Nieuws

Geen privégebruik auto? Houd een rittenadministratie bij!

Stelt u als werkgever auto’s ter beschikking aan werknemers en/of aan dga’s? Dan is het dringende advies om een sluitende rittenadministratie bij te houden als bewijs dat de auto niet voor meer dan 500 kilometers privé is gebruikt. Een achteraf opgemaakt rittenregistratie zal over het algemeen niet voldoende zijn. Dit kan in uitzonderlijke gevallen anders zijn, getuige een uitspraak van een gerechtshof uit mei 2020.

De bewijslast dat een auto voor niet meer dan 500 kilometer privé is gebruikt, ligt bij de belastingplichtige. Deze bewijslast is zwaar: U kunt niet volstaan met aannemelijk maken, maar moet overtuigd bewijs leveren. Kunt u dit niet, dan kan de Belastingdienst zonder meer bijtellen. U kunt aan de bewijslast voldoen door het bijhouden van een sluitende rittenadministratie. Het is ook toegestaan om op andere wijze aan de bewijslast te voldoen, maar dit zal, vanwege het noodzakelijke overtuigende bewijs, over het algemeen nauwelijks kans van slagen hebben.

Een gerechtshof en de rechtbank wezen een achteraf opgemaakt en niet sluitende rittenadministratie af als bewijs dat de auto niet in privé werd gebruikt. De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De dga stelde zich op het standpunt de auto van de zaak niet privé te hebben gebruikt maar had geen rittenadministratie bijgehouden. De achteraf opgestelde rittenregistratie van de dga vonden de rechters niet sluitend en kon dus niet dienen als bewijs dat de auto van de zaak niet of voor minder dan 500 km privé was gebruikt. De werkgever van de dga werd daarom geconfronteerd met een naheffing loonheffingen mét boete. En dat over meerdere jaren!

Een ander gerechtshof wees daarentegen een achteraf opgemaakte rittenregistratie wél toe als bewijs dat de (bestel)auto niet in privé werd gebruikt. Het gerechtshof vond de achteraf overgelegde, maar zeer zorgvuldig opgestelde rittenregistratie overtuigend genoeg. Dit in combinatie met de overgelegde facturen, foto’s, het Tellerrapport van de RDW, een werkplaatsbon en de verklaringen die gedaan waren ter zitting met betrekking tot de door de Inspecteur gestelde ‘hiaten’. Het bewijs was overtuigend genoeg voor de conclusie dat per kalenderjaar van het onderhavige naheffingstijdvak niet meer dan 500 km in privé was gereden met de bestelauto.

Alle fiscale Prinsjesdagplannen op een rijtje!

Ondernemer

Zelfstandigenaftrek sneller en meer afgebouwd

Een van de maatregelen die op Prinsjesdag is bekendgemaakt, is dat de zelfstandigenaftrek (nu maximaal € 7.030) verder wordt afgebouwd dan vorig jaar werd bepaald. De afbouw vindt vanaf volgend jaar plaats met stappen van € 360 per jaar tot en met 2027 en met € 390 in 2028. In 2021 bedraagt de zelfstandigenaftrek dus maximaal € 6.670. Daarna daalt de aftrek met € 110 per jaar, zodat de aftrek uiteindelijk in 2036 nog maximaal € 3.240 bedraagt.

U komt in beginsel voor deze aftrek in aanmerking als u:

  • jonger bent dan de AOW-gerechtigde leeftijd én
  • tenminste 1.225 uren én
  • 50% van uw totale arbeidstijd aan werkzaamheden voor uw onderneming besteedt.

Heeft u aan het begin van het kalenderjaar de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt en voldoet u aan het urencriterium, dan heeft u recht op 50% van de aftrek.

Om in aanmerking te komen voor de zelfstandigenaftrek moet u aannemelijk kunnen maken dat u aan het urencriterium heeft voldaan. Zorg dus dat u een urenspecificatie van uw werkzaamheden voor uw onderneming bijhoudt.

 

Berekening KIA verduidelijkt

Als u investeert in uw bedrijf, kunt u gebruikmaken van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA). De KIA is – naast afschrijvingen – een extra aftrek op de winst. U kunt de KIA claimen als u op jaarbasis tussen € 2.400 en € 323.544 (2020) investeert in bedrijfsmiddelen. Bij ondernemers met meerdere ondernemingen en bij samenwerkingsverbanden (bijvoorbeeld een vennootschap onder firma (VOF) of maatschap) levert de berekening van de KIA regelmatig discussie op met de Belastingdienst. Om geschillen hierover te voorkomen is de KIA verduidelijkt.

KIA bij meerdere ondernemingen

Bent u ondernemer en heeft u meerdere ondernemingen, dan bepaalt u de KIA per onderneming op basis van de investeringen die u per onderneming heeft gedaan. U moet hiervoor dus niet alle investeringen van al uw ondernemingen samentellen.

