Nieuws

Geen privégebruik auto? Houd een rittenadministratie bij

Als u een werknemer heeft die een auto van de zaak niet privé gebruikt, of u bent zelf die werknemer (dga) of u bent ondernemer en u stelt een auto van de zaak ter beschikking aan uzelf, dan kunt u heffing over de autobijtelling voorkomen. Die afwezigheid van privégebruik moet wel aangetoond kunnen worden, bijvoorbeeld door middel van een sluitende rittenregistratie.

Voorkom naheffing en boete over de autobijtelling. Zonder sluitende rittenregistratie wordt het bewijs dat de auto niet privé is gebruikt vrijwel onmogelijk en is de bijtelling al snel van toepassing. Achteraf een rittenadministratie opmaken zal over het algemeen ook niet geaccepteerd worden.

In een specifieke casus voor een gerechtshof was dat echter anders. Het gerechtshof accepteerde namelijk een achteraf opgemaakte rittenadministratie, die volgens de Belastingdienst grote hiaten vertoonde, wel als bewijs. In die casus slaagde de belanghebbende er aan de hand van aanvullende stukken en verklaringen in aan te tonen dat niet meer dan 500 km in privé was gereden met de auto.

Houd er echter rekening mee dat deze specifieke casus een uitzonderingsgeval is.

Neemt u gerust contact met ons op als u hierover vragen heeft. Wij helpen u graag. U bereikt ons via [email protected] of 036 – 2022 132.

Initiatiefwetsvoorstel met versoberingen in box 2 en BOR

Leden van de PvdA en Groenlinks hebben een initiatiefwetsvoorstel ingediend, waarvan de hoofdlijnen als volgt zijn:

  • De doorschuifregeling moet worden afgeschaft voor een aanmerkelijk belang (ab) dat vererft of wordt geschonken.
  • In box 2 moet het aanmerkelijk belang tarief naar 26% voor inkomsten tot € 60.000 en naar 40,59% voor de inkomsten daarboven.
  • Kleine ab-pakketten worden uitgezonderd van de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR).
  • Verhuurd vastgoed moet standaard worden aangemerkt als beleggingsvermogen voor de BOR en de vrijstelling moet omlaag naar 25%.

In het initiatiefwetsvoorstel wordt ook een aanpassing voorgesteld van de gebruikelijkloonregeling. Dit voorstel houdt in dat de doelmatigheidsmarge in deze regeling van 25% vanaf 1 januari 2023 wordt afgeschaft. Het loon van een dga wordt dan vastgesteld op het hoogste bedrag van de volgende bedragen:

  • 100% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking;
  • het hoogste loon van werknemers in dienst van de vennootschap of daarmee verbonden vennootschappen; of
  • € 48.000.

Voorjaarsnota

In de Voorjaarsnota staat dat het kabinet de doelmatigheidsmarge vanaf 2023 wil terugbrengen tot 15%. Daarin staat overigens ook het voornemen om de box-2-tarieven te wijzigen. Vanaf 2024 worden er twee tariefschijven in box 2 ingevoerd: 26% voor de eerste € 67.000 box-2-inkomsten en daarboven een tarief van 29,5%.

De maatregelen in het initiatiefwetsvoorstel gaan dus op beide punten fors verder. Dit wetsvoorstel wordt nu eerst ter beoordeling naar de Raad van State gestuurd. Het is de bedoeling dat het wetsvoorstel op 1 januari 2023 in werking treedt, als het wordt aangenomen.

8% (straks 10,1%?) overdrachtsbelasting bij levering tweede (en soms eerste!) woning en overige panden

Bent u voornemens een onroerende zaak te kopen? Dan zal het u niet ontgaan zijn dat sinds 1 januari 2021 de overdrachtsbelasting bij levering van een tweede woning en een bedrijfs-/beleggingspand 8% bedraagt. Soms geldt dit tarief ook bij de levering van een eerste woning. Per 2023 geldt mogelijk een tarief van maar liefst 10,1%.

Een koper van een onroerende zaak die hij niet zelf gaat bewonen betaalt sinds 1 januari 2021 8% overdrachtsbelasting. Het tarief van 8% geldt onder meer voor bedrijfspanden, beleggingspanden, tweede woningen, woningen voor de verhuur en aandelen in een onroerendzaakrechtspersoon.

