank: € 1.500
  • Optreden artiest: € 1.200

Totaal: € 2.700

Wat zijn dan de gevolgen voor de loonheffingen. Wat moet je doen?

Waar is de barbecue?

Je moet eerst nagaan waar de barbecue wordt georganiseerd. Twee situaties zijn mogelijk:

  1. op de werkplek;
  2. op een externe locatie.

1 Op de werkplek

Als de barbecue op de werkplek plaatsvindt, geldt de volgende waardering voor de onderdelen van de barbecue:

  • Verstrekte consumpties: nihilwaardering
  • Optreden: nihilwaardering
  • Verstrekte maaltijden: € 3,35 per werknemer of partner van de werknemer

Je kan er dan voor kiezen € 3,35 tot het loon van de werknemer te rekenen.
Als de werknemer zijn partner meeneemt, moet je € 3,35 x 2 = € 6,70 tot het loon van de werknemer rekenen.

Aanwijzen

Je kan er ook voor kiezen het loon aan te wijzen als eindheffingsloon werkkostenregeling en onder de vrije ruimte te brengen. Er geldt geen gerichte vrijstelling.
In totaal kan je dan het volgende bedrag aanwijzen:

€ 3,35 x 60 personen = € 201

Bij overschrijding van de vrije ruimte betaal je als werkgever 80 procent eindheffing.

2 Externe locatie

Als de barbecue op een externe locatie plaatsvindt, geldt de volgende waardering voor de onderdelen van de barbecue:

  • Consumpties en maaltijden (€ 1.500 : 60): € 25 per werknemer of partner van de werknemer
  • Optreden artiest (€ 1.200 :60): € 20 per werknemer of partner van de werknemer

Totaal: € 45 per werknemer of partner van de werknemer

Je kan ervoor kiezen € 45 te rekenen tot het loon van de werknemer. Als de werknemer zijn partner meeneemt, moet je € 45 x 2 = € 90 tot het loon van de werknemer rekenen.

Aanwijzen

Je kan er ook voor kiezen het loon aan te wijzen als eindheffingsloon werkkostenregeling en onder de vrije ruimte te brengen. Er geldt geen gerichte vrijstelling. In totaal moet je het volgende bedrag aanwijzen:

  • Consumpties en maaltijden: € 1.500
  • Optreden artiest: € 1.200

Totaal: € 2.700

Bij overschrijding van de vrije ruimte betaalt je als werkgever 80 procent eindheffing.

Bron: Forum Salaris

De fiscale mogelijkheden van de fiets voor uw werknemer

Uw werknemers (of u zelf) reizen (bijna) elke dag van huis naar uw kantoor. Doen ze dit nu met een eigen vervoermiddel, te voet, met een auto van de zaak of met het openbaar vervoer? Dan is misschien het afleggen van (een deel van) het woon- werkverkeer met de fiets een goed alternatief.

Met ingang van 2020 geldt een nieuwe regeling voor de fiets van de zaak voor de werknemer. U kunt fietsen kopen en deze aan de werknemer in gebruik geven, ook voor privé doeleinden. Voor dit voordeel hoeft u maar een beperkt voordeel als loon van de werknemer in aanmerking te nemen (7% van de waarde van de fiets). Soms kan dit loon ook onbelast blijven. Beoordeel daarom of een fiets van de zaak een aantrekkelijke arbeidsvoorwaarde is binnen uw onderneming. Neem in die beoordeling ook de andere vergoedingsmogelijkheden die mogelijk zijn voor reiskosten of een fiets mee.

Neemt u gerust contact met ons op als u hierover vragen heeft. Wij helpen u graag. U bereikt ons via [email protected] of 036-547 2019.

Thuiswerkvergoeding in Belastingplan 2022 opgenomen

De introductie van een gerichte vrijstelling loonbelasting voor het vergoeden van de thuiswerkkosten is een van de onderwerpen die in het najaar zullen worden behandeld in het kader van het Belastingplan 2022, zo blijkt uit het overzicht van wetsvoorstellen in pakket Belastingplan 2022 dat staatssecretaris Vijlbrief van Financiën heeft gepubliceerd.