KIA bij samenwerkingsverband

Bent u een ondernemer die deelneemt aan een samenwerkingsverband, dan is het volgende voor u van belang. Geven uw investeringen samen met de investeringen van de andere deelnemers aan een samenwerkingsverband recht op het maximumbedrag van de KIA, dan heeft u slechts recht op een evenredig deel van het maximumbedrag aan KIA voor uw aandeel in het totaal van de investeringen.

Winstvrijstelling TOGS en TVL

De TOGS (€ 4.000) was een eenmalige tegemoetkoming waarmee u de vaste lasten van uw bedrijf kon blijven betalen tijdens de coronacrisis. Inmiddels is de TOGS opgevolgd door de TVL-regeling. Het recht op deze tegemoetkoming is afhankelijk van de grootte van uw bedrijf, de hoogte van uw vaste lasten en de mate van omzetdaling (minimaal 30%). Beide tegemoetkomingen zijn vrijgesteld van winstbelasting. Maar dat kan alleen als dit in de wet geregeld is. Dat is nu gebeurd.

CO2-heffing voor de industrie

Het kabinet wil vanaf 2021 een CO2-heffing invoeren voor de industrie. Bedrijven krijgen een vrijstelling voor een bepaalde hoeveelheid CO2-uitstoot, die vanaf 2021 jaarlijks afloopt tot 2030. De heffing wordt toepast op de te veel uitgestoten CO2. Deze heffing moet de industrie stimuleren om de CO2-uitstoot te reduceren. Hiermee wil het kabinet de reductiedoelstelling van het Klimaatakkoord halen. De heffing geldt niet voor bepaalde branches, zoals de glastuinbouw, ziekenhuizen en universiteiten.

 

DGA

Lage tarief vennootschapsbelasting verlaagd en verruimd

 U gaat in 2021 minder vennootschapsbelasting (Vpb) betalen over uw winst. Het Vpb-tarief in de eerste schijf gaat namelijk omlaag van 16,5% naar 15%. Bovendien wordt die schijf in 2021 verlengd van een jaarwinst van € 200.000 naar € 245.000. In 2022 wordt de schijf verder verlengd naar € 395.000 jaarwinst. De verlaging van het hoge Vpb-tarief (25%) in de tweede schijf naar 21,7% gaat niet door.

Heeft u meerdere vennootschappen die samen een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting vormen? Het kan dan interessant zijn om de fiscale eenheid te verbreken. De hogere grens voor het lage Vpb-tarief geldt namelijk voor alle winst van de fiscale eenheid bij elkaar. Maar zonder fiscale eenheid kunt u per vennootschap profiteren van deze hogere grens.

 

Eerder coronaverlies 2020 verrekenen

Een fiscale coronamaatregel die een wettelijke grondslag moest krijgen, betreft de geschatte coronaverliezen van 2020 in de vennootschapsbelasting. Die mag uw bv dit jaar al als fiscale coronareserve verrekenen met de winst van 2019. De fiscale coronareserve mag niet hoger zijn dan de winst van 2019. Zonder deze maatregel zou u het verlies van 2020 pas kunnen verrekenen met de winst van 2019 bij het indienen van de aangifte vennootschapsbelasting over 2020, dus pas in 2021 of nog later. Deze coronamaatregel moet bijdragen aan de verbetering van de liquiditeitspositie van uw bedrijf.

Pas op voor verliesverdamping

De coronareserve wordt in 2019 gevormd en vermindert daardoor de winst over 2019. In 2019 kunnen dus minder onverrekende verliezen uit voorgaande jaren worden verrekend. Oude verliezen kunnen daardoor mogelijk nooit meer verrekend worden met toekomstige winst. Laat daarom een deskundige de toevoeging aan de coronareserve zodanig vaststellen dat deze verliesverdamping wordt voorkomen.

Verhoging tarief innovatiebox

Bent u een innovatieve ondernemer? In dat geval kunt u mogelijk gebruikmaken van de innovatiebox. De voordelen uit octrooien en/of immateriële activa in deze box zijn nu nog belast tegen een effectief Vpb-tarief van 7%. Het kabinet heeft voorgesteld om het effectieve Vpb-tarief in deze box in 2021 te verhogen naar 9%.

