Nieuws

Betaal de rente op schuldig erkende bedragen en voorkom erfbelasting

Heeft u een papieren schenking gedaan? Dan moet de juiste rente hierover daadwerkelijk en op tijd betaald worden. Als dat niet gebeurt, moet na overlijden namelijk alsnog erfbelasting worden betaald over de papieren schenking.

Over de papieren schenkingen moet u sinds 2010 jaarlijks ten minste 6% rente betalen. Heeft u in een jaar geen of te weinig rente betaald, dan kan dit worden hersteld door alsnog rente te betalen. Er moet dan wel ook rente over de te laat betaalde rente worden betaald. Als de rentebetalingen niet volledig aansluiten bij de verschuldigde rente moet alsnog erfbelasting worden betaald. De Belastingdienst kan na uw overlijden bewijs vragen van de betaalde rente, dus bewaar het betaalbewijs.

Neemt u gerust contact met ons op als u hierover vragen heeft. Wij helpen u graag. U bereikt ons via [email protected] of 036-2022 132.

Voorkom hoge box 3-heffing met de beleggings-bv

Bezit u laag-renderend vermogen, anders dan banktegoeden, dat belast wordt in box 3? Dan betaalt u mogelijk veel belasting over uw kapitaal. De belastingheffing in box 3 is namelijk gebaseerd op een verondersteld – “forfaitair” – rendement, dat vaak fors hoger ligt dan het werkelijke rendement.

Het is mogelijk de hoge belastingdruk te voorkomen door dit vermogen vóór het einde van dit jaar onder te brengen in een bv: de ‘beleggings-bv’. Wij kunnen met u bespreken wat in uw situatie past en voor u berekenen wat uw mogelijke voordeel is. De voorgenomen wijziging van box 3 met ingang van 2026 speelt hierbij een rol. Het voornemen van het kabinet is om vanaf dat jaar de belastingheffing in box 3 te baseren op het werkelijk behaalde rendement. De details hiervan zijn nog niet bekend.

Let op! Spaargeld valt niet in de categorie overige bezittingen met een verondersteld –‘forfaitair’- rendement van 6,17% in 2023. Voor spaargeld geldt een veel lager –‘forfaitair’- rendement. Dit is op dit moment nog niet bekend.

Neemt u gerust contact met ons op als u hierover vragen heeft. Wij helpen u graag. U bereikt ons via [email protected] of 036-2022 132.

 

Wees voorbereid op het afschaffen van de FOR

Heeft u een fiscale oudedagsreserve (FOR) opgebouwd of bent van plan om voor het eerst aan de FOR te doteren? Houd dan rekening met de plannen van het kabinet. Het kabinet wil de FOR per 1 januari 2023 afschaffen.

Vanaf 1 januari 2023 kan de oudedagsreserve niet meer (verder) worden opgebouwd. De opgebouwde oudedagsreserve tot en met 31 december 2022 kan volgens de huidige regels worden afgewikkeld. Dat betekent dat het hele bedrag uiteindelijk in één keer vrijkomt en u daar belasting over betaalt. Of het kan worden omgezet in een lijfrente product. Het voorstel van het kabinet is onderdeel van het Belastingplan 2023. De Tweede Kamer stemde onlangs in. Als ook de Eerste Kamer dit voorstel goedkeurt, gaat het vanaf 1 januari 2023 in.

Laat onderzoeken wat de afschaffing van de FOR voor u betekent en of en zo ja, hoe u hierop kunt anticiperen.

Neemt u gerust contact met ons op als u hierover vragen heeft. Wij helpen u graag. U bereikt ons via [email protected] of 036-2022 132.

Geen verzoek tot ambtshalve vermindering meer nodig.

Heeft u geen bezwaar gemaakt tegen uw aanslagen inkomstenbelasting 2017-2020 vanwege een te hoge box 3 belasting, en staan uw aanslagen al definitief en onherroepelijk vast, dan worden deze aanslagen niet automatisch verlaagd. Op Prinsjesdag 2022 is namelijk bekendgemaakt dat voor deze groep geen rechtsherstel geboden wordt.