Als er inderdaad een gerichte vrijstelling van loonbelasting voor de thuiswerkvergoeding komt, betekent dit dat de afspraken die veel bedrijven en sectoren nu al hebben gemaakt om de kosten die werknemers maken in verband met thuiswerken te vergoeden, niet langer uit de vrije ruimte van de Werkkostenregeling hoeven te worden gefinancierd.

Wat de fiscale vrijstelling voor de vaste reiskostenvergoeding betreft: om daarvoor in aanmerking te komen, moet aan de zogeheten 128-dagenregeling worden voldaan. Maar deze regeling verhoudt zich niet goed tot de praktijk van hybride werken: wie geregeld thuis werkt, haalt de drempel van 128 dagen niet. Daarom zou in het voorstel opgenomen moeten worden dat de regeling naar rato van de niet-thuiswerkdagen mag worden toegepast.

Over de hoogte van de vrijstelling is nog geen duidelijkheid. Het Nibud stelde eerder als normbedrag 2 euro netto per thuiswerkdag vast. Op verzoek van het ministerie van Financiën buigt het Nibud zich nu opnieuw over de hoogte van de toeslag. Naar verwachting zal die uitkomst niet veel afwijken van 2 euro. Dat bedrag komt ook het meest terug in recente cao-afspraken over de thuiswerkvergoeding.

Bron: AWVN

Toch nog drie maanden langer uitstel van belastingbetaling

Het kabinet geeft ondernemers die in de problemen zijn gekomen door de coronacrisis alsnog drie maanden extra uitstel van het betalen van belastingen. Het uitstel liep aanvankelijk op 1 juli af, maar wordt nu verlengd naar 1 oktober. Staatssecretaris Vijlbrief van Financiën geeft daarmee alsnog gevolg aan een motie van de Tweede Kamer, heeft hij op 22 juni aangegeven.

Wens Tweede Kamer

Een grote meerderheid in de Tweede Kamer wilde langer uitstel van belastingbetaling. Begin deze maand werd daarover een motie van de VVD aangenomen, maar het kabinet zag er aanvankelijk weinig in en ontraadde het voorstel. Minister Hoekstra gaf daarbij aan het “echt verstandig” te vinden als bedrijven per 1 juli weer aan hun belastingverplichtingen gaan voldoen. Het kabinet voerde daarbij aan dat de economie inmiddels weer dusdanig op gang is gekomen dat de meeste ondernemers voldoende verdienen om hun belastingen, zoals btw en loonheffing, te betalen.

Kabinet past standpunt aan

Volgens de Kamer geldt dat echter nog lang niet voor alle ondernemers en kan die groep in geldproblemen komen als de uitstelmogelijkheid nu wordt afgeschaft. Het kabinet blijkt toch gevoelig voor dat argument en zal de motie dus alsnog uitvoeren. Daarmee krijgen ondernemers nog eens drie maanden respijt.

Belastingschulden moeten vanaf volgend jaar oktober terugbetaald gaan worden. Bedrijven hebben daar vijf jaar de tijd voor.

Betaal niet onnodig teveel WW-premie

Als werkgever betaalt u WW-premie over het bruto loon van uw werknemers. Vanaf 2020 geldt een nieuwe manier van premieberekening. Zorg dat u aan de voorwaarden voldoet en niet teveel premie betaalt. Het verschil tussen de hoge en de lage premie bedraagt 5%!

Vanaf 2020 geldt de indeling in hoge en lage premies voor alle sectoren. De lage premie voor 2021 bedraagt 2,70% en de hoge premie 7,70%. In verband met de intrekking van de Baangerelateerde Investeringskorting (BIK) worden de AWf-premies verlaagd. Dat gebeurt mogelijk al per 1 augustus 2021. Naar verwachting worden de premies als volgt verminderd: de lage premie van 2,7% naar 0,34% en de hoge premie van 7,7% naar 5,34%. Daarmee blijft het wettelijk vastgelegde verschil van 5%-punt tussen beide percentages gehandhaafd. Dat is een behoorlijk verschil.