Aftrek liquidatieverlies beperkt

Neemt uw vennootschap deel in een andere vennootschap, dan worden de winsten of verliezen die met deze deelneming verband houden niet meegeteld in de winst van uw vennootschap. Op deze deelnemingsvrijstelling geldt één uitzondering voor de aftrekbaarheid van verliezen wanneer de deelneming wordt geliquideerd. In dat geval is het liquidatieverlies wèl aftrekbaar van de winst. Omdat deze uitzondering leidt tot uitholling van de Nederlandse belastinggrondslag wordt voorgesteld om de aftrek alleen nog toe te staan:

  • voor liquidatiesverliezen van deelnemingen, waarin een belang van meer dan 50% (dit was 25%) wordt gehouden;
  • voor liquidatieverliezen van deelnemingen die in Nederland of in een andere EU/EER-lidstaat zijn gevestigd;
  • als de vereffening van het vermogen van de geliquideerde deelneming is voltooid binnen 3 jaar na de staking van de onderneming of het liquidatiebesluit.

Tot een bedrag van € 5 miljoen (was € 1 miljoen) zijn liquidatieverliezen altijd aftrekbaar.

Vergelijkbare wijzigingen zijn voorgesteld voor stakingsverliezen van vaste inrichtingen. Vaste inrichtingen zijn bedrijfsruimtes in Nederland die onderdeel zijn van een buitenlandse onderneming, die over voldoende faciliteiten beschikt om als zelfstandige onderneming te functioneren.

 

Werkgevers en werknemers

Meer vrije ruimte in de werkkostenregeling

De vrije ruimte voor de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom per werkgever is eenmalig en tijdelijk verhoogd van 1,7% naar 3% voor het jaar 2020. De vrije ruimte wordt dus maximaal met € 5.200 verhoogd. Deze coronamaatregel moet u als werkgever mogelijkheden bieden om uw werknemers in deze moeilijke tijd extra tegemoet te komen. Bijvoorbeeld door het verstrekken van een bloemetje of een cadeaubon. Maar de extra ruimte kunt u ook benutten voor thuiswerkfaciliteiten.

Boven een fiscale loonsom van € 400.000 gaat het percentage van 1,2% vanaf 2021 omlaag naar 1,18%. Deze maatregel is – in tegenstelling tot het bovenstaande – echter niet tijdelijk.

Uitzondering splitsing bijtelling ook voor zonnecelauto’s

Het bijtellingspercentage voor een nieuwe elektrische auto van de zaak wordt in 2021 verder verhoogd van 8% naar 12%. De catalogusprijs waarop u dit percentage moet toepassen, wordt bovendien verlaagd van maximaal € 45.000 naar € 40.000. Is de catalogusprijs hoger, dan geldt voor het meerdere een bijtellingspercentage van 22%. Maar rijdt uw auto van de zaak op waterstof, dan geldt deze splitsing in het bijtellingspercentage niet voor u. Dit is allemaal al eerder besloten. Het kabinet stelt nu voor dat vanaf 2021 deze uitzondering ook geldt voor nieuwe zonnecelauto’s van de zaak. Een zonnecelauto is een elektrische auto met geïntegreerde zonnepanelen. U mag daardoor ook bij deze auto’s over de hele aanschafprijs het lage bijtellingspercentage van 12% (in 2021) toepassen. Deze regeling geldt niet alleen voor werkgevers en werknemers, maar ook voor ondernemers en DGA’s die rijden in een auto van de zaak.

Verruiming gerichte vrijstelling scholingskosten

Het kabinet stelt voor om de gerichte vrijstelling voor scholing ook te laten gelden bij verstrekkingen en vergoedingen ten behoeve van scholing die voortvloeien uit vroegere arbeid. Deze verruiming is bedoeld voor vergoedingen en verstrekkingen voor het volgen van een opleiding of studie om inkomen te verwerven. De gerichte vrijstelling kan dus niet worden benut voor bestedingen aan onderhoud of verbetering van kennis en vaardigheden van de dienstbetrekking. Deze maatregel wordt betaald uit de verlaging op het percentage in de werkkostenregeling van 1,2% naar 1,18%.

TOFA-uitkering is belast loon

Bent u flexwerker, dan heeft u mogelijk gebruik gemaakt van de TOFA-regeling. Dit betreft een eenmalige bruto tegemoetkoming ter compensatie van gederfd loon. Deze tegemoetkoming geldt als belast loon en vormt inkomen voor de toeslagen. Het kabinet stelt daarom voor de TOFA-uitkering met terugwerkende kracht aan te merken als loon uit vroegere dienstbetrekking.

Nieuwe korting voor investeren in banen

Vanaf 2021 wil het kabinet tijdelijk een extra aftrek voor investeringen invoeren: de ‘Baangerelateerde Investeringskorting (BIK). Bedrijven worden gestimuleerd om te investeren door hiervoor een korting te geven die kan worden verrekend met de loonheffing. De details van deze nieuwe investeringskorting worden later verder uitgewerkt.