In september jl. benoemde staatssecretaris Van Rij de mogelijkheid om een ambtshalve vermindering te vragen om als het werkelijk rendement lager was dan het forfaitaire rendement in box 3. Dat leidde tot een grote hoeveelheid verzoeken.
Daarom heeft heeft het kabinet op 4 november 2022 toegezegd dat alle niet-bezwaarmakers over de jaren 2017 tot en met 2020 automatisch aansluiten bij een nieuwe procedure die uiteindelijk wordt voorgelegd aan de Hoge Raad.
Deze nieuwe procedure gaat over de vraag of niet-bezwaarmakers in aanmerking komen voor rechtsherstel. Samen met de verschillende belangenorganisaties selecteert het kabinet één of meer zaken die aan de belastingrechter worden voorgelegd. Als de Hoge Raad dan uiteindelijk besluit dat ook de niet (tijdig) bezwaarmakers recht hebben op rechtsherstel in die zaken, zal de Belastingdienst dat rechtsherstel ook bij u toepassen.
U hoeft dus zelf niet in actie te komen.

Neemt u gerust contact met ons op als u hierover vragen heeft. Wij helpen u graag. U bereikt ons via [email protected] of 036-2022 132.

Aanzeggen moet écht schriftelijk

Een werknemer treedt op 1 mei 2019 voor bepaalde tijd (tot 1 december 2019) bij een werkgever in dienst. Op 30 oktober 2019, iets meer dan 1 maand vóór de einddatum, krijgt hij tijdens een gesprek op kantoor met de directeur te horen dat zijn arbeidscontract per 1 december 2019 niet zal worden verlengd. De werkgever heeft daarna op geen enkele manier schriftelijk aangegeven dat de tijdelijke arbeidsovereenkomst per 1 december 2019 niet zou worden verlengd. Om die reden eist de werknemer via de rechter bij de werkgever één maandsalaris op: de aanzegvergoeding of ook wel aanzegboete. Hoe liep dit af?

De kwestie komt uiteindelijk bij de Hoge Raad, die oordeelt dat artikel 7:668 de positie van de werknemer met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd beoogt te versterken. De werknemer had op een schriftelijke manier van de werkgever duidelijkheid moet krijgen over het al dan niet voortzetten van zijn arbeidsovereenkomst.

De wetgever heeft niet voor niets bewust voor gekozen voor het schriftelijkheidsvereiste, aldus de Hoge Raad. Omdat de werkgever de werknemer – anders dan de wet voorschrijft – niet schriftelijk heeft aangezegd, kent de Hoge Raad de werknemer de aanzegvergoeding toe. Het feit dat de werknemer al direct per 1 december 2019 een andere baan had (wat wel vaker het geval is na afloop van een tijdelijk contract), maakte de uitkomst niet anders. Aanzeggen mag overigens op diverse schriftelijke manieren gebeuren, zoals per WhatsApp, mail, sms en bijvoorbeeld middels het voorleggen van een VSO aan de werknemer. Dit blijkt uit diverse rechterlijke uitspraken.

0% btw voor zonnepanelen op woningen

Bent u van plan om zonnepanelen te (laten) installeren op of in de onmiddellijke nabijheid van een woning? Houd dan rekening met het voorstel om vanaf 2023 0% btw te berekenen op de levering en installatie van zonnepanelen op en in de nabijheid van woningen.

Beoordeel wat voor u de gevolgen zijn van de voorgestelde 0%
In het wetsvoorstel Belastingplan 2023 (20-09-2022) is voorgesteld om vanaf 2023 het btw-tarief voor de levering en installatie van zonnepanelen op en in de onmiddellijke nabijheid van woningen vast te stellen op 0%. Als dit voorstel door de Tweede en Eerste Kamer wordt aangenomen, wordt aan u vanaf 2023 0% btw berekend voor dergelijke zonnepanelen.

De gevolgen zijn echter niet voor elke afnemer van zonnepanelen gelijk. Zo moet de afnemer die ook nog voor andere activiteiten btw-ondernemer is en niet de KOR kan/wil toepassen, vanaf 2023 nog steeds btw afdragen over de met de zonnepanelen aan de energieleverancier geleverde elektriciteit.

Betaalt u in 2022 al vooruit voor een levering/installatie in 2023, dan krijgt u over de vooruitbetaling nog met 21% btw te maken. Daarnaast heeft de leverancier/installateur, afhankelijk van met u gemaakte afspraken, de mogelijkheid om in december 2022 geleverde/geïnstalleerde zonnepanelen, in de eerste helft van januari 2023 met 0% btw te factureren.

Wij helpen u daar graag bij
Betekent 0% btw voor u een administratieve lastenverlichting of moet u vanaf 2023 nog steeds btw afdragen? Kunt u beter wachten tot 2023? Wat zijn de gevolgen van een vooruitbetaling in 2022?.
Neemt u gerust contact met ons op als u hierover vragen heeft. Wij helpen u graag. U bereikt ons via [email protected] of 036-2022 132.