De lage premie kunt u alleen toepassen als aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Eén van die voorwaarden is dat de werknemer een vaste arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd heeft. Om de lage premie vervolgens toe te passen moet de arbeidsovereenkomst schriftelijk zijn vastgelegd en moet de arbeidsomvang eenduidig zijn. Daarnaast kan ook bij werknemers jonger dan 21 jaar en werknemers die een beroepspraktijkopleiding beroepsbegeleidende leerweg volgen de lage premie van toepassing zijn, in 2021 ook als laatstbedoelde werknemers werken op basis van een overeenkomst met uitzendbeding.

Neemt u gerust contact met ons op als u hierover vragen heeft. Wij helpen u graag. U bereikt ons via [email protected] of 036-547 2019.

Let op uw hypotheekrenteaftrek bij beëindigen relatie

Gaat u uit elkaar? Dan kan dit flinke gevolgen hebben voor de aftrek van hypotheekrente voor uw eigen woning. Zonder actie kan 50% van de rente niet langer aftrekbaar zijn.

Dit is op te lossen door met uw voormalige partner overeen te komen dat degene die naar rato van diens aandeel in de woning teveel rente betaalt, dit doet als partneralimentatie. Een dergelijke afspraak moet wel schriftelijk worden vastgelegd of anderszins onderbouwd kunnen worden. Begin 2021 bleek bij een rechtbank weer dat wanneer dit niet het geval is, de betaalde rente niet als partneralimentatie in aftrek kan worden gebracht.

Neemt u gerust contact met ons op als u hierover vragen heeft. Wij helpen u graag. U bereikt ons via [email protected] of 036-547 2019.

Geen btw-aftrek over bouwkosten voor huiseigenaren met zonnepanelen

In de categorie ‘leuk geprobeerd’: de rechtbank Noord-Holland heeft onlangs in vier zaken van eigenaren van nieuwbouwwoningen uitgesproken dat er geen recht op aftrek bestaat van een gedeelte van de omzetbelasting over de bouwkosten van het dak van de woning vanwege de exploitatie van zonnepanelen op dat dak.

De woningeigenaren hadden bij de Belastingdienst niet alleen de btw voor de installatie en de aanschaf van de zonnepanelen teruggevraagd, maar ook een deel van de btw voor de aankoop van de woning. De fiscus ging akkoord met de btw-teruggave voor zonnepanelen, maar de teruggaven van respectievelijk 2.301 euro, 3.884 euro, 8.813 euro en 14.435 euro voor de aankoop van de nieuwbouwwoning werd afgewezen.

Het bedrag in het teruggaafverzoek dat toerekenbaar was aan de verwerving van de woning hadden de vier berekend door de oppervlakte van de zonnepanelen te delen door de woonoppervlakte en dat percentage te vermenigvuldigen met het bedrag aan omzetbelasting dat bij de oplevering van de woning in rekening was gebracht.

Oordeel rechtbank

De rechtbank overweegt dat de omstandigheid dat de woningeigenaren uit hoofde van de exploitatie van de zonnepanelen door middel van de levering van energie tegen vergoeding aan de energiemaatschappij ondernemer voor de omzetbelasting zijn, niet zonder meer betekent dat ze de woning hebben verworven in de hoedanigheid van ondernemer. Zeker nu een woning naar haar aard bestemd is om te gebruiken voor privédoeleinden. Dat bij de aanschaf (en de bouw) van de woning rekening is gehouden met de (on)mogelijkheid om zonnepanelen te plaatsen, is volgens de rechtbank niet voldoende om te concluderen dat de woning in de hoedanigheid van ondernemer is verworven. Verder wijzen de feiten en het gestelde er op dat de zonnepanelen zijn bedoeld voor het gebruik van de opgewekte energie voor privédoeleinden.

Uitspraken: ECLI:NL:RBNHO:2021:4276, ECLI:NL:RBNHO:2021:4277, ECLI:NL:RBNHO:2021:4278 en ECLI:NL:RBNHO:2021:4279.

Verlenging van het steunpakket coronacrisis

Op 27 mei is bekendgemaakt dat het steunpakket coronacrisis wordt verlengd. Daarnaast zijn extra maatregelen aangekondigd om de bedrijven te helpen met hun schulden.