Koopt u een eigen eerste woning? En zit er meer dan één maand tijd tussen het tekenen van de leveringsakte bij de notaris en de feitelijke oplevering van de woning door de koper aan u (vanwege een overeengekomen voortgezette bewoning door de verkoper)? Dan kan mogelijk de startersvrijstelling (0%) of het 2%-tarief niet toegepast worden, maar is het hoge tarief van 8% van toepassing.

De startersvrijstelling (0%) of het 2%-tarief kan overigens wel van toepassing zijn als u de eigen woning later betrekt omdat u eerst gaat verbouwen. Voorwaarde is wel dat u de woning na de verbouwing zelf als hoofdverblijf gaat gebruiken.

Per 1 januari 2022 is een aantal wetswijzigingen in werking getreden. Eén van deze wetswijzigingen ziet op het invoeren van een vrijstelling van overdrachtsbelasting bij de terugkoop van een woning waarbij uitvoering wordt gegeven aan een verkoopregulerend beding.

In het Coalitieakkoord dat op 15 december 2021 is gepresenteerd is voorgesteld om de overdrachtsbelasting voor niet-woningen én op verkrijgingen van woningen door rechtspersonen en particulieren die niet zelf langdurig in de woningen gaan wonen per 2023 te verhogen van 8% naar 9%. In de Voorjaarsnota is zelfs het voornemen van een verdere verhoging per 2023 naar 10,1% aangekondigd.

Neemt u gerust contact met ons op als u hierover vragen heeft. Wij helpen u graag. U bereikt ons via [email protected] of 036-2022 132.

Heeft u recht op jeugd-LIV voor 2022?

Als u in 2022 werknemers in dienst heeft die op 31 december 2021 18 tot en met 20 jaar waren, dan heeft u mogelijk recht op het jeugd lage-inkomensvoordeel (jeugd-LIV). Dit kan voor 2022 oplopen tot maximaal € 613,60 per jaar voor bijvoorbeeld een werknemer die op 31 december 2021 20 jaar was.

Om in aanmerking te komen voor het jeugd-LIV moet een werknemer op 31 december 2021 18 tot en met 20 jaar zijn en in 2022 onder meer een niet te hoog loon hebben. De exacte loongrenzen zijn eind mei 2022 bekendgemaakt.

Neemt u gerust contact met ons op als u hierover vragen heeft. Wij helpen u graag. U bereikt ons via [email protected] of 036-2022 132.

Werkgever moet consequenties uitbreiding Wet flexibel werken niet onderschatten

In de Wet flexibel werken zijn voor werknemers nu al mogelijkheden opgenomen om te verzoeken om wijziging van arbeidsduur, werktijden of werklocatie. Met ingang van 1 augustus 2022 geldt er een uitbreiding op die wet, als gevolg van de verplichting om de Europese Richtlijn 2019-1151 over transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden te implementeren in Nederland. De werknemer kan hierdoor voortaan verzoeken om ‘een vorm van arbeid met meer transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden’ (nieuw artikel 2b, lid 1). Dit is vooral relevant voor werknemers met flexibele arbeidscontracten, zoals oproepkrachten en medewerkers met een min/max-arbeidscontract.

 Deze categorie werknemers kan bijvoorbeeld vragen om (duidelijkere) regels voor de werkverdeling als er een pool is van flex-medewerkers.

Nieuw verzoekrecht per 1 augustus 2022
Wat nu als de werkgever niet (tijdig) reageert op het verzoek van zijn of haar werknemer? Dan wordt het verzoek geacht te zijn ingewilligd door de werkgever. Het nieuwe verzoekrecht vanaf 1 augustus 2022 geldt met onmiddellijke ingang en voor werknemers die op of na die datum minimaal 26 weken in dienst zijn. Werkgevers met 10 of meer werknemers moeten binnen 1 maand reageren, alle andere werkgevers binnen 3 maanden. Het beoordelingskader voor de werkgever is niet zo strikt of beperkt als bij een verzoek om de arbeidsduur aan te passen. Bij een verzoek om meer transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden heeft de werkgever namelijk niet meer dan een ‘duty to consider’. De Wet flexibel werken geeft de werkgever hierbij dus geen norm of criteria waaraan het verzoek moet worden getoetst. Dit geeft de werkgever de vrijheid om het verzoek af te wegen, maar ook om het (snel) af te wijzen – uiteraard met enige onderbouwing.