Vrije ruimte in 2023 wordt 3% over de eerste € 400.000

De vrije ruimte in de Werkkostenregeling (WKR) wordt in 2023 eenmalig uitgebreid, dankzij de motie die het kabinet uitvoert waarin daartoe wordt opgeroepen. Via een nota van wijziging van het belastingplan zal worden voorgesteld om de vrije ruimte voor het jaar 2023 tijdelijk verder te verruimen tot 3% over de eerste € 400.000 van de totale fiscale loonsom van de werkgever. Ten opzichte van 2022 heeft een werkgever hierdoor in 2023 maximaal € 5.200 meer vrije ruimte. Hieruit kan een werkgever bijvoorbeeld een compensatie betalen voor de stijgende kosten van levensonderhoud en energie. Vanaf 2024 vervalt de tijdelijke verhoging en geldt 1,92%.

Minimumloon per 1 januari 2023 in één keer met 10,15% omhoog

De brutobedragen van het wettelijk minimumloon en minimumjeugdloon stijgen vanaf 1 januari 2023.

Bij een volledig dienstverband is het wettelijk brutominimumloon voor werknemers van 21 jaar en ouder, vanaf 1 januari 2023:

  • € 1.934,40 per maand (nu € 1.756,20)
  • € 446,40 per week (nu € 405,30)
  • € 89,28 per dag (nu € 81,06)

Een volledig overzicht van alle bedragen kunt u HIER vinden.

 

Houd rekening met de wijzigingen in de box 3-heffing vanaf 2023

Per 1 januari 2023 wijzigt de box 3-heffing. Het is de bedoeling dat dit box 3-stelsel, dat gebaseerd is op de forfaitaire spaarvariant, zal gelden tot en met 2025. Een nieuw box 3-stelsel gebaseerd op het werkelijke rendement is gepland vanaf 2026.

Het box 3-stelsel in de jaren 2023 tot en met 2025 is vergelijkbaar met de wijze waarop rechtsherstel box 3 voor de jaren tot en met 2022 plaatsvindt. Hierbij wordt grofweg het vermogen gesplitst in banktegoeden, overige bezittingen en schulden, waarna op elke categorie een ander forfaitair rendementspercentage wordt toegepast.

Op de banktegoeden wordt een laag percentage vergelijkbaar met de spaarrentes toegepast. Dit percentage is nu nog niet bekend, maar wordt pas na afloop van 2023 vastgesteld. Ook het percentage voor 2022 is nog niet bekend. Voor 2021 bedroeg dit percentage 0,01%. Op overige bezittingen wordt in 2022 een percentage van 5,53% toegepast. Schulden zijn niet aftrekbaar tegen de werkelijke rente maar tegen een forfait. Ook dit percentage wordt pas na afloop van 2023 vastgesteld. Het percentage voor 2022 is nog niet bekend, voor 2021 bedroeg dit percentage 2,46%.

Door dit verschil in percentages, is het verstandig de samenstelling van uw vermogen te beoordelen. Op die manier krijgt u inzicht in de gevolgen van de nieuwe box 3-heffing voor uw situatie.

Schuiven met overige bezittingen en schulden om op die manier belasting te besparen wordt tegengegaan door een in te voeren peildatumarbitrage bepaling. Niet elke verschuiving in de periode van 1 oktober 2022 tot 1 april 2023 wordt echter geraakt door deze bepaling. Bovendien is er een tegenbewijsregeling. U moet dan kunnen aantonen dat u zakelijke, niet-fiscale, motieven had.

Verhuurt u woningen? Dan krijgt u te maken met de aanpassing van de leegwaarderatiotabel. U verhuurde woningen worden dan vanaf 2023 voor een hogere waarde in aanmerking genomen. Verhuurt u aan gelieerde partijen of zijn de contracten kortlopend (2 jaar of korter voor een woning en 5 jaar of korter voor een kamer)? Dan kunt u vanaf 2023 de leegwaarderatiotabel niet meer toepassen.

Overige wijzigingen zijn de verhoging van het tarief in box 3 van 31% in 2022, naar 32% in 2023, 33% in 2024 tot 34% in 2025. Het heffingvrije vermogen wordt verhoogd naar € 57.000 (€ 114.000 voor fiscale partner).

Het is de bedoeling dat vanaf 2026 een box 3-stelsel op basis van het werkelijk rendement wordt geïntroduceerd.

Neemt u gerust contact met ons op als u hierover vragen heeft. Wij helpen u graag. U bereikt ons via [email protected] of 036-2022 132.

