Nieuws

Overweeg aflossing eigenwoninglening in 2020 met dividenduitkering

Bent u dga en heeft u winstreserves opgebouwd in uw BV? Het belastingtarief op dividenduitkeringen wordt verhoogd van 26,25% in 2020 naar 26,9% in 2021. De tariefsverhogingen gelden ook voor al vóór 2021 bestaande winstreserves. Daarom kan het misschien voordelig zijn om nog dit jaar een dividenduitkering te ontvangen uit uw BV en daarmee af te lossen op uw woningfinanciering bij de bank of bij uw BV.

Het is mogelijk om nog in 2020 dividend uit te laten keren door uw BV en zo te profiteren van het tarief van 26,25%. Of dit gunstig voor u is, hangt af van wat u zult doen met de netto-opbrengst. Er zijn keuzemogelijkheden, zoals het aflossen van een schuld. Daarbij speelt ook een rol hoeveel rendement uw BV misloopt in verband met de af te dragen belasting over de dividenduitkering.

Neemt u gerust contact met ons op als u hierover vragen heeft. Wij helpen u graag. U bereikt ons via [email protected] of 036-5472019.

Houd rekening met wijzigingen verliesverrekening vennootschapsbelasting

Op Prinsjesdag 2020 is een uitbreiding én een beperking van de verliesverrekening in de vennootschapsbelasting voorgesteld. De maatregel moet per 1 januari 2022 in werking treden

De maatregel houdt een in tijd onbeperkte voorwaartse verliesverrekening in. Anderzijds worden verliezen in omvang beperkt verrekenbaar: in een jaar zijn verrekenbare verliezen tot een bedrag van € 1 miljoen volledig verrekenbaar met de winst. Boven € 1 miljoen is het verlies slechts verrekenbaar met 50% van de resterende belastbare winst van dat jaar, zodat ondanks de aanwezigheid van compensabele verliezen vennootschapsbelasting verschuldigd is.

Bij grote verliezen kan de maatregel dus tot gevolg hebben dat u met ingang van 2022 mogelijk niet alle verliezen kunt verrekenen. Anderzijds blijven mogelijk verliezen, die onder de huidige wet-en regelgeving verloren zouden gaan, straks toch verrekenbaar.

Neemt u gerust contact met ons op als u hierover vragen heeft. Wij helpen u graag. U bereikt ons via [email protected] of 036 – 547 2019.

Verzoek uitstel van betaling weer tot en met 31 december 2020 mogelijk

Het kabinet maakte woensdag bekend dat ondernemers nog tot 1 januari 2021 uitstel van belastingbetaling kunnen krijgen. Lees hier alle informatie die de fiscus over de verlenging op een rij heeft gezet.

Ben je ondernemer en heb je tot nu toe geen bijzonder uitstel van betaling vanwege de coronacrisis aangevraagd? Tot 1 januari 2021 kun je dat alsnog doen. Heb je vóór 1 oktober 2020 al eens het bijzonder uitstel aangevraagd of verlengd voor 1 of meer belastingen? En wil je het bijzonder uitstel nu aanvragen voor andere belastingen? Ook dat kan nog tot 1 januari 2021. De belastingen waarvoor het bijzonder uitstel geldt, hoef je tot 1 juli 2021 niet te betalen.

Vanaf vandaag kun je snel en makkelijk bijzonder uitstel van betaling aanvragen met een online formulier. Maar je kunt ook schriftelijk bijzonder uitstel van betaling aanvragen.

Heb je tussen 1 oktober en 4 november 2020 schriftelijk bijzonder uitstel van betaling aangevraagd? Dan behandelt de Belastingdienst de aanvraag binnen 3 weken. Je krijgt hierover nog een brief van de fiscus. Of heb je de Belastingdienst in die periode online of schriftelijk gevraagd om verlenging van het bijzonder uitstel van betaling, terwijl je nog nooit bijzonder uitstel had aangevraagd? Dan behandelt de Belastingdienst dit verzoek binnen 3 weken als een aanvraag. Ook in dit geval krijg je een brief van de fiscus.