Geef de reactie op het verzoek niet (alleen) mondeling, maar (ook) schriftelijk, per brief of e-mail. Uiteraard voorzien van een datum, om discussie over de tijdigheid te voorkomen. Als werkgever kun je het verzoek al tegenhouden door een reactie te geven waaruit blijkt dat je het verzoek niet inwilligt, met vermelding van reden. Daarbij is het zinvol om steekhoudende – en voor de werknemer begrijpelijke en acceptabele – tegenargumenten te noemen. Dit voorkomt uitvoerige discussies of slepende kwesties.

Afbouw salderingsregeling zonnepanelen uitgesteld tot 2025

De afbouw van de salderingsregeling wordt uitgesteld naar 1 januari 2025. De regeling stelt zonnepaneeleigenaren in staat om de woning te verduurzamen en de energienota te verlagen. Daarom is het belangrijk dat huiseigenaren ook na 2025 zonnepanelen kunnen blijven aanschaffen tegen aantrekkelijke condities.

Uit een brief van minister Jetten aan de Tweede Kamer blijkt dat zonnepaneeleigenaren twee jaar langer de tijd krijgen om volledig te salderen. Eerder was al bekend gemaakt dat de beoogde datum van 1 januari 2023 niet gehaald zou worden. Vanwege dit uitstel krijgen netbeheerders, energieleveranciers, toezichthouders en huiseigenaren langer de tijd om zich voor te bereiden op het beoogde afbouwplan van de salderingsregeling.

Terugverdientijd

Zonnestroom die niet gebruikt wordt lever je terug aan het elektriciteitsnet. De salderingsregeling zorgt ervoor dat je deze teruggeleverde stroom in mindering mag brengen op je ontvangen stroom. Een goedwerkende regeling die volgens Vereniging Eigen Huis zonnepaneeleigenaren in staat stelt de woning te verduurzamen en de energienota te verlagen. Nu het kabinet deze regeling wil afbouwen, is het van belang dat de terugverdiengarantie van zeven jaar gewaarborgd blijft. Dat geeft niet alleen huiseigenaren investeringszekerheid, het is ook een extra stimulans voor steeds meer zonnepanelen op zoveel mogelijk daken.

Afbouw regeling

Ondanks dat de afbouw van de salderingsregeling later in werking treedt, wil het kabinet nog wel blijven vasthouden aan het jaar 2031 waarin de salderingsregeling volledig is afgebouwd. Dat heeft gevolgen voor het afbouwpad. Met ingang van 2025 mag je nog maar een percentage van de elektriciteit die je hebt teruggeleverd in mindering brengen op de hoeveelheid stroom die je hebt verbruikt. Dit percentage gaat elk jaar omlaag en daalt in 2025 met 36%. Tussen 2026 en 2031 daalt het percentage jaarlijks met 9%. Vanaf 2031 daalt het salderingspercentage met 28% tot 0%.

Afbouwpercentage  2022  2023  2024   2025  2026  2027 2028 2029 2030  2031
 Oud voorstel  100%  91%  82%  73%  64%  55%  46%  37%  28%  0%
 Nieuw voorstel  100%  100%  100%  64%  64%  55%  46%  37%  28%  0%

Het afbouwvoorstel van de minister heeft geen effect op de stroom die je zelf opwekt en direct in huis verbruikt. Daarvoor betaal je als kleinverbruiker nog steeds geen energiebelasting en Opslag Duurzame Energie (ODE). De afbouw geldt alleen voor de elektriciteit die je zelf niet nodig hebt en teruglevert aan het net.

Bron: Vereniging eigen huis

 

Fiscale maatregelen Voorjaarsnota

Het rechtsherstel voor de te hoge box-3-heffing zal worden betaald door verhogingen van de box-2- en box-3-heffing. Dat blijkt onder meer uit de Voorjaarsnota.
Daarbij worden vanaf 2024 twee tariefschijven in box 2 ingevoerd: 26% voor de eerste € 67.000 box-2-inkomsten en daarboven een tarief van 29,5%. Daarnaast wordt de doelmatigheidsmarge in de gebruikelijkloonregeling verkleind van 25% naar 15%.
In box 3 wordt de voorgenomen verhoging van het heffingsvrije vermogen naar € 80.000 (per belastingplichtige) teruggedraaid. Maar er zijn meer fiscaal ingrijpende wijzigingen op komst….