Voorstellen uit het Belastingplan 2023

Hierna volgen de belangrijkste voorstellen uit het ‘Belastingplan 2023’ die op 1 januari 2023 in werking treden, tenzij anders is vermeld:

  • Snellere afbouw van de zelfstandigenaftrek dan eerder was bepaald. De aftrek gaat van € 6.310 in 2022 stapsgewijs naar € 1.200 in 2026 en naar € 900 in 2027. De aftrek bedraagt volgend jaar € 5.030. De startersaftrek (€ 2.123) blijft voorlopig ongewijzigd.
  • Einde pensioenopbouw Fiscale Oudedagsreserve (FOR). Het blijft wel mogelijk om de op 31 december 2022 bestaande reserve volgens de huidige regels af te wikkelen.
  • Het Vpb-tarief in de eerste schijf gaat naar 19% en de schijfgrens wordt teruggebracht van € 395.000 naar € 200.000.

Andere in het Belastingplan 2023 voorgestelde maatregelen zijn onder meer:

  • Vanaf 2024 invoering van twee box-2-tarieven. De eerste schijf met een tarief van 24,5% geldt voor box-2-inkomsten tot € 67.000 (bij gelijke verdeling tussen partners: € 134.000) en daarboven zal een tarief van 31% gelden;
  • De uitzondering op de gebruikelijkloonregeling voor innovatieve start-ups vervalt;
  • De onbelaste reiskostenvergoeding gaat omhoog van € 0,19 naar € 0,21 per kilometer. Vanaf 2024 gaat deze vergoeding verder omhoog naar maximaal € 0,22 per kilometer; De verhogingen gelden ook voor de forfaits voor reiskosten ziekenbezoek, de kilometervergoeding voor weekenduitgaven gehandicapten en voor de giftenaftrek als de vrijwilliger afziet van de reiskostenvergoeding;
  • De 30%-regeling wordt vanaf 2024 gemaximeerd tot de norm van de Wet normering topinkomens, ook wel bekend als de Balkenendenorm. In 2022 bedraagt deze norm € 216.000;
  • Het lage IB-tarief gaat omlaag van 37,07% naar 36,93% en de grens van de eerste schijf wordt verhoogd van € 69.398 tot 73.031;
  • De maximale arbeidskorting gaat omhoog evenals de ouderenkorting en de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK) van € 2.534 tot € 2.694. Kinderen geboren in 2025 tellen niet meer mee voor de IACK;
  • De maximale algemene heffingskorting gaat van € 2.888 omhoog naar € 3.070. Vanaf 2025 zal bij de afbouw van de algemene heffingskorting ook rekening gehouden worden met het inkomen in box 2 en box 3. Het verzamelinkomen wordt dan dus hiervoor bepalend;
  • Afschaffing middelingsregeling. De laatste jaren waarover gemiddeld kan worden zijn 2022, 2023 en 2024;
  • Verlaging jubelton van € 106.671 tot € 28.947. Wel mag in 2023 aanvullend vrijgesteld worden geschonken voor een woning aan dezelfde begiftigde tot € 106.671, mits het kind in 2022 een beroep op de vrijstelling heeft gedaan. Het kind moet de schenkingen uiterlijk 31 december 2024 hebben besteed aan de woning;
  • Het box-3-tarief gaat met 1% per jaar omhoog naar 34% in 2025. Het heffingvrije vermogen wordt verhoogd van € 50.650 (partners: € 101.300) naar € 57.000 (partners: € 114.000). De eerder voorgenomen verhoging naar € 80.000 gaat dus niet door.
  • Codificatie beleid inzake omzetting Oudedagsvoorziening in lijfrente;
  • Verhoging van het hoge overdrachtsbelasting-tarief van 8% naar 10,4%;
  • Actualisering van de percentages van de leegwaarderatio voor een verhuurde (verpachte) woning vaste huurcontracten. Tijdelijke huurcontracten worden dus uitgesloten van de leegwaarderatio. Daarvoor geldt de WOZ-waarde. Bij verhuur aan gelieerde partijen wordt uitgegaan van de hoogste leegwaarderatio, die vanaf 2023 naar 100% gaat. Dit percentage wordt ook toegepast bij een jaarlijkse huurprijs van meer dan 5% ten opzichte van de WOZ-waarde. Voor deze verhuursituaties wordt de leegwaarderatio feitelijk afgeschaft;
  • Het btw-nultarief wordt van toepassing op de levering en installatie van zonnepanelen op of in de onmiddellijke nabijheid van woningen;
  • Afschaffing ondernemersvrijstelling bpm per 1 januari 2025 en de heffingsgrondslag wordt afhankelijke van de CO2-uitstoot (net als bij personenauto’s);
  • Verhoging van de motorrijtuigenbelasting met 15% in 2025 voor bestelauto’s en in 2026 met 6,96%.