De regeling voor bijzonder uitstel van betaling eindigt 1 januari 2021

Aan betalingsverplichtingen die ontstaan vanaf 1 januari 2021, moet je op de gewone manier voldoen. Dus je moet weer op tijd belasting aangeven én betalen over deze tijdvakken: het 4e kwartaal van 2020, de maand december 2020, of de 13e vierwekenperiode van 2020. En daarna over de volgende tijdvakken.

Vanaf 1 juli 2021 ga je de belastingschuld aflossen

Als je gebruikmaakt van het bijzonder uitstel betaal je van 12 maart 2020 tot en met 31 december 2020 de belastingen waarvoor het uitstel geldt nog niet. Hierdoor ontstaat een belastingschuld. In het voorjaar van 2021 ontvang je een brief van de Belastingdienst waarin de fiscus je een betalingsregeling aanbiedt. Je krijgt van 1 juli 2021 tot 1 juli 2024 de tijd om de belastingschuld af te lossen. Je betaalt dan 36 maanden lang iedere maand een vast bedrag. Als je eerder wilt afbetalen of extra wilt aflossen kan dat natuurlijk.

Neemt u gerust contact met ons op als u hierover vragen heeft. Wij helpen u graag. U bereikt ons via [email protected] of 036-547 2019.

Correct omgaan met de ODV luistert nauw

De oudedagsverplichting (ODV) is gepresenteerd als de simpele vervanger van het pensioen in eigen beheer. Schijn bedriegt echter: de ODV-verplichting moet jaarlijks worden opgerent met het gemiddelde U-rendement van het afgelopen kalenderjaar.
Dat rendement is momenteel negatief. Dit betekent dat de verplichting ook daadwerkelijk moet worden verlaagd! De uitkeringen uit hoofde van de ODV moeten uiterlijk twee maanden na het bereiken van de AOW-leeftijd ingaan. Ook bij overlijden van de DGA gelden er strakke termijnen voor wat betreft de ingangsdatum. Het zijn simpele regels, maar op overtreden staat een zware fiscale sanctie.

Wil je fouten op dit gebied voorkomen die grote gevolgen kunnen hebben? Neem dan contact met ons op via [email protected] of 036-547 2019

De BV in of niet?

Er zijn een aantal fiscale ontwikkelingen die een BV-structuur aantrekkelijk maken ten opzichte van het ondernemen middels een IB-onderneming (eenmanszaak, VOF). Deze ontwikkelingen maken het verstandig dat u uw rechtsvorm heroverweegt.

Zo daalt het komende jaar de heffing in de eerste schijf van de vennootschapsbelasting verder. Daarnaast wordt de zelfstandigenaftrek versneld afgebouwd. Bovendien levert de ondernemersaftrek en MKB-winstvrijstelling steeds minder fiscaal voordeel op doordat deze aftrek steeds verder beperkt wordt qua tarief. Reden genoeg om uw rechtsvorm te heroverwegen.

Neemt u gerust contact met ons op als u hierover vragen heeft. Wij helpen u graag. U bereikt ons via [email protected] of 036-547 2019.

Kabinet komt met aanvullingen op derde steunpakket

Het kabinet stelt vanwege de economische gevolgen van de aanvullende maatregelen tegen het coronavirus ongeveer een half miljard euro extra beschikbaar voor ondernemers en verruimt enkele steunregelingen. Zo krijgt de horeca een eenmalige subsidie op aangelegde en nu onbruikbare voorraad. Ook komen meer sectoren – waaronder de transportsector – in aanmerking voor de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL). Daarnaast komt het kabinet de evenementenbranche te hulp, die vaak een groot deel van de jaaromzet in de zomermaanden verdient. De maatregelen die het kabinet vandaag aankondigt zijn een aanvulling op het derde steunpakket.