Enkele andere maatregelen uit de Voorjaarsnota

  • Afschaffing van de fiscale oudedagsreserve (FOR) per 2023. De al opbouwde FOR mag nog wel volgens de huidige regels worden afgewikkeld;
  • Vanaf 2023 verlaging van de Vpb-grondslag in de eerste schijf van € 395.000 naar € 200.000;
  • Vanaf 2025 wordt voor de afbouw van de algemene heffingskorting ook rekening gehouden met het inkomen in box 2 en box 3;
  • De in het coalitieakkoord aangekondigde verhoging van de onbelaste reiskostenvergoeding in twee stappen wordt een jaar vervroegd. Daardoor gaat de onbelaste reiskostenvergoeding al in 2023 naar € 0,21 en in 2024 naar € 0,24 per kilometer;
  • Vanaf 2023 verhoging van het algemeen tarief voor de overdrachtsbelasting (OVB) naar 10,1% voor niet-woningen en voor woningen die worden aangeschaft voor andere doeleinden dan zelfbewoning als hoofdverblijf. Deze maatregel komt bovenop de al eerder in het coalitieakkoord aangekondigde verhoging van 8% naar 9%;
  • Terugdraaien van de verhoging van de ouderenkorting;
  • De expatregeling wordt beperkt tot een inkomensgrens van maximaal
    € 216.000 (de Balkenendenorm).

Herstel vermogensongelijkheid
Deze zomer vindt de brede koopkrachtbesluitvorming plaats, waarvan onder meer de vermogensongelijkheid in Nederland deel uitmaakt. Het kabinet kondigt aan dat daarbij ook de evaluatie van de bedrijfsopvolgingsregering (BOR) zal worden betrokken. Hoe de verhouding tussen de lasten op arbeid en vermogen beter in balans wordt gebracht, wordt op Prinsjesdag bekendgemaakt.

Rechtsherstel box 3

Betaalt u belasting in box 3? De Hoge Raad oordeelde op 24 december 2021 dat de box 3-heffing in strijd is met Europees recht. Volgens de Hoge Raad moet aangesloten worden bij de werkelijke rendementen in plaats van de forfaitaire rendementen. Inmiddels is meer bekend over het rechtsherstel dat geboden gaat worden.

Op 24 december 2021 oordeelde de Hoge Raad dat het forfaitaire stelstel van box 3 op stelselniveau in strijd is met het recht van eigendom en het gelijkheidsbeginsel waarvoor geen toereikende rechtvaardiging is aan te wijzen. De Hoge Raad bood rechtsherstel door aan te sluiten bij de gerealiseerde rendementen. Naar aanleiding van dit arrest is op 4 februari 2022 een collectieve uitspraak op bezwaar gedaan voor de massaal bezwaarprocedures voor de jaren 2017 tot en met 2020. In deze uitspraak worden de bezwaren toegewezen. De nadere uitwerking is op 28 april 2022 bekendgemaakt.

Maakte u bezwaar tegen de box 3-heffing of zijn aanslagen voor de jaren vanaf 2017 nog niet definitief aan u opgelegd op 24 december 2021 of stond daar nog bezwaar of beroep tegen open? Dan worden uw aanslagen straks aangepast in lijn met de beslissing van de Hoge Raad via de zogenaamde forfaitaire spaarvariant.

In deze spaarvariant wordt de belasting berekend op basis van de werkelijke verdeling tussen uw spaargeld en beleggingen. Het spaargeld wordt vervolgens belast op basis van de actuele spaarrente (van 0,25% in 2017 tot 0,01% in 2021), de rente op uw schulden worden in aftrek toegestaan op basis van de hypotheekrente (van 3,43% in 2017 tot 2,46 in 2021) en effecten en onroerend goed wordt belast op basis van een geldend meerjarig rendement (van 5,39% in 2017 tot en met 5,69% in 2021).

U hoeft zelf geen actie te ondernemen. Het rechtsherstel vindt geautomatiseerd plaats. Allereerst voor 4 augustus 2022 voor iedereen die tijdig bezwaar maakte. Iedereen die het niet eens is met het aan hen geboden rechtsherstel kan een verzoek om ambtshalve vermindering indienen, waar bezwaar en beroep tegen openstaat.