TVL en NOW verlengd tot het derde kwartaal 2021
Aangekondigd is onder meer dat de TVL en de NOW onder dezelfde voorwaarden worden doorgetrokken naar het derde kwartaal 2021. Nieuw in de TVL is dat vanaf het tweede kwartaal 2021 u kunt kiezen tussen twee referentieperioden: Q2 2019 of Q3 2020. Voor grote bedrijven gaat het subsidieplafond in het tweede kwartaal 2021 omhoog naar € 1.200.000. De nieuwe referentiemaand voor de NOW wordt februari 2021.

Nieuw is dat de TVL vanaf subsidieperioden vanaf oktober 2020 niet meer meetelt als omzet voor de NOW. Bij het aanvragen van de definitieve subsidie betekent dit voor veel werkgevers waarschijnlijk dat ze meer subsidie zullen ontvangen.

Later en langer afbetalen van belastingschulden
De Belastingdienst gaat niet generiek belastingschulden kwijtschelden en vanaf 1 juli 2021 moet elke ondernemer zijn nieuwe belastingschulden weer op tijd betalen. Voor het terugbetalen van de belastingschulden waarvoor uitstel van betaling loopt, krijgen ondernemers echter langer de tijd. Dit hoeft pas vanaf 1 oktober 2022 en mag dan plaatsvinden in 5 jaar. De invorderingsrente blijft tot 1 januari 2022 0,01% en gaat dan omhoog naar 1%. Met ingang van 1 januari 2023 bedraagt de invorderingsrente dan 3% en vanaf 1 januari 2024 4%.

Verlenging belastingmaatregelen
Een flink aantal belastingmaatregelen wordt verlengd tot 1 oktober 2021. Denk hierbij aan de onbelaste reiskostenvergoeding, het btw-nultarief op mondkapjes, coronavaccins- en testkits, de btw-vrijstelling voor de uitleen van zorgpersoneel en de goedkeuring voor behoud van hypotheekrenteaftrek. De tegemoetkoming in het urencriterium vervalt wel per 1 juli 2021.

Neemt u gerust contact met ons op als u hierover vragen heeft. Wij helpen u graag. U bereikt ons via [email protected] of 036-547 2019.

Na vakantie in quarantaine: loondoorbetaling of niet?

De zomervakantie zit eraan te komen. Nu de coronamaatregelen steeds verder worden versoepeld, is de kans groot dat Nederlanders weer massaal naar het buitenland vertrekken. Wat als een werknemer op vakantie gaat naar een gebied met een geel, oranje of rood reisadvies? En wat als de werknemer tijdens of na z’n vakantie in quarantaine moet: loondoorbetaling of niet?

Tot 1 januari 2020 gold als hoofdregel in de wet: geen arbeid, geen loon. Uitzondering op de hoofdregel, dus wel loondoorbetaling, was er als de werknemer de overeengekomen arbeid niet had kunnen verrichten door een oorzaak die in redelijkheid voor rekening van de werkgever diende te komen. Niet kunnen werken zonder dat er sprake is van arbeidsongeschiktheid doordat er iets gebeurt/gebeurd was tijdens de vakantie, was geen oorzaak die normaliter in redelijkheid voor rekening van de werkgever kwam. Niet tijdig weer kunnen aan het werk na de vakantie, gaf dan geen recht op loondoorbetaling. Dat betekende voor de werknemer dus extra vakantie opnemen, of onbetaald verlof. Natuurlijk kon de werkgever het loon wel doorbetalen, maar een wettelijk recht was er, als gezegd, niet.

Sinds 1 januari 2020 is de hoofdregel in de wet gewijzigd: geen arbeid, wel loon. Dit tenzij de werknemer de arbeid niet wil of kan verrichten, en de oorzaak voor het niet (kunnen) verrichten van de arbeid voor zijn rekening dient te komen.

Bij de behandeling van het wetsvoorstel dat tot de wijziging van de hoofdregel leidde, is opgemerkt dat de wijziging niet tot een wezenlijke verandering van de risicoverdeling tussen werkgever en werknemer leidt. Feit blijft echter wel dat eerst de werknemer aannemelijk moest maken dat het niet verrichten van de arbeid in de risicosfeer van de werkgever lag, en dat de situatie nu andersom is: de werkgever moet aannemelijk maken dat het niet verrichten van de arbeid in de risicosfeer van de werknemer ligt.