Tijdelijke verbreding TVL

Het kabinet heeft besloten om de TVL tijdelijk open te stellen voor alle sectoren. Niet alleen direct getroffen bedrijven merken namelijk de gevolgen van de overheidsmaatregelen tegen het coronavirus, maar ook toeleveranciers, de transportsector en de voedingstuinbouw. Voor de tijdelijke verbreding TVL is 140 miljoen euro gereserveerd. Bedrijven kunnen vanaf medio november een aanvraag indienen.

Subsidie voorraad- en aanpassingskosten

Horecaondernemers hebben voorraden aangelegd die ze niet meer kunnen gebruiken vanwege de tijdelijke sluiting. Ook hebben zij vaak geïnvesteerd om in de winter op een coronaveilige manier open te kunnen blijven, bijvoorbeeld door hun terras te overkappen. Het kabinet geeft, bovenop de TVL, een eenmalige subsidie om deze gemaakte kosten te compenseren, van circa 2,75 procent van de omzetderving, gemiddeld 2500 euro. Ondernemers kunnen de subsidie vanaf medio november aanvragen via de TVL-aanvraag. Voor deze regeling is 40 miljoen gereserveerd.

Evenementen

Door de coronamaatregelen zijn veel evenementen, zoals muziekfestivals en kermissen, niet doorgegaan. Bedrijven en leveranciers in de evenementenindustrie zijn voor hun omzet grotendeels afhankelijk van de zomermaanden. Die schommeling in omzet kan zorgen voor een vertekend beeld bij de berekening van de TVL. Het kabinet komt daarom nu met een eenmalige extra vergoeding die gebaseerd is op de TVL-vergoeding van de zomer. Het gaat naar verwachting om 800 evenementenondernemers, die gemiddeld zo’n 14.000 euro krijgen. Hiervoor is een bedrag van 11 miljoen euro gereserveerd.

Time-out arrangement (TOA)

Ook het eerder aangekondigde Time Out Arrangement krijgt verder vorm. Dat stelt ondernemers in staat om hun bedrijf tijdelijk in een soort winterslaap te brengen. Zodra de situatie weer verbetert kunnen zij snel weer van start gaan. Op die manier hoeven in de kern gezonde bedrijven geen faillissement aan te vragen. Het kabinet werkt dit nu verder uit in de Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA).

(Tijdelijke) banen

Het kabinet onderzoekt daarnaast of (tijdelijke) banen voor crisisondersteuning zwaarbelaste sectoren verlichting kunnen bieden, terwijl zo tegelijk mensen tijdelijk aan het werk kunnen worden geholpen.

Verdere maatregelen

  • 40 miljoen voor ‘vrije theaterproducenten’: niet-gesubsidieerd theater kampt ook met voorstellingen die niet door hebben kunnen gaan. Het kabinet komt deze groep tegemoet.
  • Het sport-specifieke pakket wordt aangepast en opnieuw opengesteld voor de periode 1 oktober t/m 31 december. Hiermee is een bedrag van 60 miljoen gemoeid.
  • Het kabinet reserveert nog eens 150 miljoen om inkomstenderving bij gemeenten op te vangen, bovenop de eerder gereserveerde 100 miljoen.
  • Om bedrijven in hun liquiditeitsbehoefte te blijven ondersteunen is het van belang om de corona garantieregelingen te verlengen. De corona garantiemaatregelen zoals de KKC en de GO-C worden verlengd tot en met 30 juni 2021.
  • Met de detailhandel is een afsprakenkader gemaakt over handhaving van de basisregels. Het kabinet benadrukt hoe belangrijk het is dat mensen zich aan de regels houden, en roept iedereen op om alléén te gaan winkelen en winkeltijden meer te spreiden.

Kamerbrief over aanvullingen op steun- en herstelpakket

Kun u straks gebruikmaken van de nieuwe Baangerelateerde Investeringskorting (BIK)?

Op Prinsjesdag 2020 is de Baangerelateerde Investeringskorting (BIK) bekendgemaakt. Van deze korting kunnen ondernemers die personeel in dienst hebben en investeringsverplichtingen in bedrijfsmiddelen aangaan vanaf 1 oktober 2020 straks mogelijk gebruikmaken.