Vanaf medio september 2022 worden alle aanslagen 2017 tot en met 2022 behandeld die nog niet onherroepelijk vaststonden op 24 december 2021. Tot slot vanaf medio oktober 2022 worden alle nog niet opgelegde aanslagen 2017 tot en met 2020 opgelegd.

De aanslagen 2021 worden vanaf augustus 2022 gefaseerd opgelegd. In die maand komt ook een nieuw online aangifteprogramma beschikbaar. Deed u al aangifte over 2021, dan is het vanaf augustus mogelijk om opnieuw uw aangifte in te (laten) dienen, bijvoorbeeld als uw een andere verdeling tussen u en uw partner wilt toepassen.

Maakte u geen (tijdig) bezwaar en staan uw aanslagen al definitief en onherroepelijk vast? Dan is op dit moment nog niet duidelijk of uw aanslagen verlaagd gaan worden als uw werkelijke rendement lager was dan het forfaitaire rendement. De staatssecretaris gaf aan eerst een arrest van de Hoge Raad te willen afwachten.

De Hoge Raad oordeelde in dat arrest over een belastingplichtige die te laat bezwaar maakte tegen de aanslag inkomstenbelasting 2017 en 2018, dat geen recht bestond op ambtshalve vermindering van de aanslag met een beroep op het arrest van de Hoge Raad van 24 december 2021. Het is nu wachten op de beslissing van de staatssecretaris. Deze beslissing wordt uiterlijk met Prinsjesdag verwacht.

Neemt u gerust contact met ons op als u hierover vragen heeft. Wij helpen u graag. U bereikt ons via [email protected] of 036-2022 132

Aanpassingen minimumloon per 1 juli 2022

Werkgevers zijn verplicht om werknemers van 21 jaar en ouder minimaal het wettelijk minimumloon te betalen. Dit minimumloon gaat per 1 juli 2022 omhoog met 1,81%. De bedragen van het wettelijk minimumloon gelden voor een volledige werkweek. Dit is meestal 36, 38 of 40 uur per week, afhankelijk van de sector waarin je werkt en eventuele cao-afspraken die voor die sector gelden.

HET MINIMUMLOON PER UUR VOOR FULLTIME WERKWEEK VAN 36, 38 EN 40 UUR (BRUTO BEDRAGEN PER 1 JULI 2022)

De uurlonen in bovenstaande tabel zijn naar boven afgerond. Als je deze bedragen omrekent leidt dit tot een iets hoger bedrag per dag, week of maand dan het wettelijke minimum. Afrondingsverschillen mogen er namelijk niet toe leiden dat het loon lager ligt dan het wettelijk minimumloon.

HET MINIMUMLOON PER MAAND, WEEK EN DAG (BRUTO BEDRAGEN PER 1 JULI 2022)

 

Voorkom het risico op naheffing btw-aftrek van onterecht gefactureerde btw

Als ondernemer ontvangt u veel inkoopfacturen. Checkt u of het juist is dat op die inkoopfacturen btw is vermeld? Ten onrechte gefactureerde btw mag u volgens de hoofdregel namelijk niet in aftrek brengen.

Als onterecht btw is vermeld op een inkoopfactuur, mag u die onterecht gefactureerde btw niet in aftrek brengen. Volgens de hoofdregel moet u zich richten tot de leverancier of dienstverlener en vragen om een juiste factuur of het onjuist gefactureerde bedrag aan btw via de civielrechtelijke weg proberen terug te vorderen.

Een rechtbank oordeelde in januari 2022 dat een ondernemer de ten onrechte gefactureerde btw op een inkoopfactuur onder strikte voorwaarden wel kan terugvragen van de Belastingdienst. Het moet dan wel gaan om een situatie waarin het voor u onmogelijk of uiterst moeilijk is om de btw van uw leverancier of dienstverlener terug te vorderen. Daarvan is bijvoorbeeld sprake als uw leverancier of dienstverlener failliet is. In zo’n situatie kunt u de onterecht gefactureerde btw terugvragen bij de Belastingdienst, mits er geen aanwijzingen zijn van fraude én de leverancier of dienstverlener de ten onrechte gefactureerde btw in de btw-aangifte heeft aangegeven en aan de Belastingdienst heeft afgedragen..

Neemt u gerust contact met ons op als u hierover vragen heeft. Wij helpen u graag. U bereikt ons via [email protected] of 036-2022 132