Bonus zorgpersoneel

Het kabinet stelt voor om werknemers in de zorg die hebben bijgedragen aan de bestrijding van het coronavirus volgend jaar een netto bonus uit te keren van € 500. Doordat de bonus netto wordt uitbetaald heeft deze geen invloed op het recht op toeslagen. Dit jaar bedraagt de netto bonus nog € 1.000.

Alle belastingbetalers

Lager IB-tarief in eerste schijf

Sinds dit jaar bestaan er nog twee tariefschijven in de loon- en inkomstenbelasting: een schijf met een laag tarief (nu: 37,35%) en een schijf met een hoog tarief (nu: 49,5%) dat van toepassing is op een inkomen vanaf € 68.507. In 2021 gaat het lage tarief omlaag naar 37,10%. Het hoge tarief wijzigt niet. Tussen 2022 en 2024 wordt het tarief in de eerste schijf verder verlaagd tot uiteindelijk 37,03%.

Hogere heffingskortingen

De arbeidskorting wordt extra verhoogd door de verhoging die gepland stond voor 2022 al in 2021 toe te passen. De verhoging komt dus bovenop de al geplande verhoging voor 2021. Ook de algemene heffingskorting wordt extra verhoogd met € 22 bovenop de € 60 die al was ingepland. Ook wordt de ouderenkorting verhoogd.

Lager eigenwoningforfait

Het eigenwoningforfait voor woningen met een WOZ-waarde tot € 1.110.000 (in 2020: € 1.090.000) wordt verlaagd van 0,60% naar 0,50% in 2021. Voor woningen met een WOZ-waarde van € 1.110.000 of meer blijft het forfait 2,35%. Zij zijn dit tarief alleen verschuldigde voor de WOZ-waarde boven € 1.110.000.

Levenslooptegoed eerder belast

Legt u nog in op een levensloopregeling of heeft u uw levenslooptegoed nog niet gebruikt? Onder de huidige regelgeving wordt het tegoed dat per einde 2021 op uw levenslooprekening staat, ineens uitgekeerd en progressief belast in de loon- en inkomstenbelasting. Het kabinet stelt echter voor om dit fictieve genietingsmoment te vervroegen naar 1 november 2021. Daardoor heeft u de gelegenheid om voor 31 december 2021 de verschuldigde loonheffing te betalen. Dit heeft als voordeel dat het bruto saldo van uw levenslooptegoed niet volledig wordt belast in box 3 op de peildatum 1 januari 2022.

Inhoudingsplicht loonheffing

Een andere wijziging in de levensloopregeling betreft de instantie die op het fictieve genietingsmoment de loonheffing over het levenslooptegoed moet inhouden en afdragen. Nu is uw (ex-)werkgever de inhoudingsplichtige, maar dit wordt de instelling die de levensloopregeling uitvoert, bijvoorbeeld een bank.

Levensloopverlofkorting

Nu kan de inhoudingsplichtige de levensloopverlofkorting toepassen bij uitbetaling van (een deel van) het levenslooptegoed. Als het aan het kabinet ligt, kan de (ex-)werknemer voortaan de levensloopverlofkorting alleen nog benutten via zijn/haar IB-aangifte.

Om te voorkomen dat u bij uitkering ineens veel belasting moet betalen, is gefaseerd uitkeren van het levenslooptegoed een optie. Voor zover uw vermogen in box 3 daardoor aangroeit, moet u wel rekening houden met de eventuele box-3-heffing.

 

Nieuw voorstel box 3

Een andere matregel betreft onder meer de vrijstelling in box 3. Die gaat volgend jaar van € 30.846 naar € 50.000 per belastingplichtige. Hebt u een fiscale partner, dan hebt u samen dus een vrijstelling van € 100.000. Maar daar blijft het niet bij, want daar staat een tariefsverhoging tegenover van 30% naar 31%. Bovendien zijn maatregelen getroffen om te voorkomen dat de verhoging van de box-3-vrijstelling doorwerkt naar de diverse inkomens- en vermogensafhankelijke regelingen, zoals de zorg- en kinderopvangtoeslag en de eigen bijdrage aan een zorginstelling.

Doorwerking voorkomen

Zonder nadere regeling leidt de verhoging van de box-3-vrijstelling ertoe dat meer mensen aanspraak kunnen maken op een toeslag of in aanmerking komen voor een hogere toeslag. Daarom wordt vanaf 2021 voor de vermogenstoets in de inkomensafhankelijke regelingen aangesloten bij de vermogensrendementsgrondslag zonder aftrek van de vrijstelling in box 3. De inspecteur legt daartoe het bedrag van de rendementsgrondslag voor zover deze meer bedraagt dan € 31.340 vast in een voor bezwaar vatbare beschikking die wordt opgenomen op uw aanslag inkomstenbelasting. Daarvoor is nodig dat de aangifteplicht voor de inkomstenbelasting en premieheffing volksverzekeringen wordt uitgebreid naar mensen die een rendementsgrondslag hebben van meer dan € 31.340.