Vakantie en kleurcodes: wanneer is het (niet) verantwoord om op reis te gaan?
Het kabinet heeft besloten dat vanaf 15 mei 2021 reizen naar landen met een laag besmettingsniveau weer mogelijk zijn. Vakantiereizen naar deze landen worden vanaf die datum niet meer afgeraden. Veilige landen krijgen in het reisadvies van het ministerie van Buitenlandse Zaken kleurcode groen of geel. Landen of gebieden die het RIVM heeft aangemerkt als hoogrisicoland hebben kleurcode oranje in het reisadvies. Reizigers uit hoogrisicolanden moeten bij terugkeer in Nederland een negatieve testuitslag kunnen tonen en worden dringend geadviseerd 10 dagen in quarantaine te gaan. Na 5 dagen kan de quarantaine beëindigd worden met een negatieve test.

Voor mensen komend uit een zeer hoog risicogebied geldt binnenkort de verplichting om 10 dagen in quarantaine te gaan. Het moment waarop deze laatste maatregel ingaat, is afhankelijk van wanneer de wet van kracht wordt die dit mogelijk moet maken. De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel dat de quarantaineplicht regelt op 11 mei 2021 aangenomen. Behandeling in de Eerste Kamer, inclusief eventuele stemmingen, is voorzien voor 25 mei 2021.

De vakantieganger hoeft na terugkeer uit een land met een kleurcode groen of geel dus niet in quarantaine. Een verandering van de situatie tijdens zijn vakantie waardoor hij na terugkeer toch in quarantaine moet, ligt niet in de risicosfeer van de werknemer. De werkgever zal dan het loon moeten doorbetalen als de werknemer wegens de quarantaine niet kan werken.

De werknemer die er daarentegen bewust voor kiest om op vakantie te gaan naar een land met code rood of oranje weet dus dat van hem verwacht wordt dat hij na terugkeer in quarantaine gaat. Tenzij hij thuis kan werken, betekent dit dat hij zijn arbeid niet kan verrichten. Omdat hij dit op voorhand weet, kan gesteld worden dat de oorzaak dat hij zijn arbeid niet verricht in zijn risicosfeer ligt. Dit betekent dan dat hij tijdens de periode van quarantaine geen recht op loon heeft als hij zijn arbeid niet kan verrichten.
Er ontstaat dan wel een verschil tussen werknemers die hun werk wél vanuit huis kunnen verrichten, en werknemers die dat niet kunnen. Maar als je een werknemer die wel vanuit huis kan werken dit niet laat doen, kun je vervolgens moeilijk volhouden dat de reden dat hij zijn werk niet verricht, in zijn risicosfeer ligt.

Overigens achten wij het wel waarschijnlijk maar is op voorhand niet met zekerheid te zeggen dat een rechter ook zal oordelen dat het willens en wetens naar een gebied met code rood of oranje gaan, stopzetting van loon daadwerkelijk rechtvaardigt. De hoofdregel ‘geen arbeid, wel loon, tenzij de oorzaak in de risicosfeer van de werknemer’, geldt pas sinds 1 januari 2020 – en uitspraken van rechters die richting kunnen geven, zijn er nog niet.

NB Inhouding van loon is een zware sanctie en zal in voorkomende gevallen door de werknemer die het overkomt, worden aangevochten. Zeker in geval van quarantainemaatregelen, is nu niet bekend hoe een rechter hier tegenaan kijkt. Daarom is het noodzakelijk om uw werknemers vooraf schriftelijk te wijzen op de consequenties die u als werkgever wilt verbinden aan het op vakantie gaan naar een land met code geel of rood/oranje en de werknemer vervolgens in quarantaine moet en daardoor (of om andere redenen) zijn arbeid niet kan verrichten.

Mag ik als werkgever een werknemer vragen of hij naar een gebied met code oranje of rood is geweest?
Ja, dat mag. U vraagt hem/haar niet om medische gegeven. U heeft een gerechtvaardigd belang omdat u uw (wettelijke) zorgplichten voor werknemers en/of klanten moet nakomen, ondanks het feit dat een bevestigend antwoord negatieve gevolgen zou kunnen hebben voor de werknemer. Het is daarom wel belangrijk uw beleid op dit punt van te voren bekend te maken.

Bron: AWVN