Op Prinsjesdag 2020 heeft het kabinet de BIK voorgesteld. De bedoeling is dat dit voorstel per 1 januari 2021 in werking treedt. De Bik is een korting op te betalen loonheffing. Dat betekent dat u dan mogelijk minder loonheffing hoeft af te dragen als u investeringsverplichtingen aangaat vanaf 1 oktober 2020. Interessant is dat de BIK kan samenlopen met andere reeds bestaande investeringsregelingen, zoals de investeringsaftrek. Bijvoorbeeld groene investeringen kunnen daardoor extra aantrekkelijk worden.

Met deze investeringskorting kunnen zowel IB-ondernemers als Vpb-ondernemers onder bepaalde voorwaarden een deel van hun investeringen verrekenen met hun loonheffingen. Voor investeringen tot en met vijf miljoen euro geldt dat drie procent van de investering in mindering kan worden gebracht op de loonheffingen. Voor grotere investeringen is dit 2,44 procent voor het deel boven de 5 miljoen euro. Door de investeringskorting te koppelen aan de afdracht van loonheffingen, kunnen ook ondernemingen die nu verlies leiden al profijt van deze regeling hebben. Deze crisismaatregel duurt tot en met 31 december 2022. Daarna zal het kabinet met een andere maatregel komen om de werkgeverslasten te verlagen.

Op dit moment moet het voorstel nog worden aangenomen door zowel de Tweede en Eerste Kamer.

Goede voorbereiding op Brexit noodzakelijk

Minister Kaag en staatssecretaris Keijzer hebben een brief naar tienduizenden ondernemers gestuurd. Hierin vragen ze aandacht voor het zakendoen met het Verenigd Koninkrijk.

Sinds 1 februari van dit jaar is het Verenigd Koninkrijk door de Brexit geen onderdeel meer van de Europese Unie. Op dit moment geldt er een overgangsperiode, waardoor de meeste mensen en bedrijven nog maar weinig gemerkt hebben van de Brexit. Maar op 1 januari 2021 loopt de overgangsperiode af en ontstaat er een nieuwe situatie waarin ook de manier van handelen met het Verenigd Koninkrijk zal veranderen. Hoe de nieuwe situatie er precies uit zal zien, is op dit moment nog niet bekend, omdat de EU en het Verenigd Koninkrijk hier momenteel nog over onderhandelen.

Via het Brexitloket is informatie vinden over de actuele situatie. Verder is er ook de Brexit Impact Scan, om inzicht te krijgen in de mogelijke impact van Brexit op het bedrijf en wat men kan doen. Tot slot wijzen ze op de mogelijkheid om een Brexit-voucher aan te vragen voor subsidie voor maatwerkadvies over het omgaan met de gevolgen van Brexit, evenals advies over toegang tot alternatieve markten.

Meer informatieRijksoverheid, 21 oktober 2020

Minimumloon omhoog per 1 januari 2021

Per 1 januari 2021 stijgt het wettelijk minimumloon voor een werknemer van 21 jaar en ouder van € 1.680,00 naar € 1.684,80 per maand. Ieder half jaar worden de minimumloonbedragen aangepast. De nieuwe Regeling met aanpassing van de bedragen per 1 januari 2021 is met toelichting gepubliceerd in de Staatscourant van 15 oktober 2020.

Minimumloon

Per 1 januari 2021 bedraagt het bruto wettelijk minimumloon voor werknemers van 21 jaar en ouder bij een volledig dienstverband:

  • € 1.684,80 per maand,
  • € 388,80 per week en,
  • € 77,76 per dag.

Wettelijk minimumjeugdloon

De regeling vermeldt ook het wettelijk minimumjeugdloon voor werknemers in de leeftijd tussen 15 en 20 jaar. Zo bedraagt het minimumjeugdloon voor een 20-jarige vanaf 1 januari 2021 € 1.347,85 per maand. Voor een 15-jarige is dit € 505,45.