Lager verzamelinkomen – meer/hogere toeslagen

Hoewel de verhoging van de vrijstelling in box 3 ook tot een lager verzamelinkomen leidt en daarmee doorwerkt in een aantal inkomensafhankelijke regelingen (zoals de kinderopvangtoeslag), zijn geen maatregelen getroffen om dit effect te voorkomen.

Geen overdrachtsbelasting voor starters

Het kabinet stelt voor om starters op de woningmarkt vanaf 1 januari 2021 vrij te stellen van overdrachtsbelasting (OVB). Hieraan zijn wel voorwaarden verbonden. De starters moeten 18 jaar of ouder zijn en jonger dan 35 jaar, de woning moet als hoofdverblijf worden gebruikt en de vrijstelling moet nog niet eerder zijn benut. Voor doorstromers op de woningmarkt blijft het OVB-tarief 2%. Voor andere kopers van woningen wordt het OVB-tarief per 1 januari 2021 verhoogd van 2% naar 8%. Dit tarief geldt vanaf 1 januari 2021 voor:

  • de verkrijging van niet-woningen, zoals bedrijfspanden;
  • woningen die niet of slechts tijdelijk worden gebruikt als hoofdverblijf, zoals vakantiewoningen of een woning die ouders kopen voor hun kind.

Tot deze categorie behoren ook de verkrijgingen van woningen door niet-natuurlijke personen, zoals rechtspersonen, waaronder woningcorporaties.

Uitbreiding overgangsregeling landgoederen

Bent u eigenaar van een landgoed, dan kunt u onder voorwaarden gebruikmaken van fiscale faciliteiten, zoals vrijstellingen voor de overdrachtsbelasting en de schenk- en erfbelasting. Uw landgoed wordt dan gerangschikt als Natuurschoonwet-landgoed (NSW-landgoed). Maakt u al gebruik van deze faciliteit, dan is het volgende voor u van belang. Vanaf 2021 wijzigen de rangschikkingscriteria, waardoor uw landgoed dan mogelijk niet meer voldoet aan de instandhoudingseis. Zonder nadere regelgeving zou dit betekenen dat u dan direct de Natuurschoonwetfaciliteit niet meer kunt toepassen en u dus alsnog schenk-, erf- en overdrachtsbelasting moet betalen. Dat vindt het kabinet te abrupt, dus wordt voorgesteld om  de bestaande overgangsregeling uit te breiden naar situaties waarin per 2021 niet meer aan de instandhoudingseis wordt voldaan. Daardoor blijven de fiscale gevolgen (alsnog invordering van schenk-, erf- en overdrachtsbelasting) buiten toepassing.

Let op

Vanaf 1 januari 2021 kunnen ook in het buitenland gelegen onroerende zaken als NSW-landgoed kwalificeren als de onroerende zaak een element vormt van het Nederlands cultureel erfgoed.

Aanscherping BPM-regels

De tarieven en de schijfgrenzen voor de BPM worden tussen 2021 en 2025 verder aangescherpt. Daarnaast wordt het heffingsmoment van de BPM vervroegd van het moment van inschrijving én tenaamstelling van de personen- of bestelauto of het motorrijwiel in het kentekenregister naar uitsluitend het moment van de inschrijving in het kentekenregister. De ingangsdatum van deze maatregel wordt later bekendgemaakt.

Langer lage energiebelasting laadpaal

Het tarief van de energiebelasting voor elektriciteit die wordt gebruikt voor een openbare laadpaal van een elektrische auto is tijdelijk verlaagd. Deze verlaging zou op 1 januari 2021 eindigen. Maar het kabinet stelt voor om de verlaging langer voort te zetten tot en met 2022.

 

In dit bericht is de stand van zaken in wet- en regelgeving verwerkt tot 17 september 2020. Hoewel ten aanzien van de inhoud de uiterste zorg is nagestreefd, kan niet volledig worden ingestaan voor eventuele (druk)fouten en onvolledigheden. De redactie, de uitgever en de verspreider sluiten bij deze de aansprakelijkheid hiervoor uit. Voor een toelichting kunt u altijd contact met ons opnemen.

Elektrische auto: hoe zit het met de bijtelling?

Als u een elektrische auto van de zaak heeft of overweegt om zo’n auto te kopen, wilt u weten welke bijtelling hiervoor geldt. Het antwoord daarop is afhankelijk van verschillende factoren.

De bijtellingsregels kunnen erg ingewikkeld zijn. Voor een (nieuwe) elektrische auto, krijgt u nu nog een korting op de bijtelling. Dit blijft dit ook zo in de komende jaren, maar de korting wordt wel minder en is afhankelijk van hoe oud uw auto is.

Zo kan nu voor elektrische auto’s met een eerste toelating tot en met 2016, een bijtelling van 11% over de eerste € 50.000 cataloguswaarde, daarboven is de bijtelling 25%.

Is uw elektrische auto voor het eerst toegelaten in 2017 of 2018, dan heeft u voor 60 maanden een bijtelling van 4%. Voor auto’s met eerste toelating in 2019 bedraagt de bijtelling 4% over de eerste € 50.000 cataloguswaarde, daarboven is de bijtelling 22%. Om het nog ingewikkelder te maken is de bijtelling voor nieuwe auto’s vanaf 2020 8% over de eerste € 45.000 en daarboven 22%. Is de auto uit 2021, dan wordt de bijtelling al weer hoger (12% over de eerste € 40.000, daarboven 22%).

De korting voor waterstofauto’s is niet gemaximeerd tot € 45.000 (vanaf 2021 €40.000). Dat gaat per 1 januari 2021 ook gelden voor zonnecelauto’s. Dat betekent dat u als mogelijk (toekomstig) eigenaar van een zonnecelauto ook voor de niet gemaximeerde korting op de bijtelling in aanmerking komt.

Laat daarom beoordelen wanneer uw huidige bijtelling eindigt en met welke bijtelling u vanaf dan rekening moet houden. U kunt daarbij ook laten beoordelen wat de gevolgen van de aanschaf van een andere elektrische auto voor u zijn. Misschien kunt u daarbij nog gebruikmaken van aantrekkelijke fiscale regelingen zoals de milieu-investeringaftrek.

Neem gerust contact met ons op als u hierover vragen heeft. Wij helpen u graag. U bereikt ons via [email protected] of 036-547 2019.

UBO-register deze maand van start!

Eindelijk is het zover: na diverse malen uitstel gaat op 27 september aanstaande het UBO-register van start. In Nederland opgerichte vennootschappen en andere juridische entiteiten moeten dan de gegevens bijhouden en registreren van uiteindelijk belanghebbenden (UBO’s, Ultimate Beneficial Owners) – net zoals dit reeds verplicht is voor vennootschappen en juridische entiteiten in alle andere EU/EER-lidstaten. De verplichte UBO-registratie moet voorkomen dat het Nederlandse financiële stelsel wordt misbruikt voor witwassen en terrorismefinanciering. Wanneer wordt iemand aangemerkt als UBO?

Je wordt als UBO aangemerkt wanneer je uiteindelijk voor meer dan 25% eigenaar bent – of zeggenschap hebt over – een of meer bv’s, nv’s, stichtingen en verenigingen. En/of over een of meer maatschappen, vennootschappen onder firma of commanditaire vennootschappen, die naar Nederlands recht zijn opgericht. Eenmanszaken vallen niet onder de registratieplicht. Bestaande registratieplichtige vennootschappen hebben na inwerkingtreding van het wetsvoorstel 18 maanden de tijd om hun UBO(’s) in het UBO-register vast te leggen.

Informatievoorziening en registratie

Gedurende de eerste maanden zal de Kamer van Koophandel alle registratieplichtige bedrijven en juridische entiteiten aanschrijven met het verzoek om hun UBO(’s) binnen de gestelde termijn te registreren. Nieuw op te richten vennootschappen moeten hun UBO’s na inwerkingtreding van het wetsvoorstel gelijktijdig registreren met de inschrijving in het Handelsregister. Registratie van de UBO(’s) zal bovendien een voorwaarde worden voor het verstrekken van een KvK-nummer.

Verlenging Tozo tot 1 juli 2021

Het kabinet heeft de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) verlengd tot 1 juli 2021. Deze verlenging is onderdeel van het derde steun- en herstelpakket vanwege de coronacrisis. Op Rijksoverheid heeft het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een ‘visual‘ geplaatst met puntsgewijs de belangrijkste informatie over de Tozo 3.0.

Verlenging Tozo

Vanwege de aanhoudende impact van het coronavirus op de samenleving en de economie verlengt het kabinet tot 1 juli 2021 de Tozo-inkomensondersteuningsregeling voor zelfstandigen. Ten opzichte van de Tozo 2.0, wordt per 1 oktober een extra toets ingevoerd: een toets op beschikbare geldmiddelen. Deze toets houdt in dat ondernemers met meer dan € 46.520 aan beschikbare geldmiddelen, zoals contant geld en bank- en spaarsaldi, niet in aanmerking komen voor de Tozo 3.0. Ander vermogen, zoals een eigen woning of een bedrijfspand of afgeschermd pensioen, blijven buiten beschouwing.

Per 1 januari 2021 gaan gemeenten zelfstandig ondernemers extra ondersteunen om zich voor te bereiden op een nieuwe toekomst, hetzij als zelfstandig ondernemer, hetzij als werknemer in loondienst. Onder ondersteuning valt bijvoorbeeld coaching, advies, bij- of omscholing en heroriëntatie.