Voor werknemers werkzaam op basis van een arbeidsovereenkomst aangegaan in verband met een beroepsbegeleidende leerweg (bbl) gelden, afhankelijk van de leeftijd (18-20 jaar), alternatieve staffels. Deze alternatieve staffels zijn ook opgenomen in de nu gepubliceerde regeling. Zo geldt voor een leerling in de bbl in de leeftijd van 18 jaar een wettelijk minimumjeugdloon van € 766,60 per maand.

Brutobedragen per uur

Tot slot bevat de regeling een schema van de afgeronde brutobedragen per uur, berekend op basis van het wettelijk minimumweekloon bij een arbeidsduur van respectievelijk 36, 38 en 40 uur per week.

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, 7 oktober 2020, nr. 2020-0000133577

Hoge of lage WW-premie? Kennisdocument geeft uitleg

De Wet Arbeidsmarkt in Balans bepaalt wanneer de werkgever een hoge of lage WW-premie moet berekenen. In de praktijk blijkt dat niet altijd eenduidig. Daarom komt het ministerie van SZW nu met een kennisdocument.

Contract leidend
Met de nieuwe vorm van premiedifferentiatie WW is de hoogte van de WW-premie niet meer afgeleid van de sector en de risicopremiegroep waarin de werkgever actief is. De aard van het contract – vast (voor onbepaalde tijd) of flexibel – is vanaf 2020 leidend voor de hoogte van de WW-premie. In geval van een vast contract betaalt de werkgever minder WW-premie. Zo worden werkgevers gestimuleerd om vaste contracten te bieden aan werknemers. Om in aanmerking te komen voor de lage premie moet het gaan om een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, waarbij geen sprake is van een oproepovereenkomst.

Uitzonderingen
Een probleem gaven tot nu toe de uitzonderingen. Er zijn drie situaties waarin de werkgever altijd de lage WW-premie mag betalen:

  1. Wanneer een werkgever met een BBL-leerling een praktijkovereenkomst sluit en die voorziet van dagtekening en in de administratie opneemt, dan mag de werkgever de lage WW-premie betalen als de werkgever ook een arbeidsovereenkomst met de BBL-leerling heeft. BBL staat voor Beroeps Begeleidende Leerweg. De praktijkovereenkomst kan gepaard gaan met een arbeidsovereenkomst doordat beide overeenkomsten door partijen worden gesloten of doordat uit de aard van de feitelijk te verrichten activiteiten en de verhouding waarbinnen die activiteiten worden verricht ook sprake is van een arbeidsovereenkomst. Let wel: de lage WW-premie is slechts van toepassing indien de praktijkovereenkomst is ondertekend door alle betrokken partijen (zijnde: de instelling, de student en het bedrijf dat of de organisatie die de beroepspraktijkvorming verzorgt). Indien de laatste handtekening op een later moment wordt gezet dan de ingangsdatum van de arbeidsovereenkomst, is over de tussenliggende periode de hoge WW-premie verschuldigd.
  2. De werkgever betaalt de lage WW-premie indien een arbeidsovereenkomst is gesloten met een werknemer jonger dan 21 jaar die maximaal 48 uur per aangiftetijdvak van vier weken of 52 uur per aangiftetijdvak van een kalendermaand verloond heeft gekregen. Het is hierbij niet van belang of de arbeidsovereenkomst voor bepaalde of onbepaalde tijd is gesloten of dat het een oproepovereenkomst betreft.
  3. De werkgever betaalt over uitkeringen op grond van de werknemersverzekeringen (WW, ZW, WIA, WAO, WAZO) de lage WW-premie. Dit is zowel het geval indien UWV de uitkering rechtstreeks aan de werknemer betaalt als wanneer de werkgever de uitkering van UWV ontvangt en aan de werknemer doorbetaalt (dit wordt een werkgeversbetaling genoemd) of als de werkgever eigenrisicodrager is en de uitkering zelf betaalt. Overigens geldt voor het gedeelte loon dat de werkgever naast de uitkering betaalt gewoon de hoofdregel dat de contractindicaties de hoogte van de WW-premie bepalen.

Download hier het Kennisdocument.