Verder is het onder de Tozo 3.0 nog steeds mogelijk om een lening voor bedrijfskrediet aan te vragen. Hierbij geldt dat de lening voor de Tozo 1.0, Tozo 2.0 en Tozo 3.0 gezamenlijk een maximum kent van € 10.157.

De Tozo 3.0 op hoofdlijnen

In de nu gepubliceerde ‘visual’ zet het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in één pagina de volgende onderwerpen puntsgewijs op een rij:

  • De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de Tozo 2.0.
  • Reden voor de Tozo 3.0.
  • Wie gebruik kan maken van de Tozo 3.0.

De Tozo 3.0 loopt vanaf 1 oktober 2020 tot 1 juli 2021 en is op zijn vroegst vanaf 1 oktober 2020 aan te vragen bij de woongemeente. Zelfstandigen die al een Tozo 2.0-uitkering ontvangen, kunnen een verkort aanvraagformulier indienen.

 

 

Uitgelekte voorstellen Prinsjesdag 2020

Ook dit jaar zijn de voorstellen in het Belastingplan al vóór Prinsjesdag uitgelekt. Zo is inmiddels al bekend dat mkb-ondernemers in 2021 minder belasting gaan betalen over hun winst, doordat het Vpb-tarief in de eerste schijf van 16,5% naar 15% zal gaan. Bovendien wordt die schijf verlengd van € 200.000 naar € 400.000 jaarwinst. De geplande verlaging van het hoge Vpb-tarief van 25% naar 21,7% gaat niet door. De zelfstandigenaftrek wordt verder afgebouwd naar € 3.200 (in plaats van € 5.000) in 2028. Daar staat tegenover dat het lage IB-tarief omlaag gaat en de arbeidskorting omhoog. De box-3-vrijstelling gaat van € 31.000 naar € 50.000 per belastingplichtige.

Starters op de koopwoningmarkt die niet ouder zijn dan 35 jaar, hoeven geen overdrachtsbelasting (OVB) meer te betalen voor de aankoop van hun eerste koopwoning. Mensen die een tweede huis of woningen als belegging kopen, moeten waarschijnlijk meer OVB gaan betalen. Voor hen gaat het OVB-tarief waarschijnlijk van 2% naar 8%. Ook komt er een extra aftrek voor investeringen: de ‘Baangerelateerde Investeringskorting (BIK). Het kabinet wil bovendien het personeel in de zorg in 2021 een bonus geven van € 500 (dit jaar € 1.000).

De rekening van ‘het zoet’ wordt vooral betaald door de grote ondernemingen en multinationals. Zij worden zwaarder belast en hun aftrekposten worden beperkt.

Meer details over de voorstellen in het Belastingplan 2021 volgen op Prinsjesdag, of zodra er eerder meer over bekend is.

Let op uw liquiditeit tijdens de coronacrisis. Uitstel van belastingbetaling levert direct lucht.

De coronacrisis kan er fors in hakken voor u als ondernemer. Uw omzet staat onder druk, uw debiteuren zullen moeite hebben met uw rekeningen te betalen, uw vaste lasten lopen door. Nu uw cashpositie strak managen is van het grootste belang.

Gelukkig heeft de Belastingdienst de mogelijkheid opengesteld voor alle ondernemers die getroffen worden door de coronacrisis om bijzonder uitstel van betaling aan te vragen voor veel belastingsoorten. Het gaat om uitstel van betaling van onder meer aanslagen loonheffingen, omzetbelasting (btw), inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, kansspelbelasting, assurantiebelasting, verhuurderheffing, milieubelastingen, accijns en verbruiksbelastingen. De mogelijkheid om uitstel van betaling aan te vragen was al verlengd tot 1 september 2020 en is onlangs verder verlengd tot 1 oktober 2020.

De Belastingdienst heeft gemeld dat de naheffingsaanslagen btw zijn verzonden. Deze naheffingsaanslagen bevatten ook een verzuimboete. Heeft u al uitstel van betaling gevraagd? Dan hoeft u geen actie te ondernemen. De Belastingdienst zal deze verzuimboete vernietigen. Heeft u nog geen uitstel van betaling aangevraagd? Dan kan dat alsnog.

Neemt u gerust contact met ons op als u hierover vragen heeft. Wij helpen u graag. U bereikt ons via [email protected] of 06-2150350.

Wetsvoorstel UBO-register aangenomen – wat brengt de registratieplicht mee?

Na diverse malen uitstel heeft de Eerste Kamer op 23 juni jl. het wetsvoorstel aangenomen voor de implementatie van het UBO-register. Na inwerkingtreding van het wetsvoorstel moeten bepaalde vennootschappen informatie over hun ultimate beneficial owner(s) (UBO) verzamelen, bijhouden en registreren in dit register. De Kamer van Koophandel zal het UBO-register beheren. Het wetsvoorstel treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip, dat bekendgemaakt wordt bij publicatie van het wetsvoorstel in het Staatsblad. Bestaande registratieplichtige vennootschappen hebben na inwerkingtreding van het wetsvoorstel 18 maanden de tijd om hun UBO(’s) in het UBO-register vast te leggen.

Gedurende de eerste maanden zal de Kamer van Koophandel alle registratieplichtigen aanschrijven met het verzoek hun UBO(‘s) binnen de gestelde termijn te registreren. Nieuw op te richten vennootschappen moeten na inwerkingtreding van het wetsvoorstel hun UBO(’s) gelijktijdig registreren met de inschrijving in het Handelsregister. Registratie van de UBO(’s) zal bovendien een voorwaarde worden voor het verstrekken van een KvK-nummer. Twijfel je eraan of een juridische entiteit onder de nieuwe registratieplicht valt? Fiscount kan je hierbij van dienst zijn.

Registratieplichtige rechtsvormen

Organisaties met de volgende rechtsvormen zijn verplicht om UBO’s in te schrijven:

  • niet-beursgenoteerde besloten en naamloze vennootschappen
  • stichtingen
  • verenigingen:
    • met volledige rechtsbevoegdheid
    • met beperkte rechtsbevoegdheid maar met onderneming
  • onderlinge waarborgmaatschappijen
  • coöperaties
  • personenvennootschappen: maatschappen, vennootschappen onder firma en commanditaire vennootschappen
    rederijen

Eénmanszaken en Verenigingen van eigenaars zijn niet registratieplichtig.

Bovenstaand overzicht is niet volledig. Alleen de meest relevante rechtsvormen zijn vermeld.

Achtergrondinformatie

De invoering van het wetsvoorstel in Nederland vloeit voort uit de vierde Europese anti-witwasrichtlijn. Het UBO-register moet voorkomen dat het financiële stelsel wordt gebruikt voor witwassen en terrorismefinanciering. Na inwerkingtreding van het wetsvoorstel dienen bepaalde vennootschappen hun UBO(’s) in dit centraal register te registreren, waarbij onder andere informatie moet worden verstrekt over de naam van de UBO(‘s), geboortemaand en -jaar, woonstaat, nationaliteit en aard en omvang van het gehouden belang. Deze informatie is vervolgens publiek toegankelijk.

Niet betalende klanten wegens coronacrisis? Vraag op tijd de btw terug!

Heeft u afnemers die uw facturen niet meer kunnen betalen door de coronacrisis? Vraag dan tijdig de btw terug.

Tenzij u het kasstelsel toepast, moet u btw afdragen als u facturen uitreikt. Ook als uw afnemer niet betaalt. Een jaar nadat de betalingstermijn is verstreken, kunt u de btw pas weer terugvragen. Als echter vaststaat dat uw afnemer niet meer zal gaan betalen, bijvoorbeeld vanwege de coronacrisis, dan kunt u al btw terugvragen in de btw-aangifte waarin de oninbaarheid kwam vast te staan. Doe dat wel op tijd, anders verspeelt u uw rechten.

Neemt u gerust contact met ons op als u hierover vragen heeft. Wij helpen u graag. U bereikt ons via [email protected] of 036-7370376.

Nieuw plan voor box 3 verwacht op Prinsjesdag

Vorig jaar september presenteerde de ambtsvoorganger van de huidige staatssecretaris van Financiën de contouren van een aanpassing in box 3. Die aanpassing hield ruwweg in dat spaargeld over de eerste € 400.000 per partner niet meer belast zou zijn in box 3. Dit voorstel ging echter vooral ten koste van kleine beleggers, van wie het vermogen in box 3 maar voor een klein deel uit spaargeld bestaat. Deze kleine beleggers werden in het plan namelijk geacht een rendement van 5,33% te halen. Als gevolg hiervan zouden zij zich gedwongen kunnen voelen om zeer risicovol te gaan beleggen. Dat vindt het kabinet ongewenst.

Om die reden zal er nader onderzoek worden gedaan naar mogelijkheden op de langere termijn, zoals onder andere het belasten van het reële rendement. Om de spaarders en de kleine beleggers voor de korte termijn tegemoet te komen, wordt nu gekeken naar aanpassingen binnen het huidige stelsel. De staatssecretaris schrijft in zijn brief dat hij ernaar streeft om op Prinsjesdag een concreet voorstel aan te bieden aan de Tweede Kamer. Verwacht wordt dat het heffingsvrije vermogen zal worden verhoogd.